O mijn god, ze vinden me een Karen. Voor wie het niet weet: Karen is via sociale media opgedoken als bijnaam – nou ja, eigenlijk gewoon als scheldwoord – voor vrouwen die vinden dat ze meer rechten hebben dan anderen en overal over zeuren.
Ze zijn meestal wit, van middelbare leeftijd, staan op de eerste rij om te tetteren over iets wat ze niet zint en maken zich daarbij onsterfelijk belachelijk – niet in de minste plaats omdat ze er doorgaans volstrekt naast zitten of extreem overdrijven. Al met al dus een stempel om te vermijden, je zal maar aangewezen worden als een eersteklas geprivilegieerde zeikerd, gadverdamme wat een nachtmerrie!
Maar ik kijk naar mijn Facebook-tijdlijn, en daar staat het: ‘Doe effe rustig’. ‘Dat is gewoon zoals het nu gaat.’ En de ergste: ‘Ga je lekker?’ Even de achtergrond: ik heb vanmiddag op Facebook een razende post geplaatst omdat ik met Luuk een Sinterklaas-film in de bios had bezocht. Leek me knus. Alleen was het geen film, maar een commercial van anderhalf uur.
Het hele verhaal was aan elkaar gesponsord door onder meer een energieverstrekker, hummusmerk, dweilenmaker en bakproductenfabrikant, met als eindresultaat een even debiel als commercieel stuk ellende waarvan mijn bloed ging koken. Had ik serieus géld betaald om te zien hoe Sinterklaas nadrukkelijk rauwkost in de hummus doopte, hoe Pieten steeds dozen Lego voor de camera duwden en Luuk die om de haverklap zei: ‘Mama, daar kopen wij toch ook weleens schoenen’?
Dus ben ik net op mijn socials losgegaan met een straffe tekst waarin ik bovendien alle adverteerders, de producent en de Reclame Code Commissie heb getagd. Ik had gehoopt op massa’s bijval, misschien zelfs een kleine revolutie. Maar het blijft bij één collega-moeder die er ook van is geschrokken en dus dit: mensen die vinden dat ik overdrijf. Die me hysterisch vinden. Die me, dat weet ik zeker, vanachter hun scherm een Karen noemen.
Misschien hebben ze gelijk.
Ik ben bezig met een nieuw boek, wederom autobiografisch, en naarmate de hoofdstukken vorderen, blijkt dat ik al twee jaar chronisch boos ben. Op makelaars en aannemers. Op mijn ex-beste vriendin. Op asociale automobilisten, oplichters, gemene kinderen en ook vaak op mezelf. Lastig, want boos zijn is niet leuk. Het vreet energie en meestal heb je zo’n gevecht in je eentje, omdat de tegenpartij helemaal geen belangstelling heeft voor je woede of zich in z’n eigen gelijk heeft vastgebeten. De nevenschade van boosheid is vervolgens frustratie en dat is nóg minder leuk.
'Naast me ligt mijn zoon met een gebroken hart: 'Mama, je hebt tegen me gelógen''
Ik bel een vriendin die altijd goede raad geeft. Ze moet, als ik klaar ben met ratelen, keihard lachen. ‘O joh, dat heb ik ook, maar dat is gewoon de overgang. Doe je niks aan, gaat vanzelf over.’ ’s Avonds googel ik filmpjes met de hashtag Karen. En verdomd, naast de échte eersteklas geprivilegieerde zeikerds, meen ik ook die andere dingen te zien: het zweten, het slaaptekort, de stress, de mist (in deze gevallen rood) en moemoemoe.
Opeens vind ik Karen eigenlijk zielig. Kijk haar druk doen, terwijl ze er niks aan kán doen. Karen heeft gewoon oestrogeencrème nodig. Misschien leuk als sponsordeal in een Sinterklaasfilm, de producent weet er vast een verhaaltje van te smeren.
Deze column verscheen eerder op LINDA.premium.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik ben blij dat ik niet meer de druk voel om naar bed te gaan met een partner: het uitstellen, de smoezen'















































