Urenlang tiktokken, snaps sturen en spelletjes spelen, maar bellen? Ho maar.
Journaliste Joan Makenbach merkt dankzij zoon Callum (15): voor pubers is bellen iets voor boomers.

Urenlang tiktokken, snaps sturen en spelletjes spelen, maar bellen? Ho maar.
Journaliste Joan Makenbach merkt dankzij zoon Callum (15): voor pubers is bellen iets voor boomers.
Het is 18.35 uur. Voetbalmaatje Milan die wekelijks met mij en mijn zoon en vriend Ayoub meerijdt naar de training, is te laat. Bezorgd bellen we hem na tien minuten wachten waar hij blijft.
Mijn zoon Callum doet dat een keer of drie, zonder succes. Uiteindelijk bel ik Milans moeder. Roos neemt wel direct op en weet ons te vertellen dat Milan toch echt op tijd van huis vertrokken is. Ook zij probeert tevergeefs haar zoon te bellen. Roos vindt het zorgelijk dat hij er nog niet is en zij en ik zijn lichtelijk in paniek. De jongens halen hun schouders op. Gewoon afwachten is het beste. Pas als Ayoub besluit hem een ‘snap’ te sturen (lees: een getypt bericht via Snapchat) komt er een levensteken: Milan was onderweg zijn schoen verloren, maar hij is er met een paar minuten.
Voor de drie heren in dit gezelschap, allen 15 jaar, een volstrekt normale situatie. Voor mij als moeder en lid van de generatie X, flink debiel. Want waarom neem je geen telefoongesprek aan, waarin je kort en bondig je verlate aankomsttijd uitlegt? Nog beter: had even zelf gebeld om te vertellen dat je vertraagd was. Maar voor de pubers die zo ongeveer verkleefd zijn aan hun iPhones en Androids en er zelfs mee onder de douche staan, is dat laatste juist crazy. Ze bellen namelijk níet.
Wat ze wel met die gsm’s doen? Urenlang scrollen op TikTok. Spelletjes spelen. Spotify luisteren. Magister checken. Dagen, weken, maanden foto’s naar vrienden en willekeurige vrienden van vrienden sturen, om zo de langste streak te krijgen. Hun zakgeld beheren en controleren in de bankapp. Maar vooral: voicememo’s sturen. Ellenlange spraakberichten.
Als ik mijn zoon vraag even een datum te prikken met zijn neef voor een logeerpartij, dan zijn er een achttal memo’s nodig om tot een afspraak te komen. Dat over en weer berichten inspreken neemt gemiddeld een halve middag in beslag en het wordt nergens concreet. Ik ben opgehouden te vragen of dat niet effectiever kan, namelijk live, via de telefoon. Als ik dat zeg, ben ik een enorme boomer.
Die spraakberichten stuurt Callum overigens ook dolgraag naar mij. Bij voorkeur op die momenten dat ze voor mij haast onmogelijk zijn af te luisteren. Tijdens een brainstorm, een borrel van een opdrachtgever, in een stiltecoupé of zoals laatst tijdens een concert van Rondé. Je hebt eerst een hartslag van 150 vanwege de schrik, want waarom heeft hij me juist nodig? Daarna moet je dus een plek gaan zoeken (met je hoofd onder je jas of ergens op een toilet) om het af te kunnen luisteren. Uiteraard gaat het negen van de tien keer om iets onnozels. Gymschoenen die te klein zijn of de kat die gekotst heeft op het kleed.
De vraag stellen: ‘Schat, waarom deze memo, typ even iets, want ik kan het niet luisteren’, is ook volkomen nutteloos. Meestal wordt daarop gereageerd met een ander spraakbericht of het net zo vervelende ‘isg’. Oftewel: is goed. Maar vervolgens komt er dan verder helemaal niets. Om mijn moederhart gerust te stellen en mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, zit er dus niets anders op dan toch ergens een andere plek te zoeken om het ergens privé te kunnen afspelen.
Mijn zoon heb ik inmiddels zo afgericht, dat hij verplicht de inkomende oproep beantwoordt als het ‘mama’ is. Ik bel echt niet dagelijks en uiteraard ook niet als hij in de les zit of vakken vult bij de buurtsuper, maar als hij bij vrienden is, in de stad hangt of domweg op zijn kamer zit te gamen, dan wens ik niet genegeerd te worden. Heeft Callum wel even geprobeerd, door te beweren dat hij niets had gezien of gehoord, omdat ‘zijn telefoon op stil stond’. Maar ik had al snel door dat het eigenlijk betekende dat hij ‘gewoon ff geen zin had om op te nemen’. Daarin ben ik heel makkelijk. Wie betaalt, bepaalt. In dit geval ik: zo lang ik zijn telefoonabonnement voor mijn rekening neem, heb ik ook recht om serieus genomen te worden.
En denk niet dat het een jongensding is, mijn vriendin Susan heeft een dochter van 13 en zij herkent mijn gemopper. Ze heeft speciaal voor dochter Liv een account op Snapchat aangemaakt. Ze heeft welgeteld één contact: haar eigen dochter. Maar het is de enige manier om te communiceren, want aan bellen en of nog erger WhatsApp doet Liv echt niet. WhatsApp is zó 2019, beweert ze stellig.
Overigens beaamt Callum dat ook. Appen doen alleen nog oude mensen, zegt hij. Nou, helaas, ook daarin ben ik streng. Of ouderwets. Maar ik ga niet beginnen aan allerlei accounts op vage media of op dat wat de jeugd anno nu blieft. Dan maar een oud mens. Vooralsnog gebruikt de voetbalclub en zijn trainer WhatsApp ook nog steeds als het communicatiemiddel, dus is hij verplicht de app minimaal twee keer per dag te openen om te kijken of er nog nieuws is. En nee, dat volstaat niet bij wat aankondigingen van berichten op je beginscherm bekijken. Ik wil echt twee blauwe vinkjes zien, zodat ik zeker weet dat hij heeft begrepen dat het zijn laatste potje is/ hij de kattenbak moet komen verschonen/ het eten klaar is of zijn voetbaltroep moet opruimen.
Buiten het feit dat ik het andere gebruik van de telefoon allemaal zo omslachtig vind, vind ik het ook jammer dat deze generatie contact houdt via tekens en malle foto’s en niet gewoon gezellig kletst. Opgroeiend in de jaren tachtig was dat nu net het middel waarmee ik mijn vriendschappen na school in stand hield. Urenlang hingen we aan de telefoon. Als ik het zo terugdenk, was dat eigenlijk onze versie van een groepsapp. Alleen dan met een snoer van drie meter dat altijd nét te kort was om comfortabel op bed te liggen en een broer die op de deur bonsde omdat hij ook wilde telefoneren.
De huidige generatie heeft dat probleem niet. Die kunnen overal communiceren. In bed, op de fiets, op de wc, tijdens het tandenpoetsen. Alleen… praten doen ze dus niet.
Eén ding staat ook vast: als mijn zoon ooit zelf kinderen krijgt, gaan die vast weer op een compleet andere manier communiceren. Via een chip in hun oor, telepathie of hologrammen in de woonkamer. En dan zit hij waarschijnlijk aan de keukentafel te mopperen dat zijn kinderen hem nooit meer gewoon even Snappen.
De hele maand maart ontdek je op LINDA.nl/PAULINE wat er volgens gasthoofdredacteur Pauline Wingelaar écht toe doet.
Ouders worstelen met het schermgebruik van hun kind: ‘Het is een soort extra babysitter’Lees ook





