‘Mama, we moeten dit invullen.’ Luuk geeft me een formulier, het is wat ik al vreesde: de aankondiging van een jaarlijks muziekproject. Alle kinderen uit de klas mogen drie weken een instrument naar keuze mee naar huis nemen en op de donderdagen krijgen ze via school les. ‘Thuis mag’, staat er ook, ‘flink geoefend worden!’
Superleuk initiatief, maar ik herinner me nog van vorig jaar de inhoud van die zwarte koffertjes en hoe wachtende ouders van de toenmalige groep 5 met gekruiste vingers op het kleinste exemplaar hoopten.
‘Ik moet hier opschrijven: viool, saxofoon of dwarsfluit’, zegt mijn zoon.
‘Hmm’, mompel ik zo neutraal mogelijk, ‘ik denk dat Falco de dwarsfluit het minst eng vindt, qua herrie.’
‘Ik kies de viool.’
‘Dus niet de dwarsfluit? Dat is heel mooi hoor.’
‘Nee, viool.’
‘Wat heeft jouw zoon gekozen?’ app ik naar een bevriende moeder.
‘Saxofoon’, stuurt ze terug, met daarnaast drie gillende emoticons.
Het kan inderdaad erger, denk ik even, maar de volgende dag pakt Luuk thuis zijn koffertje uit en begint enthousiast met de stok over de snaren te rammen.
De hond reageert zoals verwacht: met gierende banden de trap op. Zelfs Henry, onze bejaarde en stokdove kat, kijkt even verstoord op van zijn zeventien uur durende dutje. Ik knik, ik kijk, hartstikke leuk jongen, ga maar even oefenen, mama moet alleen even heel erg strijken op zolder, helaas.
Boven de theedoeken die ik nooit strijk maar nu wel, verman ik mezelf. Kom op, misschien vindt-ie het wel hartstikke leuk. Alle begin is moeilijk. Opa speelde vroeger geweldig accordeon, de andere opa zingt in een koor en speelt piano – misschien slaat talent wel een generatie over. Jean was nul muzikaal, ik ook niet, als wij dansten was het qua ritmegevoel niet om aan te zien.
Als ik één wens mocht doen, dan zou ik vragen om een acceptabele zangstem, het zou fijn zijn om een liedje te zingen zonder dat het bloed uit andermans oren loopt. Ik luister niet eens muziek, niet echt, en Luuks smaak beperkt zich tot alle nummers uit Sing 1 en 2 en de knaller Wat is er lekkerder dan kakken van Brigitte Kaandorp. Nee, wij zijn geen muzikaal gezin. Maar wie weet komt daar nu verandering in en dat is alleen maar goed, zeg ik tegen mezelf.
Beneden is het inmiddels stil, het kan zijn dat de buren de politie hebben gebeld om melding te maken van bloedstollend gekrijs. Maar nee, hij zit alweer op zijn iPad, de viool keurig opgeborgen in de koffer.
‘Ik kan het niet aanhoren,’ meldt Luuk zonder dat zijn ogen het beeldscherm verlaten. ‘Viool is echt heel heftig.’
Ik zou nu iets pedagogisch verantwoords moeten zeggen, maar soms ben ik gewoon een slechte moeder. Na drie weken en een slotconcert voor alle ouders – gegíérd toen het groepje saxofoons aan de beurt was – komt Luuk wederom uit school met een stuk papier.
‘Kijk mam, van de muziekschool. We mogen een gratis proefles doen.’
‘Wil je toch viool doen?’ vraag ik.
‘Nee’, zegt hij met opgetrokken neus. ‘Dat maakt herrie.’
Gelukkig.
‘Ik wil drummen.’
'Als ik naar hem toeloop, voel ik de hitte al van zijn lijf slaan'















































