
Het einde van 2025 is in zicht, hoog tijd om terug te blikken en vooruit te kijken. Ilse Warringa neemt daarbij geen blad voor de mond.
DIT JAAR WERD IK VIJFTIG EN KREEG IK INEENS ONGEBREIDELD TE MAKEN MET DE TERING EN DE TYFUS. Het begon in de maand februari: de plotselinge agressie die zich van mij meester maakte. De pistolen tegen hoofden, de messen in ribben, mijn vuisten tegen wangen en de verklaringen van haat met het nare ‘k’-woord ervoor: het speelde zich gelukkig allemaal veilig af in mijn gedachten. Maar ik wist dat het eruit moest, anders zou het vanbinnen aan me gaan vreten en volgens sommige mensen krijg je daar daadwerkelijk ‘k’ van.
Dus begon ik hardop mijn verwensingen te uiten en de agressieve beelden in mijn hoofd uit de doeken te doen. Niet direct aan de personen in kwestie natuurlijk, want daarvoor ben ik te laf, maar wel direct óver de personen in kwestie, lekker veilig aan mijn – inmiddels bezorgde – echtgenoot. Geschrokken informeerde hij of het wel goed met me ging, waarna hij op zijn beurt de wind van voren kreeg en uiteindelijk besloot er maar niet meer naar te vragen. Wel liet hij steeds vaker het woord ‘therapie’ vallen, achteloos en nonchalant, tussen neus en lippen door. Een woord dat als een rode lap op een stier werkte, want ‘Hoezo moet IK in therapie als dat k-wijf zelf knettergek is en gewoon normáál moet doen?!’

‘MIJN MAN
LIET STEEDS
VAKER
NONCHALANT
HET WOORD
‘THERAPIE’
VALLEN’
Ondertussen schreef ik een vrolijke komedie over de gezusters Brontë, die tijdens hun leven met longtering en vlektyfus om de oren geslagen werden, om maar te zwijgen van tbc. Alsof ik mezelf met m’n eigen woorden besmette, begon ik mensen van de weeromstuit hartstochtelijk de tering en de tyfus toe te wensen, met dodelijke afloop, omdat deze ziektes vriendelijker klinken dan die andere nare dodelijke ziekte. Uit altruïsme dwong ik mijzelf om tyfus of tering te gebruiken als scheldwoord, maar dat andere scheldwoord, met die twee verrukkelijke keiharde k’s, had zich al te hardnekkig in mijn systeem genesteld. Niets woog op tegen hartstochtelijk vloeken en schelden met k, in de veilige omgeving van thuis. ‘Wat een teringdag’ of ‘Wat een tyfussituatie’- het klonk ineens een stuk milder dan het kwalificeren van de dag en de situatie met die andere terminale ziekte. En die mildheid: het werd tijd om daar maar eens mee af te rekenen. Ik was m’n leven lang te mild geweest, veel te mild. Net als de Brontë-zussen moest ik mijzelf maar eens onthullen, m’n ware gezicht laten zien. Misschien dat die agressieve beelden en dat gescheld dan vanzelf zouden verdwijnen. “Dat doe je dus bij therapie”, opperde mijn man, nog altijd voorzichtig.
Toen werd ik vijftig. De zon scheen, de vogeltjes kwetterden en ik barstte in de armen van mijn echtgenoot in tranen uit. “Wat een tyfusleeftijd”, snikte ik, trots dat ik het ‘k’-woord niet gebruikte. “Ik kan niet geloven dat ik die tweede teringhelft nu al in ga, de overgang is te groot …” De vlektyfusovergang. De dood zit me op de hielen, dus voor het eerst van m’n leven appte ik een therapeut.•
cv
Ilse Warringa GEBOREN 1 juni 1975 in Dalfsen IS actrice en scenarioschrijfster STUDIE Hogeschool voor de Kunsten in Zwolle TV Welkom in de jaren .., Vlogmania, Voetbalouders THEATER De onverwoeste zusters van Hoogezand-Sappemeer (t/m februari) WOONT met haar man, zoon en dochter in Amsterdam.
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.258 Wat niemand ziet lees hier het hele magazine.
Cabaretier Lisa Loeb: ‘In het nieuwe jaar stoppen we met vragen en beginnen we met eisen’














































