Editorial

‘We zijn allang niet meer behoeftige Assepoesters, we zijn volstrekt onafhankelijk’

doorLinda de Mol

Fuck die prins op het witte paard! Ja, je leest het goed, ik meen het: fuck him, die eikel!
En nee, dit is beslist geen column waarin ik pleit voor een ­volledig manloos bestaan of de gelegenheid grijp te zeggen dat ik alle mannen klootzakken vind. Dat vind ik namelijk helemaal niet. Ik pleit hier alleen maar voor het definitief loslaten van een totaal irrealistisch plaatje, een ideaalbeeld waar we eigenlijk alleen maar last van hebben. Om erachter te komen waarom de meesten van ons dat plaatje van jongs af aan in hun hoofd hebben zitten, heb ik mijn nieuwe vriend ChatGPT maar eens geraadpleegd.
De prins op het witte paard blijkt geen aangeboren vrouwendroom te zijn, maar een historische achtergrond te hebben. Vroeger, toen vrouwen geen enkele maatschappelijke en economische zelfstandigheid hadden, betekende het vinden van een ‘goede man’ of liever nog een ‘gegoede man’ het verschil tussen bittere armoede en een comfortabel leven. Het verhaal van Assepoester (als kind mijn lievelingssprookje, waar de arme Assepoes wraak nam op haar lelijke, jaloerse zussen met hun te grote voeten door er met de bloedknappe prins vandoor te gaan) stamt dan ook al uit 1697.
Disney ging er in de twintigste eeuw mee aan de haal en zorgde ervoor dat miljoenen meisjes in hun kleine hoofdjes ­fantaseerden: one day my prince will come! Die prins zou knap zijn en rijk en hondstrouw (op zich al een zeer zeldzame combi) en jou uit duizenden andere gegadigden kiezen om eeuwig gelukkig te zijn. Hollywood deed er nog een schepje bovenop door de moderne prinsen in hun romantic comedies niet alleen atletisch gebouwd te laten zijn, met een strakke haar- en kaaklijn, maar ook nog eens invoelend, geestig en zó romantisch en attent.

Met andere woorden, zo’n man die je niet alleen komt redden zoals in sprookjes, maar ook nog eens je soulmate blijkt te zijn.
Ook ik heb gesmuld van Pretty Woman, waarin Richard Gere een rijke zakenman speelt die verliefd wordt op een sekswerker die hij in eerste instantie voor één nachtje geboekt heeft.
Aan het eind ben je zo blij dat hij de sprankelende Julia Roberts voorgoed aan zijn zijde wil hebben dat je volkomen vergeet dat hij het soort man is dat dus wel sekswerkers inhuurt, iets wat je ook best als een red flag zou kunnen zien. Na het zien van de film Four Weddings and a Funeral was ik wég van Hugh Grant. Wat een humor, dat verlegen gestuntel, die trouwe hondenogen … adorable.
Maar Hugh werd kort daarna op heterdaad betrapt met een seksprofessional in zijn auto terwijl-ie toen een relatie had met de absurd mooie Elizabeth Hurley. Naast filmprinsen vallen ook echte prinsen nogal eens van hun voetstuk. Charles wilde de tampon van Camilla zijn, Harry verscheen op een feestje in nazikostuum, Ernst August van Hannover pieste stomdronken in het openbaar, prins Laurent deed financieel schimmige zaken, prins Bernhard verwekte twee buitenechtelijke kinderen, en dat is allemaal nog onschuldig vergeleken bij prins Andrew en de zoon van Mette-Marit van Noorwegen. Nee, wachten op een prins op een wit paard die jou volmaakt gelukkig gaat maken is net zoiets als wachten tot de NS excuses maakt voor een te vroeg vertrokken trein.
En laten we wel zijn: we zijn allang niet meer de behoeftige Assepoesters die zonder prins de erwten uit de as moeten ­vissen, we zijn volstrekt onafhankelijk en kunnen naar elk bal en daar dansen zonder de stress dat de koets een pompoen wordt, want we kunnen prima onze eigen taxi betalen.