Annemieke hoopte op een fijn, burgerlijk leven. Ze kreeg een chagrijnige man die vreemdging.
“Hij was 1.94 meter en had bruine puppyogen. Eigenlijk een doodnormale kerel. Precies zoals ik een doodnormale meid was. Het leek allemaal zo veel belovend, alsof niets mis kon gaan. We leerden elkaar zes jaar geleden kennen in de kroeg, en al snel bleek dat wij onder dezelfde omstandigheden volwassen waren geworden. Wij hechtten waarde aan dezelfde dingen. Dat wil zeggen, niks spectaculairs, maar een comfortabel leven zonder al te grote verrassingen.













