‘Solo vrouwen floreren vaker dan solo mannen’
doorKarin Swerink

Ik ben geen single van nature. Ik had mijn eerste serieuze relatie op m’n vijftiende en bleef daarin tot ik ongeveer veertig was. Eén lange draad, één voortdurend wij-verhaal. En toen, na mijn scheiding, stond ik voor het eerst sinds de middelbare school alleen. Die periode begon nogal rommelig. En natuurlijk voelde ik veel verdriet. Maar na een poosje gebeurde het onverwachte: ik voelde rust. Niet de rust van een wellnessweekend, maar de rust van: oh ja, zó voelt het als je leven van jou is. De rommel in huis? Van mij. De lege bankrekening aan het eind van de maand? Volledig veroorzaakt door mijn eigen impulsaankopen. Koken, werken, niets doen, slapen, plannen: allemaal van mij.
En ergens in die dagelijkse chaos ontdekte ik iets wat ik nooit eerder wist, omdat ik altijd in een relatie had gezeten: ik vond mezelf eigenlijk een heel prettige huisgenoot. Ik leerde opnieuw naar mijzelf te kijken. Een soort zelfreparatie.
Wat me opvalt en wat uiteindelijk de basis werd voor dit nummer, is hoeveel vrouwen er zijn die óók zo’n moment van helderheid hebben. Vrouwen van dertig die niet passief wachten op liefde, maar in hun eentje een huis kopen of op reis gaan. Vrouwen van vijftig die ontdekken dat een relatie niet per se beter voelt dan alleen zijn. Vrouwen van zestig die aan hun tweede jeugd beginnen.
Naar verwachting is in 2050 de helft van alle huishoudens een eenpersoonshuishouden. Vrouwen voeren nu al de lijst aan: ons land telt 1,7 miljoen single vrouwen, tegenover 1,3 miljoen mannen. En ook al wonen er meer vrouwen dan mannen in Nederland en leven ze langer dan mannen, toch zou het cijfer iets kunnen zeggen over een maatschappelijke trend. Over keuzes, over vrijheid, over het besef dat liefde mooi is, maar dat een relatie geen maatstaf hoeft te zijn voor een gevoel van slagen. Onderzoekers zien het ook: solo vrouwen floreren vaker dan solo mannen. Ze hebben bredere sociale netwerken, voelen zich sneller stabiel na een breuk en zijn minder afhankelijk van een partner voor emotionele steun. En toch blijft het stigma van de zielige vrijster bestaan. Zodra vrouwen even single zijn, begint het: ‘Hoe kán dat nou? Je bent toch zo leuk!’ en: ‘Ach, jouw tijd komt nog wel.’ Alsof je leven op pauze staat. Alsof er iets fout is gegaan.
Mijn eigen singleperiode duurde uiteindelijk twee jaar. Daarna kwam er weer liefde in mijn leven – warm, goed, veilig. Ik stapte die relatie enorm verliefd, maar ook heel anders in dan vroeger. Steviger en meer rechtop. Minder bang ook. Want ik wist inmiddels dat ik prima in mijn eentje kan zijn.
De vrouwen in dit nummer laten hetzelfde zien. Single zijn is geen pauzestand, geen mislukt hoofdstuk, geen wachtkamer. Ze hebben het uitstekend naar hun zin. Zoals ik laatst iemand in een podcast hoorde zeggen – zó droog en zó raak: “Wat moet ik met een kamerplant met een rijbewijs?” Vrouwen kiezen niet voor minder, ze kiezen ánders. En steeds vaker: voor zichzelf. En dat is beslist niet zielig.•
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.263 SINGLE LADIES lees hier het hele magazine.
‘Je zoon wil het nooit meer goed maken en je schoondochter vindt jou een schoonloeder’