Het is vandaag de Internationale Dag tegen Homofobie, Bifobie, Transfobie en Interseksefobie. Redacteur Julia spreekt met ex-collega en vriend Stijn de Vries (24) over het belang van deze dag.
Een aantal jaar geleden was zij er getuige van dat haar vriend Stijn werd lastiggevallen in een bushokje in Utrecht.
Julia: ‘Zonder reden, zonder aanleiding. Enkel en alleen omdat hij op mannen valt. Na minuten, die uren leken te duren, stond ik in de bus met mijn beste vriend in tranen. Tranen die symbool stonden voor een veel groter probleem dan alleen deze gebeurtenis: homofobie. Ik wist dat ik als een cisgender, heteroseksuele, witte vrouw veel privileges heb, maar die avond werd ik op een akelige manier met mijn neus op de feiten gedrukt.’
Stijn, waarom is een dag als deze anno 2023 nog steeds belangrijk?
“Omdat er nog steeds dagelijks geweld is tegen mensen uit de LHBTQIA+-community, fysiek en verbaal. Zelf heb ik het ook meerdere keren meegemaakt. De eerste keer liep ik over straat en riep iemand ‘kankerhomo’ vanuit een auto. We pretenderen in Nederland dat we enorm inclusief en accepterend zijn, wat deels ook zo is, maar niet iedereen is dat. Daardoor is homohaat nog steeds aan de orde van de dag.
Ook is er enorm veel winst te behalen in de media. Daar zie je áltijd heterostellen en als het eens een homostel is, dan is dat echt een ‘ding’. Bijvoorbeeld toen SuitSupply adverteerde met een homostel op de foto. Toen was de wereld te klein, voor de mensen die dat shocking vonden om te zien.”
Er wordt met enige regelmaat geweld gebruikt tegen mensen die hetzelfde als jij zijn en je voelt je niet gerepresenteerd door de media. Wat doet dat met je?
“Ik merk daardoor dat ik anders ben. Gelukkig heb ik vrienden en familie die me wél accepteren zoals ik ben, maar op sommige momenten voel ik me niet op mijn gemak. Dan loop ik ergens en denk ik: mensen zien sowieso dat ik homoseksueel ben. Ik voel me vaak écht een minderheid. Behalve op dagen als Pride en Milkshake Festival of op queerfeesten. Dan voelt het alsof ik de norm ben. En dat voelt heel fijn. Maar ook krom, want als iemand een week later in een roze glitteroutfit over straat zou lopen, zou diegene gewoon weer uitgelachen worden.”
Je zegt dat het op zulke dagen voelt alsof jij de norm bent. Denk je dat er ooit een dag komt dat dat elke dag zo zal voelen?
“Nee, ik denk niet dat die dag zal komen.”

Zeg je ‘nee’ omdat je moedeloos bent geworden van de dingen die jij meemaakt, of omdat dat ‘nee’ een realistisch antwoord is?
“Ik zou willen dat het een antwoord vanuit mijn gevoel was, maar het is denk ik een realistisch antwoord. Er zijn nog steeds landen waar de doodstraf op homoseksualiteit staat. De generatie die nu opgroeit is denk ik wel veel meer openminded. Maar dat zou ook mijn randstadbubbel kunnen zijn. Wanneer je daarbuiten kijkt, zul je zien dat je nog steeds wordt nagekeken en uitgelachen.”
Een aantal jaar geleden werd je lastiggevallen, toen wij samen met nog een vriendin op de bus stonden te wachten. Hoe heb jij die avond ervaren?
“We hadden een onwijs gezellige zomeravond in Utrecht. We hebben heerlijk op het terras gezeten en daarna in een café gedanst. Eenmaal bij de bushalte, wachtend op de bus naar huis, kwamen er twee forse mannen op mij af. Toeristen uit Oost-Europa. Ik droeg een grijs shirt, een zwarte pantalon en een linnen tas. Je kon niet eens zien dat ik homo was. En al kon je dat wel, who the f*ck cares. Ze scholden me uit en stonden met een imponerende houding voor mij. De mannen zeiden dingen als: ‘Are you a sissy?, you are a faggot, you don’t have balls, you are not a real man’.
Ik was totaal van mijn à propos en voelde me bang. Ik wist: als ik nu opsta en er tegenin ga, dan loopt het uit in een gevecht. Ik voelde me tot op het bot vernederd. Jij en de andere vriendin die erbij was gingen er tegenin. Ik had het gevoel dat in de bus stappen mijn enige redding was. Weglopen durfde ik niet, omdat ik bang was dat ze me van achter op de grond zouden slaan. Er was een vrouw die dicht bij ons stond toen het begon, maar die is bij ons weggelopen. Toen de bus er eenmaal was, zei ze tegen ons: ‘Zo, saved by the bus’. Het enige wat ik kon denken was: ja, niet saved door jou.”
Ik weet nog dat ik kookte vanbinnen. Hoe durf je iemand die geen vlieg kwaad doet zo te bejegenen. Ik voelde me opgelucht maar vooral verdrietig toen we in de bus zaten. Hoe voelde jij je?
“Eenmaal in de bus begon ik te huilen. Alle opgekropte spanning en stress kwam eruit en daarnaast was ik enorm opgelucht dat ik veilig en ongedeerd was. Mensen in de bus vroegen wat er was gebeurd, jij legde het toen aan ze uit. Iemand zei toen: ‘Je bent prachtig zoals je bent’ en iemand anders wenste mij een fijne Pride Month, want daar zaten we middenin. Dat gaf me hoop; er zijn rotte appels, maar er zijn ook goede mensen.”
Ik vind het lastig dat jullie (de LHBTIQA+-community) kampen met deze issues en ze vervolgens zelf voor het grootste deel moeten oplossen. Hoe kan iemand zoals ik, die niet in deze community zit, mij inzetten tegen dit soort problemen?
“Grijp in wanneer iets gebeurt, be an ally. Niet alleen wanneer er iets gewelddadigs gebeurt, maar ook wanneer je iemand iets hoort zeggen wat niet oké is. Wanneer een familielid zegt: ‘Nichten dragen alleen maar roze’, leg dan rustig uit dat dit een vooroordeel is en waarom het woord ‘nichten’ niet kan. Lees je goed in en probeer mensen om je heen ook bij te scholen.
Daarnaast is het belangrijk dat de mensen die kunnen zorgen voor meer representatie, dat ook doen. Werk je bij een reclamebureau? Regel eens een homostel voor de reclame van een bouwmarkt. Doordat ik Geer en Goor op tv zag en Troye Sivan op YouTube, wist ik dat er meer mensen waren zoals ik. Ook een boek als Confettiregen van Splinter Chabot of politici als Rob Jetten werken daaraan mee. Ik zal nooit een meerderheid zijn, en dat is ook niet erg. Ik ben namelijk belachelijk blij dat ik gay ben.”
Dit interview verscheen eerder op LINDA.nl op 17 mei 2021.
