Sander de Hosson is longarts en zet zich tevens in voor ‘de best mogelijke palliatieve zorg’. Op LINDA.nl deelt hij zijn ontroerendste en heftigste verhalen.
“Sorry hoor”, zegt ze terwijl ze haar jas nog half uittrekt, “ik ben een beetje laat.”
De vrouw van de man met dementie die nu op de afdeling ligt met een ernstige longontsteking en het waarschijnlijk niet gaat halen, komt binnen met een verontschuldiging. We hebben haar gebeld voor een gesprek over hoe het ervoor staat, wat hij nog wil en wat nog kan.
'Tranen wellen op in de ogen van de dochter: 'Ik ben gewoon bang om je kwijt te raken, mam''
“De buurvrouw stond voor de deur. En … sorry, ik ben zo moe. En sorry als ik domme vragen stel.” Ik zie dat ze zich veel zorgen maakt en hoor dat ze sorry zegt alsof ze een vaas omstoot. Maar voordat we ook maar één woord uitwisselen, heeft zij zichzelf al drie keer naar de reservebank gepraat. Mantelzorgers en naasten doen dat vaker. Zich verontschuldigen voor hun verdriet. Of angst. Of tranen.
Voor het feit dat ze al weken op een continu shot adrenaline leven, overdag alleen maar zorgen en ’s nachts niet slapen omdat er elk moment een verandering kan komen in de gezondheidstoestand van een geliefde. “Sorry hoor”, zegt ze nog eens, “maar ik raak soms zo in paniek. Ik weet niet … misschien doe ik het niet goed.”
Dan breekt er iets in mij. Het gebeurt niet uit machteloosheid, maar uit herkenning. Hoeveel mensen hoor ik niet sorry zeggen terwijl ze juist iets doen wat bovenmenselijk is: waken, zorgen, dragen, soms jarenlang. En daar kunnen ze dan ook nog eens aan twijfelen.
Ik kijk naar haar handen, die onrustig over elkaar schuiven. Dat kleine nerveuze dansje dat je doet als je inderdaad niet weet of je het wel goed doet. Maar natuurlijk doet ze dat wel. Zij is de reden dat hij nog zo lang thuis kan blijven. Zij is zijn kompas, zijn anker, het zachte seinlicht in een nacht die maar niet wil opklaren.
'We praten met gemak over de tandenfee of Sinterklaas, maar schrikken als een kind vraagt wat dood eigenlijk is'
“Waarom zegt u nou steeds sorry?”, vraag ik.
Ze haalt haar schouders op, kijkt weg en fluistert: “Omdat ik bang ben dat ik het fout doe. Dat ik niet sterk genoeg ben. Dat ik te veel ben. Of te weinig.”
En dan zeg ik iets wat ik niet van tevoren bedenk, maar wat klopt vanaf de eerste letter: “U bent precies genoeg. En u hoeft voor geen enkel gevoel sorry te zeggen. Niet hier, niet nu, niet ooit.” Ze kijkt me aan, alsof ze even niet weet of ze me mag geloven. Maar dan zakken haar schouders langzaam en voor het eerst zie ik ontspanning in haar lijf.
We gaan naast zijn bed zitten. Haar man ademt rustig als zij zijn hand pakt. Hij knijpt meteen heel zacht terug. Ik zie het, ook al is het heel subtiel, maar het is zo mooi. Ik hoop dat mijn woorden van net ook echt indalen. Geen gesorry meer. Nooit meer. We vragen als maatschappij van mantelzorgers het onmogelijke en toch krijgen ze een schuldgevoel. Dat moet anders. Dat móét anders. Misschien moet dit boven de deurpost van iedere afdeling staan:
“Verontschuldig je nooit en te nimmer voor menselijkheid.”
Want wat hier gebeurt — het zorgen in deze moeilijke tijd, het continu troosten, het wakker blijven terwijl de rest van de wereld slaapt — dat is geen fout. Dat is moed. En moed zegt nooit sorry.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Hij vertelt dat hij heeft geregeld dat hij niet onnodig hoeft te lijden, dat het dan mag stoppen'
















