Editorial

Karin Swerink: ‘Als het leven even te groot wordt, voel je soms diep vanbinnen: ik wil nu mijn mama’

doorKarin Swerink

Tijdens het lezen van de prachtige interviews met covervrouwen Katja, Sonja, gravin Eloise, prinses Laurentien, Susan en Ellie, verderop in dit nummer, moest ik aan mijn eigen moeder denken. Bij dans­voorstellingen, diploma-uitreikingen, verhuizingen; toen mijn kinderen klein waren en er opvang geregeld moest worden was mijn moeder er altijd. Dat was zo vanzelfsprekend, dat ik er jarenlang nauwelijks bij stilstond. Maar het kan ook anders, las ik in het artikel van Laura van der Burgt, Mama was er niet. Dat gaat over de zogeheten moederwond: de pijn die ontstaat als je moeder je als kind emotioneel tekortgedaan heeft.
Natuurlijk heb ik als kind ook dingen gemist – wie kan er nou zeggen dat zijn jeugd perfect was? Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat die gemiste dingen volkomen in het niet vallen vergeleken bij wat ik wél heb gekregen. Liefde. Betrokkenheid. Een warm nest. En een flinke dosis Twentse nuchterheid – ­waaraan ik me overigens nog steeds regelmatig erger. Wanneer mijn moeder merkt dat ik veel op mijn bord heb, stelt ze namelijk al jaren de vraag: “En, heb je het onder controle?” Nee mam, denk ik dan steevast, TOTAAL niet. Ik heb een overvolle agenda, probeer een gezin draaiende te houden en heb vaker het gevoel dat ik achter de feiten aanloop dan ervóór. Natuurlijk heb ik het niet onder controle. Maar inmiddels begrijp ik dat die vraag helemaal niet over controle gaat. Het is haar manier om te vragen hoe het met me gaat. Of ik het nog trek. Of ze iets voor me kan doen.

En blijkbaar verdwijnt de behoefte aan je moeder nooit helemaal. Tijdens de bevalling van mijn dochter schijn ik, tussen alle paniek en pijn door, niet alleen te hebben geroepen dat we misschien beter een puppy hadden kunnen nemen, maar ook: “Ik wil mama!” Toen storm Polly onze boerderij verwoestte en ik door de ravage liep, dacht ik precies hetzelfde. Sterker: ik belde haar meteen. Dat vind ik misschien wel het bijzondere aan de moeder-dochterband. Je kunt zelf moeder worden, een carrière hebben, verantwoordelijk zijn voor van alles en iedereen, maar ergens blijft er altijd een stukje dochter in je bestaan. Een stukje dat denkt: mama moet dit weten. Nu ik ouder word, verandert het contact met mijn moeder langzaam. Ik wil er nu ook vaker voor háár zijn. Even weten of alles goed gaat, een beetje zorgen, iets terugdoen. Dit tot lichte irritatie van mijn ouders zelf, want die zijn naar eigen zeggen nog lang niet oud en hebben helemaal geen behoefte aan zorg. En eerlijk gezegd hebben ze daar ook wel een punt. Misschien is dat uiteindelijk de rode draad van alle verhalen in dit nummer. Dat een moeder-dochterband niet statisch is, maar dat de rollen voortdurend veranderen. Eerst word je verzorgd, dan heb je haar nodig. Vervolgens denk je dat je alles zelf kunt. En uiteindelijk ontdek je dat je elkaar je hele leven nodig blijft hebben. Want onder al die veranderingen blijft één ding altijd hetzelfde. Dat je, als het leven even te groot wordt, diep vanbinnen nog steeds voelt: ik wil mama.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.267 MOEDERS & DOCHTERS lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor ‘We zijn allang niet meer behoeftige Assepoesters, we zijn volstrekt onafhankelijk’‘We zijn allang niet meer behoeftige Assepoesters, we zijn volstrekt onafhankelijk’Lees ook