Actrice Barbara Sloesen (37) is samen met muzikant Joost Hofman (33). Samen hebben ze zoon Shaffy. Voor LINDA.mini schrijven ze een duo-column.
BARBARA
Als je mij vraagt: ‘Hoe oud was je toen je wist dat je actrice wilde worden?’ Dan heb ik daar geen antwoord op. Het enige wat ik weet, is dat er nooit een andere optie is geweest. Geen plan B.
Misschien dat ik een weekje dacht dat binnenhuisarchitect worden ook wel vet zou zijn. Maar eigenlijk weet ik niet beter dan dat ik naar de toneelschool wilde en actrice zou worden. Het was niet eens de vraag of het wel zou lukken. Ik ging het gewoon doen. Zelfs toen mensen om mij heen zeiden dat ik beter naar de universiteit kon gaan, ‘want er is toch geen geld te verdienen met acteren’, dacht ik: nee, ik word actrice. Ik bén actrice.
In een vol restaurant zingen voor mijn opa en oma, omdat ze veertig (inmiddels vijfenzestig!!) jaar getrouwd waren? Geen probleem. De hoofdrol in de schoolmusical? Hell yes. Ik kan me niet herinneren dat ik het eng vond, of dat ik onzeker was. En vroeg me ook niet af of mensen het wel goed of leuk zouden vinden. Ik deed het gewoon.
Tot ik naar de toneelacademie in Maastricht ging. Daar vond ik iedereen in mijn klas geweldig. En ergens tussen al die getalenteerde mensen moest ik mezelf ervan overtuigen dat ik toch écht ook was aangenomen. Tijdens die vier studiejaren meldden zich dan ook aardig wat kritische stemmen in mijn hoofd. Soms waren ze oorverdovend luid. Soms leken ze alleen nog maar gefluister.
Door de jaren heen zijn er ook andere stemmen bijgekomen. Stemmen van lef. Van durf. Van gewoon doen. Maar dat neemt niet weg dat ik regelmatig nog onzeker ben. Dat ik het spannend vind als een film in première gaat. Dat ik twijfel aan mezelf als ik auditie doe voor een nieuwe rol. Dat ik altijd dat irritante stemmetje hoor: ‘Nu val je door de mand.’
Barbara: 'Thuis voel ik me moeder, buiten de deur heb ik last van imposterssyndroom'
Soms zou ik weer even kind willen zijn. Gewoon alles doen zonder eerst te bedenken wat iedereen ervan vindt. Niet nadenken of mensen me leuk vinden. Of ik het wel goed doe.
Nu ik moeder ben en met die ogen naar Shaffy kijk, kan ik niet anders dan durven. Ik wil dat hij ten alle tijden durft te gaan voor wat hij wil. Dat hij vooral durft te proberen. Dat hij niet eerst honderd keer nadenkt over wat er mis kan gaan voordat hij überhaupt begint.
Dat is wat Joost en ik vanaf volgende week ook gaan doen. We gaan samen het theater in. We durven samen het toneel op te stappen en delen daar onze liefde voor elkaar, voor muziek, voor acteren en voor Shaffy. Het voelt alsof we met onze billen bloot gaan. Misschien zijn er straks weer kritische stemmen. Misschien denkt iemand: wat denken jullie wel niet?
Maar we doen het gewoon. Misschien is dat wel precies wat ik Shaffy wil meegeven. Dat je soms niet hoeft te weten of iets gaat lukken. Dat je het gewoon mag proberen. En later hoop ik dat hij zegt: ‘Mijn ouders durven alles. Toen ik negen maanden was, stonden ze zelfs al samen op het toneel.’
JOOST
Vroeger wilde ik dolfijnentrainer worden. In elk vriendenboekje, spreekbeurt of verjaardagspartijtje sprak ik het met trots uit. Later zou ik op de neus van een dolfijn door Harderwijk paraderen.
Zoals dat wel vaker met dromen gaat, worden ze naarmate de jaren verstrijken bijgeschaafd tot ze realistischer zijn. Voor je het weet, zit je onder een tl-lamp op een kantoor. Twee tuimelaars op de achtergrond van je computer. Óf je komt erachter dat het wellicht tóch niet zo ethisch en diervriendelijk is om dieren in een klein bassin rond te laten zwemmen. Ook de aflevering van het programma Rambam, waarin ze lieten zien dat dolfijnen afgetrokken werden, vergrootte mijn ambitie allerminst. Enfin.
Onlangs kreeg ik de vraag wat ik vroeger later wilde worden. Waar er bij kinderen een bepaalde magie hangt rondom deze vraag, heeft het in het latere leven iets treurigs. Sta je dan, als 34-jarige te verkondigen dat je dolfijnentrainer wilde worden. Anderen in de groep gaven ook flamboyante antwoorden. Danseres! Piloot! Muzikant!
Een grabbelton van gelukzalige carrières, die ligt te verstoffen in ons dromerige verleden. Zelf kwam ik na mijn tiende levensjaar nooit meer in het Dolfinarium. Ik deed drie maanden de School voor Journalistiek (Harderwijk had inmiddels plaatsgemaakt voor het Mediapark; de stoel van Matthijs van Nieuwkerk was mijn nieuwe bassin) en belandde per toeval in een baan waar ik met voetballers ging werken. Ongetwijfeld een verfrommeld papiertje in de grabbelton van anderen, maar zelf bleef ik dromen van het podium.
Toen ik Bar ontmoette, was een van de dingen die ik zo in haar bewonderde (naast haar ogen, lach, humor, empathie, sympathie, kledingstijl, kookkunsten; ze leest mee terwijl ik deze zin opschrijf): haar tunnelvisie. Ze was actrice. Ze is actrice. Ze blijft actrice.
Ik was een soort van manager van sporters, een soort van podcasthost, een soort van politiek adviseur, een soort van muzikant. Zo veel mogelijk, om wellicht in zo weinig mogelijk te kunnen falen. Maar we maakten wel muziek samen. Fles wijn op tafel, zingen, schrijven.
Door de jaren heen nam ze me soms mee in haar tunnelvisie, maar waar bij haar altijd licht aan het einde was, werd het voor mij soms te donker. Ik kon niet over mijn lippen krijgen dat ik muzikant was. “Je treedt toch op en hebt muziek op Spotify?”, moedigde ze dan aan. Dat was maar. Maar een muzikant? Maarten van Roozendaal, Thomas Acda, Diggy Dex: dát zijn muzikanten.
En dan word je vader. Het moment dat een dag opeens veel minder dan 24 uur lijkt te hebben. Een goede nachtrust lijkt onbereikbaar, een gestructureerd leven nóg verder weg: de dromen van vroeger in een ander universum. Bar en ik moeten soms werken om versies die we waren niet te vergeten.
En toch: elke week repeteren we één keer voor onze voorstelling. Samen met onze regisseur Ivar van der Walle spreken we af in een studio. Bar de actrice, Ivar het grootste talent uit de kleinkunstwereld en ik: voormalig aspirerend dolfijnentrainer. Het begin van een goede mop, óók het begin van onze gezamenlijke droom.
In die paar uur zijn we weer kleine kinderen. Zijn we weer Joost & Bar van vroeger. Vanaf volgende week gaan we het theater in. Theatermaker, het was niet te vinden in mijn grabbelton. Daarom wil ik Shaffy meegeven om zo veel mogelijk dromen te hebben. Er komt er ongetwijfeld eentje uit.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Vanaf 6 november staan Barbara Sloesen en Joost Hofman met hun voorstelling Ouder worden in verschillende theaters door het land.
Joost: ‘Ik wil dat mijn zoon later worstelt met wiskunde, niet met wie hij is’


























