Journaliste Joan Makenbach vraagt zich af: wat kun je je kind allemaal vragen als het gaat om klusjes.
Ze keek naar haar eigen opvoeding en vroeg het vriendinnen.

Journaliste Joan Makenbach vraagt zich af: wat kun je je kind allemaal vragen als het gaat om klusjes.
Ze keek naar haar eigen opvoeding en vroeg het vriendinnen.
Mijn zoon Callum was twee, hooguit tweeënhalf, toen mijn vriendin Ilse en haar man op hem pasten, terwijl ik naar mijn favoriete voetbalclub ging. Ik zat nog niet in het stadion, of ze appte dat ze me ging aangeven bij Jeugdzorg wegens kinderarbeid. Ze bedoelde het gelukkig grappend, maar ze wist niet wat ze zag. Callum had zojuist een cakeje gegeten en flink ermee gekruimeld op het kleed. Zonder iets te zeggen was de peuter naar de gang gelopen, had daar de handstofzuiger gepakt en de restjes cupcake opgezogen. Precies zoals ik hem had geleerd.
Nee dit was geen typisch geval van kinderarbeid. Meer: een aandeel geven in het huishouden. Misschien was het stofzuigen wat overdreven – maar hé, hij vond het echte werk een stuk leuker dan zo’n My First Miele-speelgoedding. Callum genoot, zeker in die beginjaren sowieso enorm van helpen. Sokken in de wasmand gooien, zijn beker naar de keuken brengen, Legoblokjes opruimen. Je kon hem niet trotser maken dan hem een taak te geven. Het gevoel dat hij nodig was, dat hij iets bijdroeg maakte hem zichtbaar groter.
Eerlijk gezegd, die lol van het mee willen helpen, verdween wel met een paar jaar. De stofzuiger verloor zijn magie. Als hij nog kruimelde, dan deed hij dat slim: buiten, boven een bord of op momenten dat ik even niet keek. Ook de vele kunstgraskorrels in huis stoorden hem niet. Pas als ik hard zeurde, wilde hij die opvegen, maar nooit meer echt uit zichzelf. Helpen werd iets wat moest, niet iets wat mocht. En dat was ergens ook logisch: hoe ouder hij werd, hoe meer hij ontdekte dat mama uiteindelijk toch wel zou toegeven. Ai.
Van Pokémon tot Labubu: hoe ver gaan ouders voor de rages van hun kind?Lees ook
Bij mijn vriendin Suus, moeder van vier (5, 7, 10 en 12) helpen ze wel allemaal keurig in huis. Bij haar werkt de methode ‘heitje voor een karweitje’ als een malle bij klussen in of rondom het huis. Haar kids vinden helpen prima, maar dan wel even graag uitbetaald in klinkende munt. Een Tikkie voldoet ook. Voor Suus de oplossing: “Vroeger zei ik altijd: in dit huis helpen we gewoon mee. Tot ik merkte dat ‘gewoon’ vooral betekende: ik doe alles en zij lopen erlangs met een boterham in hun hand. Dus nu betaal ik ze. Niet voor alles hoor, tandenpoetsen, je bord en je kamer opruimen blijven gewoon gratis verplicht. Maar extra klusjes? Die hebben een prijs.”
Haar jongste van vijf krijgt 50 cent als hij bladeren aanharkt in de tuin. Dat houdt vooral in dat hij de mooiste bewaart en de rest laat liggen, maar vooruit. De vaatwasser uitruimen: 50 cent. Was vouwen: 1 euro. De container aan de straat zetten: 2 euro (want zwaar werk, zeggen zij). Die van twaalf helpt met koken. Snijden, schillen, roeren in de pannen. Dat kost haar 2 euro, maar ze ziet de kooklessen als een investering. Het nadeel van haar handelsgeest: haar oudste zoon heeft inmiddels een Excel-achtig overzicht in zijn hoofd en vraagt vóór elk klusje: “Oké, mam. Maar wat levert dit op?”
Slim en handig, alleen, ik ben niet van het betalen. Ik vind dat het normaal is dat Callum, inmiddels 15, zijn aandeel heeft in ons huishouden, zonder dat daar iets tegenover staat. Hij mag echt niet klagen over zijn aandeel. Op de vaatwasser uitruimen, vuilniszak wegbrengen én tafel dekken na, hoeft hij weinig te doen. Ja, ik weet het. Al die goede voornemens van het begin, de keurige peuter die zo lekker meehielp, zijn verdwenen.
Mijn toekomstige schoondochter zal me haten. Koken, wassen, strijken; ik kan die keren van hem op één hand tellen. Vaak heb ik, niet behept met veel geduld, het zelf al gedaan. Gaat stukken sneller en ik denk vergoelijkend: ach hij moet een hele dag naar school, nog huiswerk maken, voetballen, werken, gamen.
Maar hij kán het wel. En hij is ook altijd bereid als ik hem vraag. Ben ik pastasaus vergeten, dan loopt hij zonder te kikken naar de supermarkt. Moet er een pakket worden verzonden of opgehaald, fietst hij daar zonder morren heen. Hij bedelt niet om geld. Andersom breng en haal ik hem en zijn beste vriend drie keer per week naar voetbaltraining, koop ik zijn lievelingskrullencrème en zorg dat zijn sporttenue altijd schoon in de kast ligt. Het is een soort stilzwijgende wisselwerking, zonder contract of Tikkie.
Het enige waar ik met Callum echt over heb onderhandeld, is de kat. Hij wilde een poes, wij niet. Dus eten geven, kattenbak verschonen en kammen en borstelen is vanaf dag één zijn taak. Ook al roepen we hem speciaal naar beneden als Lilo heeft gepoept om ‘even te komen scheppen’ en staan we zelf in de gang naast die bewuste stinkende bak. Hij houdt wijselijk zijn mond.
Kinderen van miljonair Wesley doen klusjes als ze iets willen hebben: 'Ik mag niks uitgeven van mijn vader'Lees ook
Mijn vriendin Noor is veel strenger in huishoudelijke taken en plichten. Ze heeft een eigen slijterij en woont alleen met haar dochter van dertien. “We zijn met z’n tweeën”, zegt ze. “Dus we doen het ook met z’n tweeën.”
Haar dochter Fiene dekt elke dag de tafel, kookt, ruimt na het eten de keuken op en zet haar schooltas klaar voor de volgende dag. In het weekend helpt ze met stofzuigen, bedden verschonen en de was vouwen. Boodschappen opruimen is standaard haar taak, net als de hond ’s morgens en ’s avonds uitlaten. Niet omdat ze dat zo leuk vindt of omdat ze ervoor wordt betaald, maar omdat het hoort bij samenleven, aldus Noor. “Ik wil niet dat ze denkt dat een huis zichzelf runt”, zegt Noor. “Of dat mama dat vanzelf wel doet, na een werkdag van tien uur.”
Als ik Suus en Noor zo hoor, besef ik dat er grofweg drie smaken zijn: betalen, strak organiseren of hopen dat het vanzelf goedkomt. Ik bungel ergens daartussenin. Ik geloof heilig in meehelpen, maar ook in snelheid. In duidelijke afspraken, maar óók in toegeven. En waar Noor consequent is en Suus praktisch, ben ik vooral flexibel. Of, zoals mijn vriendinnen het noemen: veel te soft.
Ik denk dat je klusjes aan je kinderen geeft om hen iets te leren, maar stiekem leer je zelf minstens zoveel: loslaten, relativeren en accepteren dat het nooit perfect gaat. Soms zie ik die peuter van toen weer even terug. Als Callum zonder mopperen naar de supermarkt loopt, de kattenbak verschoont of de vuilniszak mee naar buiten sjouwt. Niet altijd vlekkeloos, vaak met een zucht of rollende ogen, maar ach als hij later op zichzelf woont, komt alles vast wel goed.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Help, mijn kind is me de baas! 'We boden vijftig euro voor een hap appelmoes'Lees ook





