
Aseksualiteit kent vele vormen: wel sex, af en toe sex of echt helemaal nooit. De gemene deler? Een gemis aan aantrekkingskracht.

CONNY KOOIJMAN (71) woont al 45 jaar samen met een goede vriendin en is single.
“Ik dacht 69 jaar lang dat er iets mis met mij was. Ik groeide op in een samenleving waarin je moest houden van tongzoenen, strelen en nummertjes maken. Terwijl intimiteit voor mij inhoudt: elkaar een schouderklopje geven, samen hobby’s uitoefenen en praten. Ik heb liever een goed gesprek met iemand dan een hand in mijn broek. Rond mijn twintigste heb ik een paar vriendjes gehad. Op een gegeven moment vroegen zij om sex, maar daar had ik helemaal geen zin in. Later kreeg ik een vaste vriend. Hij was katholiek, wilde kinderen en sex. Ik heb het een keer gedaan, omdat ik dacht dat het zo hoorde, maar het stelde niets voor. Die relatie heb ik uitgemaakt.
‘DE GRENS
LIGT
BIJ EEN
SCHOUDER-
KLOPJE’
Mijn ambitie lag niet bij het moederschap. Ik woon samen met een vriendin die ook niet aan sex doet. Tot voor kort ondernamen we veel samen, maar ze is nu zeer hulpbehoevend. Via Omroep Max zocht ik naar een nieuw sociaal netwerk.
Op mijn oproepje reageerde een man van 75. Helaas was ook zijn motief sex. Of ik hem kon aftrekken? Dat weigerde ik uiteraard, waarop hij me als niet normaal betitelde. Via het COC ontdekte ik de Nederlandse Organisatie Aseksualiteit (NOA). Ik bezoek twee keer per maand bijeenkomsten en ben het oudste lid, maar weet zeker dat er velen zijn zoals ik. Het is tijd om aseksualiteit uit de anonimiteit te halen.”

NICOLIEN BOEKHOUDT (24) is student European Studies, PvdA-raadslid in Hengelo en single.
“Tijdens Pride Amsterdam deelde ik flyers uit met vrijwilligers van de NOA, toen een lesbisch koppel op me afkwam. Zij vonden dat wij daar niet mochten staan, want hoe wisten we nu zeker dat we aseksueel waren?
We hadden ‘vast de ware nog niet gevonden’. Van iedereen verwacht je zo’n opmerking, maar niet van mensen uit de gemeenschap die juist staat voor inclusie. Toch vinden meer mensen dat aseksuelen er niet bij horen, omdat we niet hebben hoeven strijden voor het homohuwelijk. Maar wij moeten ook een strijd leveren.
‘HUISJE,
BOOMPJE,
BEESTJE
KAN OOK
ALLEEN’
In 2021 had ik een relatie met mijn beste vriend. Ik voelde me veilig bij hem, maar was niet verliefd en miste seksuele aantrekkingskracht. We hadden sex, dat hoorde immers zo, maar het voelde onnatuurlijk wanneer ik het deed. Ik ben toen gaan googelen wat dat kon betekenen en kwam de term aseksualiteit tegen. Vrijwel direct ben ik uit de kast gekomen als aseksueel.
Ik zette een streep door sex. Mijn vriend reageerde superlief, maar een relatie bleek te ingewikkeld. Helaas eindigde ook onze vriendschap. Mijn vrienden en ouders zijn ruimdenkend: ze vertelden me al jong dat ik met iedereen mag thuiskomen. Ik realiseerde me alleen nooit dat met niemand thuiskomen ook een optie is. Huisje, boompje, beestje kan prima alleen.”

AMBER WITSENBURG (31) is voorzitter van de Nederlandse Organisatie Aseksualiteit en single.
“Vijf jaar geleden heb ik de NOA (Nederlandse Organisatie Aseksualiteit) opgericht, met als doel informatie verspreiden over deze seksuele oriëntatie. Er bestaan helaas nog veel vooroordelen, ook heerst er veel onbegrip. Aseksualiteit houdt in dat je geen of weinig seksuele aantrekking ervaart tot anderen, terwijl aromantiek betekent dat je niet verliefd wordt. Het is géén gebrek aan libido. Dat is gerelateerd aan hormonen en de werking van het lichaam. Seksuele aantrekking gaat om gevoel.
‘VIRGIN
SHAMING
IS ECHT
EEN DING’
Ongeveer één tot zes procent van de Nederlanders heeft deze identiteit, maar het is een spectrum. Je kunt bijvoorbeeld ook onder de aseksuele paraplu vallen wanneer je zelden of in mindere mate seksuele aantrekking ervaart. Ook moet je aantrekking en gedrag loskoppelen: sommige aseksuele mensen willen geen sex, anderen wel. Zelf ben ik aseksueel en biromantisch: ik val op elk gender, ik kan iemand knap of mooi vinden en ik houd ervan elkaars hand vast te houden of te knuffelen. Sex hoeft niet per se voor mij. Mijn omgeving is helemaal oké met mijn aseksualiteit, maar online ervaar ik vaak negativiteit en onwetendheid. Virgin shaming is echt een ding in onze maatschappij. Iedereen móét een relatie nastreven en altijd zin hebben. Geen interesse hebben in sex is niet sexy. Op het niet doen, ligt een groot taboe.”

LOU DIRCHS (25) is consultant en single.
“Ook als aseksueel kun je af en toe sex hebben. Ik vergelijk het altijd met eten en honger hebben: zonder honger kan eten soms toch best lekker zijn. Op eenzelfde manier kunnen aseksuele mensen een vrijpartij waarderen, terwijl ze seksuele aantrekkingskracht missen. Ik ben nu drie maanden single na een relatie van vijf jaar. Tijdens die relatie ben ik als aseksueel uit de kast gekomen. In het begin was ik verliefd en zat ik op een wolk. Maar toen de vlinders minder werden, zakte ook mijn zin in sex. Ik was steeds op zoek naar excuses voor waarom ik geen zin had. Sex ging me tegenstaan. Masturbatie vind ik vaak niet interessant en porno vind ik goor.
‘ZONDE?
VOOR WIE
DAN?’
Toen ik op internet informatie over aseksualiteit tegenkwam, dacht ik: dit is hoe ik me voel. Ik heb het huilend aan mijn vriend verteld. Je wil het liefst net zo zijn als anderen, zeker omdat in onze maatschappij sex de norm is.
Hij reageerde begripvol, maar we gingen uiteindelijk toch uit elkaar. Mijn aseksualiteit was niet de hoofdreden, het was meer een optelsom. Het label geeft mij rust, maar ik merk dat mijn omgeving het lastiger vindt. Ik ben model en poseer op Instagram in sexy lingerie. Dat kun je koppelen aan seksualiteit, maar voor mij staat het voor kracht. Mensen die weten van mijn geaardheid, reageren soms met: ‘Wat zonde.’ Dan denk ik: voor wie? Voor hen? Voor mij? En waaróm dan?”

JOËLLE GROOT ROESSINK (23) is actrice en single.
“Op de acteeropleiding werd een grap gemaakt over een doos tissues. Iedereen lachte, behalve ik. Ik snapte niet wat er zo dubbelzinnig aan was. Waarop een klasgenoot me grappend ‘aseksueel’ noemde. De term kende ik niet, maar ik ging meteen googelen. Bij alles wat ik las over aseksualiteit en met name de ‘seksafwijzende’ tak, dacht ik: dit ben ik. Het is lastig, vooral in mijn vak. Op school vond iemand dat je ook vrijscènes moet kunnen spelen, maar ik vind dat je als acteur je grenzen mag aangeven. Sowieso vind ik sex overbodig in een film. Als ik series kijk, spoel ik dat soort scènes altijd door. Op relatiegebied heb ik mijn grens nog niet ontdekt. Zolang het fysiek is en niet sensueel, houd ik van knuffelen.
‘OP TV
SPOEL IK
SEKS-
SCÈNES
DOOR’
Ik ben demi-romantisch: ik word pas verliefd als ik een emotionele band heb met iemand, welk gender maakt niet uit. Liefde kan heel diep en divers zijn: er is zoveel meer dan romantische of seksuele aantrekking, je kunt ook op intellectueel gebied goed klikken. Met blogs op mijn website wil ik vooroordelen wegnemen en mensen informeren, want zeker zorgprofessionals moeten op de hoogte zijn. Ooit had ik een gesprek met een maatschappelijk werkster die mijn aseksualiteit afdeed als trauma-gerelateerd. Ik ben toen boos geworden. Je kunt anno 2025 een geaardheid echt niet meer wegzetten als een mentale diagnose.”•














































