Abonneer nu
Achtergrond

'Eenzame kinderen lopen grote kans om eenzame volwassenen te worden'

Van de Nederlanders van vijftien jaar of ouder voelt één op de elf zich sterk eenzaam. Een droevig tij dat we gauw zouden moeten keren, te beginnen bij onze jeugd. want: “Eenzame kinderen lopen grote kans om eenzame volwassenen te worden.”

Op TikTok gaat een fascinerende hoeveelheid filmpjes rond van mensen die laten zien hoe blij ze zijn dat de plannen die ze hadden met vrienden, door de ander zijn afgezegd. Je kent het wel: je hebt een idioot drukke dag gehad op je werk, krijgt een passief-agressieve opmerking van de crèchejuf omdat je je onderkruipsel pas om kwart voor zes ophaalt, het regent voor de zeventiende dag op rij, de chipolataworstjes die je bedacht had bij de pasta met rode saus zijn over datum. En o ja, je hebt afgesproken om te gaan eten met een vriendin die je al lang niet hebt gezien. Ervoor zou je je haar nog wassen. Gaat niet lukken. Je probeert die ene zwarte broek waarin je benen langer lijken te vinden in de wasmand. Kansloos. En dan is daar dat heuglijke bericht van je vriendin: ‘Schat, het spijt me heel erg, maar ik moet afhaken vanavond.’ Gevolgd door een van de bekende excuses: geen oppas/grieperig/iets op kantoor. Jij voelt je alsof Winston Gerschtanowitz voor je deur staat met die grote gouden cheque: de jackpot is bij jou gevallen.
Heel normaal. Maar al die tiktokkies onder de titel ‘When they cancel plans but you are happy’ – dat is toch andere koek. Onder hun posts staan nota bene tienduizenden reacties van andere jongeren, zonder uitzondering een variatie op: ‘Lucky you, je mag thuisblijven en chillen. Heerlijk, weer een avond voor jezelf.’ Niemand zegt: hallootjes, je bent 25, ga jij eens even heul rapido de kroeg in met al je vrienden. Voor je het weet sta je vloekend en met vet haar in een wasmand te graaien naar een broek die je benen langer moet laten lijken.
Ik kijk naar al die filmpjes waarop een jong iemand in haar eentje verwoed ligt te chillen en denk: klopt dit wel? Vinden ze het allemaal wel écht lekker om alleen te zijn? Of bespeur ik hier een verband met de eenzaamheidscrisis waarin we zitten? Want van een crisis kun je wel spreken als je alle aandacht voor het onderwerp als graadmeter neemt, vaak naar aanleiding van gepubliceerde cijfers. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijvoorbeeld voelde in 2023 bijna 11 procent van de Nederlandse bevolking van vijftien jaar of ouder zich sterk eenzaam. Ongeveer 30 procent voelde zich ‘enigszins eenzaam’ en dat zal afgelopen jaar niet veel anders zijn geworden. De stellingen in het CBS-onderzoek gingen over het ervaren van leegte om ons heen, het missen van mensen en het gevoel vaak in de steek gelaten te worden (emotionele eenzaamheid). Proefpersonen kregen ook vragen over sociale eenzaamheid: hebben zij mensen om zich heen met wie ze zich verbonden voelen, die ze vertrouwen en op wie ze kunnen terugvallen in geval van narigheid?

HONGER NAAR SOCIAAL VERKEER
Er is ander onderzoek dat lichte schommelingen naar boven of naar beneden laat zien, met de recente pandemiejaren als uitschieter. Maar in tegenstelling tot wat de focus op eenzaamheid doet vermoeden (o jee, het wordt erger en erger) zijn de cijfers over dit thema al jaren vrij stabiel, zegt onder anderen eenzaamheidsdeskundige en ex-­Europarlementariër Judith Merkies. Zij is coördinator van Lonely-EU, een internationaal ­initiatief om eenzaamheid in Europa te verminderen, waar onder anderen wetenschappers uit Amsterdam bij betrokken zijn. Lonely-EU gebruikt, ook voor haar aanpak in Nederland, Europees ­onderzoek van het Joint Research Center uit 2024 waaruit blijkt dat 1 op de 8 mensen zich erg (structureel) eenzaam voelt en 2 op de 5 geregeld.
Hoe je het ook wendt of keert: feit blijft dat het percentage eenzame mensen zorgwekkend hoog is voor een diersoort die doorgaans het beste gedijt als ze samen met anderen rond een vuurtje mag zitten. Wetenschappers vergelijken eenzaamheid wel met honger, legt Merkies uit: “Honger is een teken dat je lichaam voedsel nodig heeft. Eenzaamheid is een vergelijkbare behoefte, maar dan naar sociaal verkeer. Zonder voedsel of sociale verbintenissen kunnen wij niet overleven. Bekend uit wetenschappelijk onderzoek is dat ernstig eenzame mensen een grotere kans hebben op allerlei serieuze ziektes, doordat ze zich dag en nacht ellendig voelen. Langdurige diepe eenzaamheid is even sterk verbonden met eerder doodgaan als het roken van zestien sigaretten per dag.”

‘DIEPE
EENZAAMHEID
VERKORT
JE LEVEN
EVENZEER ALS
HET ROKEN
VAN ZESTIEN
SIGARETTEN
PER DAG’

Niet voor niets wordt eenzaamheid sinds een aantal jaar niet meer beschouwd als (alleen) een privéprobleem, maar als een maatschappelijke kwestie. De Nederlandse overheid investeert er ruimschoots in, bijvoorbeeld met het project Eén tegen eenzaamheid. Over de grens heeft onder meer Japan een speciale eenzaamheidsminister aangesteld. In 2023 verklaarde de WHO het als een niet te onderschatten gezondheidsprobleem.
Het lastige met het bepalen van wat eenzaamheid is – en dus ook met de pogingen er iets zinnigs en blijvends tegen te doen – is het gebrek aan eenduidigheid. Of je je eenzaam voelt, is nu eenmaal subjectief. Bovendien is eenzaamheid een containerbegrip, wat het bepaald niet overzichtelijker maakt. Iedereen gebruikt het begrip en verstaat er weer iets anders onder, om te beginnen omdat er verschillende ­soorten eenzaamheid zijn. Er is die sociale vorm (je hebt minder contact met anderen dan je zou willen, wat het meest voorkomt bij ouderen), de emotionele (je hebt in nummers genoeg mensen om je heen, maar je mist intimiteit en een hechte band) en existentiële eenzaamheid (ronddolen in de samenleving met een zeurend gebrek aan zingeving en een gevoel van verlorenheid). Ook als je hip & happening bent en ogenschijnlijk alles hebt, kun je je hierdoor wanhopig voelen.

IEDER Z’N EENZAAMHEID
En dan moeten we, hoewel ze veel met elkaar te maken hebben, eenzaamheid ook nog onderscheiden van sociale isolatie, van ­feitelijk alleen zijn. Soms loopt het synchroon: sommige mensen zijn diep ­eenzaam, wonen alleen en spreken op dagelijkse basis bijna niemand. Maar dat is lang niet altijd zo. Je kunt je heel eenzaam voelen binnen een gezin met zes kinderen of in een studentenhuis met twaalf huisgenoten die allemaal meer lol lijken te hebben dan jij. Anderzijds bestaan er mensen die sporadisch contact hebben met één jeugdvriend of af en toe een praatje maken met één aardige buurman en daar al behoorlijk mee in hun sas zijn.
Een deel van de eenzaamheid in een land wordt verklaard door wat ze bij Lonely-EU ‘systemische factoren’ noemen, zoals armoede, discriminatie en huisvestingsobstakels: studenten die noodgedwongen bij papa en mama op een zolderkamer wonen omdat ze geen kamer kunnen vinden in hun studentenstad of niet zo mobiele tachtigplussers die eigenlijk niet meer goed op zichzelf kunnen wonen, maar voor wie elders geen plek is. Zouden we eindelijk eens alles op alles zetten om die grote problemen flink te verkleinen, dan leidt dat ongetwijfeld vrij snel tot minder eenzaamheid.
Incidentele gevoelens van eenzaamheid horen bij een mensenleven. Daar is iedereen in het veld het wel over eens. Merkies: “We lopen er meestal tegenaan in scharniermomenten, zoals het overlijden van een dierbare, een relatiebreuk, of een verhuizing naar een plek waar je nog niemand kent. Het is niet fijn, maar het is ook een nuttig signaal om ervoor te zorgen dat je je verbindt met andere mensen.”

MAKKELIJK PRATEN
Die woorden ken ik van sessies bij een Amerikaanse psychotherapeut waar ik ooit naartoe ging. Het was in de tijd dat ik heftige ­paniekaanvallen kreeg, nadat ik naar New York was verhuisd om bij mijn spannende ­verkering te kunnen zijn. Die lover had het daar op elk vlak, dus ook sociaal, uitstekend voor elkaar. Mijn ‘I’ll take Manhattan’-kwaliteiten daarentegen beperkten zich tot in mijn eentje langs wonderlijke winkeltjes in Chinatown dwalen op vrijdagavond, met een noedelsoep to go, ­terwijl ik tegen de verkering zei dat ik iets ging drinken in een supercoole bar met vrienden die ik kende van … nou ja, die ik kende. Ik was niet alleen, want o zo verliefd en ik had ook nog een lieve vader die aan de Upper West Side woonde, maar good Lord, wat was ik godsgruwelijk eenzaam.

‘PUBERS ZIJN
HET VERLEERD
OM NAAR
BUITEN TE
GAAN EN
FACE TO FACE
CONTACT
TE MAKEN’

Ziva, mijn therapeut, vond dat prima. Ze zei iets van: “Het is ­eigenlijk een heel gezonde emotionele reactie om je nu enigszins eenzaam te voelen. Het geeft je een prikkel om de tv uit te zetten, iets leuks aan te trekken en naar buiten te gaan op zoek naar eyeball-to-eyeball contact waar hopelijk vriendschap uit voortkomt.”
Makkelijk praten, dacht ik terwijl ik me, terug in Chinatown, liet omringen door Chinese honderdplussers, die vol bewondering toekeken hoe een collega-honderdplusser voor zijn winkel schildpadjes zo groot als een pinknagel sneed uit houten blokjes. Om daarna in mijn eentje de zoveelste smaak van de Chinatown Ice Cream Factory te proberen (dat is wel echt een aanrader, trouwens). Maar Ziva had natuurlijk gelijk. Uit pure contacthonger werd ik lid van een soort schrijverswerkplaats, waar ik vrienden heb gemaakt met wie ik nu, bijna vijftien jaar later, nog op vakantie ga.

HET JUK VAN DE VRIJHEID
We bestaan in het samenzijn, is de stellige overtuiging van de Vlaamse psychiater en schrijver Dirk De Wachter. In een mooie verzameling essays over eenzaamheid van Movisie, kennisinstituut voor sociale vraagstukken, zegt ook hij dat het een struikelsteen van alle tijden is. ‘Je zal maar een homoseksuele jongen zijn in een gereformeerd dorp in de jaren vijftig in de Nederlandse samenleving. Ik kan me voorstellen dat die ­eenzaamheid verschrikkelijk moet zijn geweest. Maar we zijn uit het paradijs verdreven. Het is het lot van de mens om te worstelen met zijn eenzaamheid; perfect zal het nooit meer zijn.’ Tegelijkertijd wijst De Wachter in zijn essays op de verschillende maatschappelijke ­ontwikkelingen die in onze tijd hechting, verbinding en gemeenschapszin compliceren: de prestatiemaatschappij, explosieve verstedelijking, ­individualisering (‘het juk van de vrijheid’), het verbrokkelen van (familie-)relaties en de digitale revolutie. Bijzondere wetenswaardigheid: wereldwijd hebben al vijftig miljoen mensen een relatie met een AI chatbot.
Dat brengt mij terug bij de tiktokkies en de eenzaamheidstrend van nu, die in neonletters boven de materie hangt: jongeren (tot ongeveer dertig jaar) zijn eenzamer dan ooit. Het is zichtbaar in alle landen, betrokken bij Lonely-EU, zegt de Duitse psycholoog Maike Luhmann, die in Amsterdam is voor de kick-off van het project. “Voor de pandemie richtte onderzoek zich vooral op eenzaamheid onder ouderen. En dan heb ik het niet over 65-, maar over tachtigplussers. Zij zijn nog steeds vaak eenzaam, logisch ook, want hun partners en vrienden gaan dood, ze zijn minder mobiel en hebben kwalen, maar heel opvallend is dat de jongeren hen inhalen. Die zijn, in tegenstelling tot alle andere leeftijdsgroepen, eenzamer dan vóór de pandemie. Jonge vrouwen, met name tussen de 16 en 24, zijn relatief het eenzaamst. Hoe dat komt, weten we niet precies. De studies zijn nog niet sluitend, en er zitten meerdere kanten aan.”
In Nederland spelen de vrij lange lockdowns tijdens de corona­pandemie waarschijnlijk een rol, zegt Luhmann. “We weten uit de ontwikkelingspsychologie dat je in je jeugd zekere gebeurtenissen doormaakt die cruciaal zijn voor hoe je later gebakken bent. Neem zestienjarigen. Wat doen die normaal gesproken? Ze gaan uit, brengen steeds minder tijd door met hun ouders en meer met vrienden, ze hebben hun eerste seksuele ervaringen. Ze leren, kortom, de sociale wereld te navigeren. En dat vinden ze nu moeilijker. Een aanzienlijk deel van de jongere generaties is verleerd om daadwerkelijk naar buiten te gaan en face to face contact te maken.”

‘HET
GROOTSTE GELUK
ZIT ’M TOCH IN
BETEKENISVOLLE
MOMENTEN DIE
JE DEELT MET
ANDEREN’

SMARTPHONE ALS COMFORT ANIMAL
Het is volgens haar te kort door de bocht om het leeuwendeel van de schuld neer te leggen bij smartphones en sociale media, al erkent ze dat westerse jongeren, net als bijna iedereen trouwens, vastgekleefd zitten aan hun scherm en gebiologeerd zijn door hun online bestaan, op een manier die op z’n minst opvallend is. “Je zal mij niet horen zeggen dat sociale media de duivel zijn. We moeten er met nuance naar kijken: de digitale revolutie pakt voordelig uit voor sommigen en is schadelijk voor anderen. Anderzijds geloof ik niet dat we de focus op online leven los kunnen denken van een andere trend onder jongeren, namelijk dat ze niet alleen eenzamer zijn maar ook veel meer psychologische problemen hebben. Depressies, angststoornissen, concentratieproblemen: het gaat allemaal door het dak.”
Judith Merkies voegt eraan toe dat initiatieven om iets te doen tegen eenzaamheid zich – naast op ouderen – veel meer moeten richten op jongeren. “Het moet allebei, want we weten dat mensen die in hun jeugd eenzaam zijn, grote kans lopen eenzame volwassenen te worden. Daarom zou het ook goed zijn ervoor te waken dat jongeren zich al te behaaglijk wentelen in het alleen-zijn, met hun smartphone en socials als comfort animal. Leuk dat het er is, maar de telefoon kan nooit een totale vervanger zijn van fysieke interactie. Je moet naar buiten, je sociale spier trainen. Ons biologische verlangen naar een connectie met medemensen blijft, of we er nu naar luisteren of niet.”
Ik ben geen wetenschapper, maar in mijn woonplaats Amsterdam struikel ik over mensen die last hebben van wat mijn New Yorkse therapeut civil inattention noemde: beleefde terug­houdendheid, voortvloeiend uit een soort awkward, bijna doorgeslagen, respect voor (eigen) privacy, die hen ervan weerhoudt de aanwezigheid van een onbekende in de buurt van hun aura met interesse te erkennen. Of dat zelfs eng vinden. Het lijkt mij een open deur dat daar een gevoel van eenzaamheid op de loer ligt. Er is grappig onderzoek van een Amerikaanse socioloog die in een metrostation aan zomaar wat forensen vroeg om een voorspelling: hoe zouden ze zich voelen als ze tijdens hun gebruikelijke rit met een vreemde zouden praten? De meeste reizigers voorspelden een fijnere reis als ze gewoon in zichzelf verzonken mochten blijven. Vervolgens kreeg de ene helft de opdracht precies dat te doen. De andere helft werd verzocht een praatje te maken met een onbekende. Achteraf bleek dat die laatste groep positiever en vrolijker op kantoor verscheen.
Merkies kijkt daar niet van op. “Als het om ons mentaal welbevinden gaat, weten we al jaren dat het grootste geluk niet zit in Grote Gebeurte­nissen, maar in kleine betekenisvolle momenten met je dierbaren, én ook met mensen die je buiten je cirkel ontmoet. Een compliment over je schoenen van zomaar iemand op straat, een glimlach van een fietser die naast je staat bij het stoplicht; daar worden we heel blij van.”
En dan ’s avonds ondanks lichte tegenzin tóch de kroeg in met je matties. #HappyYouDidn’tCancel – ik kom eraan! Voor je het weet heb je een compliment over je ongelooflijke lange benen (in die ene broek dan) aan je fiets hangen.•

Meer lezen over eenzaamheid? check linda.nl/dossier-eenzaamheid