Column

‘Knetterverliefd was ik, mijn nieuwe vrouw kon sowieso niks verkeerd doen’

doorClaudia de Breij

Claudia de Breij (51) is cabaretière, zangeres en schrijfster.

Het was het eerste familiefeest waar ze officieel bij was. Officieel, als mijn geliefde. Toch spannend.
Mijn moeder werd zestig, of vijfenzestig, of een ander jubeljaar waarvoor het gepast was een kasteeltje af te huren. “Leuk is ze hoor, Clau”, lispelden lieve tantes mij toe tussen twee gangen.
Mijn vader vond het ook, dat had ik al aan zijn blik gezien. Mijn moeder was nog een beetje gereserveerd. Had ze zich eerst helemaal gehecht aan mijn ex, heel die bruiloft gevierd en alles, moest ze ineens die echtscheiding verhapstukken … dat was allemaal al meer dan genoeg. Nu ook nog enthousiast zijn over een nieuwe geliefde leek te veel gevraagd. Beleefd was ze, uiteraard, ze had ons van harte uitgenodigd samen. Maar dat hart van haar stond nog op een kiertje.
Dat van mijn nieuwe liefde niet. Misschien kwam het doordat we stapelgek op elkaar waren, maar zij stond in alle openheid te stralen in dat kasteeltje tussen de vrienden en familie van mijn ouders.
Andere mensen zouden zich misschien inhouden. Verlegen zijn, voorzichtig.
Zij niet. Ze was hoffelijk, gul, aardig, behulpzaam, al die dingen waarmee je in het gevlij kunt komen bij je nieuwe schoonmoeder. Maar bangig was ze niet. Niet verlegen, niet voorzichtig, gewoon zichzelf.

Knetterverliefd als ik was won mijn adoratie het van mijn ongemak. Voor mij hoefde ze ook niet voorzichtig of verlegen te zijn. Ze deed het sowieso perfect.
“Kom jongens”, riep de fotografe. “Nu een groepsfoto op de ophaalbrug.” Eerst moesten we met z’n allen. Toen alleen met de familie. “Alléén de ­familie jongens, de vrienden mogen vast naar binnen voor de koffie. Jaaa heel mooi, heel mooi.”
Het moment van de waarheid naderde. De familiefoto. Het kerngezin, mét aanhang. De eerste officiële foto met elkaar.
“Zo, kom maar even staan, opa en oma in het midden, kleinkinderen ervoor, kinderen naast opa en oma en …”
“Kom,” riep mijn geliefde vrolijk tegen mijn schoonzusje, “wij gaan lekker aan de buitenkant staan, dan kunnen ze ons er altijd nog afknippen.”
Zo’n lompe grap op zo’n gevoelig moment.
Ik hoorde mijn schoonzusjes mond openvallen, de fotograaf van plaatsvervangende schaamte door de grond zakken en het hart van mijn moeder met donderend geraas opengaan.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.262 DE KOUWE KANT lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor ‘Op onze vijftigfeestjes zingen we gênante liedjes voor elkaar’‘Op onze vijftigfeestjes zingen we gênante liedjes voor elkaar’Lees ook