Toen ik moeder werd, verloor ik iets. Niet mijn scherpte, ambitie of wil om te werken. Mijn tolerantie voor onzin verdween. Ik heb minder geduld voor eindeloze besluitvormingstrajecten, vergaderingen die ook een e-mail hadden kunnen zijn en diezelfde vergadering die eindigt met het vreselijke ‘wat verder ter tafel komt’, waardoor het vaak langer duurt dan nodig.
Sinds ik moeder ben, werk ik veel gerichter. Ik weet wat belangrijk is en wat niet en ik durf sneller knopen door te hakken. Mijn tijd is te waardevol geworden om langer over iets te doen dan nodig. Een les die ik niet heb geleerd binnen de kantoormuren, maar die iedere dinsdag wordt herhaald als ik met mijn zoontjes (2 jaar en 6 maanden) thuis ben. Die dag staat in het teken van schakelen, onderhandelen, plannen, improviseren, conflicten oplossen, emoties reguleren en ondertussen zorgen dat iedereen eet, slaapt en min of meer heel blijft. Om 18.00 uur ben ik moe, maar voldaan. Ik laat de keuken achter in een staat van beleg en zak weg in een welverdiend bad met een boek. Mom is out of office.
'Niemand vraagt een puber wanneer die ‘weer de oude’ is, waarom verwachten we dat wel van moeders?'


















