
Merel (33) waande zich veilig in haar liefdesbubbel, tot hij na een avond dansen pats-boem de stekker uit hun relatie trok.
“EEN PAAR JAAR GELEDEN WAS IK MET MIJN VRIEND OP EEN FESTIVAL IN SPANJE. De hele dag hadden we op blote voeten gedanst op technomuziek. Er heerste een geweldige sfeer, het zand, de zee, de vriendelijke hippies, alles was fijn. Hij en ik waren high school sweethearts, we kenden elkaar door en door. De gezinnen waarin we zijn opgegroeid, waren beide wat rommelig, maar wij boden elkaar stabiliteit. Samen waren we volwassen geworden.
Dat dit de belangrijkste pijler was geworden, niet langer een innige verliefdheid, niet een volwaardige liefde, dat onze relatie na al die jaren meer gebaseerd was op vriendschap dan op passie, wist ik wel, maar stopte ik weg. Hij ook. We waren niet goed in praten over wat we voelden, hij nog het minst. Boos worden kon hij wel, maar zeggen dat hij verdrietig was, bijvoorbeeld, niet. Toch was ik helemaal tevreden. Ik was gehecht aan ons leven samen: wij met zijn tweeën, onze lange geschiedenis, de vertrouwdheid, ons zelfgebouwde huis en onze hond. En wat konden we goed feesten samen. Ik zie ons nog voor me die dag, hoe uitbundig we waren, hij in zijn shortje met een hemd zonder mouwen, ik in mijn bikini, kort broekje en een bloes met een open rug.
‘ZIJN
IJZIGE
WOORDEN
BLEVEN
MAAR
DOOR M’N
HOOFD
MALEN’
Het moet zeker een uur of vier in de nacht zijn geweest toen we eindelijk als een van de laatsten terugliepen naar het parkeerterrein waar de gehuurde stationwagen stond. De kiezels knarsten onder onze voeten, we vonden de auto meteen. We stapten in, maar hij startte de motor niet. Eerder op de dag hadden we gedronken, maar intussen waren we weer nuchter. Waar wachtte hij op? Ik wilde hem aansporen. Maar toen ik naast me keek, zag ik meteen dat zijn treuzelen niet te maken had met gebrek aan haast. Hij wilde iets zeggen. En ineens kwam die bekentenis die ik in de maanden voorafgaand aan onze vakantie en zelfs feestend aan zee misschien had voelen aankomen, maar kundig had genegeerd. Mijn hart sloeg op hol, ik voelde hoe ik ging transpireren, terwijl mijn handen juist koud werden. Hij zat met zijn hoofd hangend naar beneden, ineengezakt, alsof hij zijn hart wilde beschermen. Toen zei hij: ‘Ik geloof dat ik u niet meer zo graag zie. Ik hou niet meer van je.’
Opeens viel alles op zijn plek, het gezicht van mijn beste vriendin die vaak bij ons thuis kwam, dook op. Ik had de afgelopen tijd al vaker gevraagd of hij verliefd was. Steeds had hij ontkend. Nu noemde ik haar naam en vroeg: ‘Is zij het?’ En verbaasd antwoordde hij: ‘Hoe weet jij dat?’ Hier was die dan, dacht ik, hier was de mededeling die ik het meest gevreesd had. Ik had er heus weleens bij stilgestaan dat dit op een dag kon gebeuren. Bereid je voor op het ergste, hield ik mezelf voor.
Maar op wat ik nu voelde, had ik me niet kunnen voorbereiden, het was te veel voor mijn brein. Het was of ik uiteenviel. Of mijn midden verdween en ik alleen nog uit kleine fragmenten bestond. Ik zat daar nog steeds naast hem, maar om de woorden tot me door te laten dringen moest ik bewegen en even later dwaalde ik zonder doel in mijn eentje over het uitgestrekte parkeerterrein. Een vluchtreactie.
In het aardedonker struikelde ik over een steen, bezeerde mijn knie en begon heel hard te huilen. Een Duits stel hielp me overeind en toen zag ik ook mijn vriend aan komen lopen, eerder geïrriteerd dan gealarmeerd. Dat was het moment waarop ik zag dat hij had gemeend wat hij zei. Wat hem betreft was onze relatie niet meer te repareren, en terug in de auto begon de ruzie. Ik huilde, hij schreeuwde, hij huilde, ik schreeuwde. De weg naar de Airbnb die we met vrienden hadden gehuurd was steil en donker, maar wij ruzieden maar door. Zelfs toen we allang op de plek van bestemming waren.
‘BEDROGEN
EN VERLATEN
DOOR DE TWEE
LIEFSTEN
VAN MIJN
LEVEN’
Die hele nacht heb ik niet geslapen. Ik overwoog meteen de volgende dag een ticket naar huis te boeken, maar die waren in het hoogseizoen vierhonderd euro. En ik hoopte toch, door te blijven, onze relatie te kunnen redden. Ik hou van je, ik haat je. Om en om gingen die gedachten als twee vechtende dwazen in mijn hoofd tegen elkaar tekeer. En intussen bleven zijn ijzige woorden maar door mijn hoofd malen. Hij hield niet meer van me. Na elf jaar maakte hij het uit. De eeuwige angst verlaten te worden die was ontstaan toen ik een klein meisje was, en die ik met onze relatie juist had trachten te bezweren, stak weer in volle hevigheid de kop op.
Waar moest ik naartoe? Ons huis stond op zijn naam en onze hond was zijn hond. De volgende ochtend heb ik die vriendin nog gebeld, zijn minnares. Ze ontkende alles. Maar eenmaal thuis, nadat ik vrij snel met wat spullen was vertrokken en even terugkwam om nog wat op te halen, betrapte ik hen in een innige omhelzing op mijn keukenblad. Bedrogen en verlaten. Door zowel hem als door haar, de twee liefsten van mijn leven.
De periode erop is zwaar geweest. Ook mijn vriendengroep heeft zich tegen me gekeerd; het is nu eenmaal makkelijker om met een gelukkig koppel om te gaan dan met een verdrietige vrouw. Ik heb de bodem gezien en heb echt moeten leren alleen te zijn, gelukkig te worden met alleen mijn eigen gezelschap. Door dat diepe dal kreeg ik, misschien voor het eerst in mijn leven, de ruimte om mijn trauma’s, verdriet en angst onder ogen te zien. Ik ben gaan nadenken over de vraag: om welke reden ben je eigenlijk bij je partner? Hij en ik hadden gekozen voor veiligheid. Pas nu snap ik dat die keuze voor een belangrijk deel door angst werd gestuurd. Het klinkt misschien raar, maar die afschuwelijke tijd heeft me geholpen zelfstandig te worden. Ik ben er beter uitgekomen.”•














































