In de nieuwste aflevering van Winter Vol Liefde hoopt Monique op hulp van Wim in haar Zwitserse chalet, maar dat blijkt minder vanzelfsprekend dan gedacht.
Van beddengoed tot wasmiddel: de kleinste klussen zorgen al snel voor twijfels.
Bedden afhalen
Monique heeft deze aflevering een aantal kleine klussen op de planning staan, want dat hoort er nu eenmaal bij als je een B&B runt. Ze kijkt uit naar de hulp van Wim, want extra handen zijn geen overbodige luxe. Terwijl Monique bezig is met het verschonen van de bedden, vraagt ze hem te helpen met het afhalen van het beddengoed van de slaapbank. Ze legt uit dat hij het er netjes uit moet trekken en daarna moet opvouwen.
Wim reageert verrast: “Opvouwen ook nog? Het gaat toch meteen de wasmachine in?” Monique reageert geïrriteerd en zegt dat ze het dekbed bedoelt.
“Hij woont op zichzelf, maar het lijkt alsof hij nog nooit een bed heeft afgehaald.” Voor Monique voelt het alsof Wim voor een vakantie gekomen is, terwijl zij juist aan het werk moet.
De eerste twijfels
Even later vraagt Monique of hij het dekbed buiten wil uithangen. Wim loopt naar buiten, maar gaat vervolgens in het zonnetje op zijn telefoon zitten.
Monique vertelt ondertussen over wat er die ochtend is voorgevallen: “Ik had zijn ontbijt neergezet, maar dan verwacht ik wel dat je het opruimt, of het op zijn minst in de keuken zet. Dat is toch niet zo vreemd?”, zegt ze. “Hij is er pas één dag, misschien wordt het nog wat. Maar als het vandaag of morgen niet beter wordt, dan twijfel ik.”
Bij de wasmachine merkt Wim dat Monique geïrriteerd is en dus vraagt hij: “Heb je moeite met vragen of ik mee wil helpen met klusjes?”, vraagt Wim. “Nee”, antwoord Monique, “maar je kan het ook gewoon uit je zelf doen.”
Wim stopt het beddengoed in de machine en vraagt of er een tablet in moet en of het plastic eraf moet. Monique legt uit dat het tablet gewoon los in de machine kan. Toch doet Wim het tablet vervolgens in het bakje waar normaal gesproken de vloeistof in gaat. “Heb je het nou in het bakje gedaan?”, vraagt Monique. Ze noemt het later een beetje onhandig en zegt: “Misschien is hij ook wel zenuwachtig, ik weet het niet. Ik zie het niet aan hem.”