
25 jaar deed presentator Pieter van der Wielen erover, maar toen had hij wel alle hotels uit de Guide de Charmé Des Hotels De Paris 1999 bezocht. Hij schreef daar een vermakelijk boek over. Lees en lach.
HÔTEL COSTES
Als er één hotel is waar ik zeker zal terugkeren dan is het Hôtel Costes. Niet dat ze me nou erg aardig behandelden, dat eerste weekend, integendeel. Het hele weekend werd ik behandeld als iets dat door de kat was uitgekotst en niet meer uit het tapijt ging. De reden om toch altijd weer naar Costes te willen terugkeren is de geur. Ik ken geen hotel waar het zo lekker ruikt. Toen zijn hotel net open was liep eigenaar Jean-Louis Costes trots als een pauw door de gangen van zijn levenswerk toen een vrouw op hem afliep en hem onomwonden vertelde dat het er stonk. Hoewel beledigd vroeg Costes wie ze was. De vrouw, Olivia Giacobetti heette ze, bleek te werken bij een parfumhuis in Grasse in de Provence. Ze kreeg meteen de opdracht een eigen geurplan voor het hotel te maken. Sindsdien hebben veel hotels geprobeerd de geur van Hôtel Costes te imiteren, maar zijn er niet in geslaagd. Het is ook moeilijk de geur te omschrijven. Ik zou iets kunnen zeggen over sinaasappel en mahonie, maar daar gaat het niet om. Het ruikt zwoel, alsof er elk moment iets kan gebeuren. En dat is ook wel zo: hier kan altijd iets gebeuren. Het is onmogelijk deze plek te omschrijven zonder tot namedropping te vervallen. Onmiddellijk na de opening halverwege de jaren negentig werd Hôtel Costes de plek waar rijk en beroemd Parijs zijn successen kwam vieren. Ook internationale sterren zoals Beyoncé, Madonna, Rihanna, ik zou oneindig kunnen doorgaan, iedereen sliep hier. Het is de plek waar Johnny Depp ooit Vanessa Paradis schaakte.
De oorspronkelijke entree van Hôtel Costes aan de Rue de Castiglione doet met zijn rode lampen en dikke tapijt denken aan een chic negentiende-eeuws bordeel. Het is tegenwoordig de snelste weg naar het restaurant waar je ook als je er niet logeert een niet heel bijzondere clubsandwich van 45 euro kunt eten (wat ik meteen zeer zou aanbevelen). De nieuwe ingang aan de Rue Saint-Honoré heeft meer grandeur. Je komt aan in een ruime hal en alles ademt luxe. In de dagen voor ik er ga logeren kijk ik bij wijze van voorpret op internet naar de recensies. Dat kun je beter niet doen, omdat de meeste mensen nou eenmaal altijd boos zijn. Ik lees vele berichten van mensen die zich verheugden op een weekend tussen de sterren en vervolgens boos zijn dat ze zelf niet als ster worden behandeld. Ik maak me er vrolijk over, want het was niet in me opgekomen dat mij dezelfde ontvangst zou wachten. Zodra ik zelf één stap over de drempel zet word ik door de portier tegengehouden (als een keeper die een lastige bal nog net weet te stoppen). “Ik heb een kamer geboekt”, zeg ik vriendelijk, waarop de man me zuchtend, tergend traag van top tot teen opneemt en met zichtbare tegenzin naar de receptie brengt. Bij de receptie krijg ik een vierdubbele eye roll. “Vooraf betalen”, sist de receptioniste. Ook nadat ik 1400 euro voor enkel de overnachting (twee nachten) heb gepind, verdwijnt de weerzin van het kader geen seconde. Ik moet mijn creditcard voor 1000 euro garant laten staan voor het geval ik iets uit de minibar neem.
“Zo armoedig zie ik er toch weer niet uit?” vraag ik die avond bij een fles champagne in het restaurant aan mijn geliefde die door het personeel (gelukkig maar) wél met alle egards wordt behandeld. “Wat wil je dat ik zeg?”, antwoordt ze glimlachend. De man aan de tafel naast ons, die net in zijn eentje zijn derde fles Billecart-Salmon-champagne heeft weggeslagen, draagt een gescheurde broek met vlekken en een veel te ruim jasje. “Hij ziet er toch ook niet bepaald gekleed uit?”, probeer ik. “Ja maar dat is allemaal Ba-len–cia–ga”, weet de geliefde.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
































