Vorige week was er opeens tumult in de straat, er passeerden ambulances, politie- en brandweerwagens met hoge spoed.
Iedereen haastte zich naar het raam met een mengsel van afgrijzen en nieuwsgierigheid, ook ik, mijn wang zat bijna tegen het glas gelijmd. Er was niks te zien en dus scharrelden we allemaal naar buiten, de sirenes achterna.
“Hopelijk is het niks ergs”, zeiden we tegen elkaar, maar ondertussen gloeiden we van opwinding. Een blok verder keken de volwassenen op gepaste afstand naar iets vreselijks, de kinderen drongen zich zonder schaamte zo ver mogelijk naar voren. Eentje riep wat we allemaal dachten: ‘Nou zeg, ik zie niks!’
Ramptoerisme is iets ontzettend gênants en toch maken we er ons bijna allemaal schuldig aan. Een ongeluk op de snelweg? Strek die nek. Een lekkere roddel op het schoolplein? Oeh, smiespelsmiespel! Dat laatste is nu ook gaande, en ik ben de dader. Ik schreef voor LINDA. een column over pesten, persoonlijk als altijd, nog nooit kreeg ik zoveel positieve reacties van medemoeders. Maar ik hoorde ook andere berichten, van dichterbij.
Telefoons die achter mijn rug rondgingen, heel veel ‘Dit kan ze echt niet maken’, een paar dagen lang was ik the talk of the town. Niet om de inhoud van mijn stukje. Nee, het ging ze niet om het pesten. Noch om hoe dat werkt in kinderhoofden, of hoe ouders vervelend gedrag van hun kind wegwuiven, negeren en bagatelliseren omdat we in een flufmaatschappij leven waarin kritiek niet langer een broodnodig onderdeel is van de opvoeding, maar zielig.
Nee, de ouders waren boos dat ik de ‘daders’ min of meer herkenbaar in beeld had gebracht. Dat snap ik, het ís ook spannend als iets dichtbij komt, dat is niet anders dan naar sirenes om de hoek gaan kijken. Maar dat relletje was niet mijn doel. Ik wilde een urgent, wijdverbreid probleem illustreren, met de hand in eigen boezem en grote zorgen om de kant die onze wereld op gaat. En die kant begint achter de voordeur en op het schoolplein.
Wie de krant leest, weet dat alle cijfers omtrent respect en acceptatie van anderen in het rood staan. Uit cijfers van het CNV blijkt dat 2,6 miljoen Nederlanders te maken hebben met pesten op de werkvloer. Een kwart van de jonge mannen in ons land gelooft een vrouw niet als ze zegt dat ze te maken heeft gehad met seksueel geweld. Andrew Tate heeft miljoenen volgelingen. Niemand wil een AZC in z’n dorp. Dat is niet een wereld die ik mijn zoon gun, en dus spreek ik degenen aan die op microniveau aan de bak moeten – inclusief Luuk zelf.
Hij liep mee, naar de heisa verderop, toen we daar eenmaal stonden voelden we ons geen van tweeën goed. Het zal je vader maar zijn, die op de brancard naar buiten wordt gedragen, dacht ik. Ik zou razend zijn geworden als iedereen was komen kijken hoe Jean uit die gletsjerspleet werd gehesen. De een z’n verdriet is de ander z’n relletje. Een treurige conclusie, dus we draaiden om en liepen naar huis.
‘Dat klote gepest, kap er nou eens mee, voed je kind op en doe er wat aan in de klas’















































