‘Goed dat je er bent’, zegt pap zodra ik de deur van zijn kamer opendoe. Hij zit voorovergebogen op de achterkant van de rollator. In z’n handen houdt hij een formulier, het bibbert een beetje.
“Hoi pap”, zeg ik terwijl ik hem een knuffel geef. “Hoe is het vandaag met je?” “Ach, het gaat. Ik heb net sorry gezegd tegen de mevrouw die ik vorige week verrot schold.”
Ik heb mijn vader ruim een week geleden voor het laatst gezien. Sinds pap in dit tehuis zit, durf ik langere tijd tussen onze ontmoetingen te laten. De controle laten vieren, heet dat. Want ik weet immers dat er goed voor hem gezorgd wordt. Over dat laatste zijn de meningen echter verdeeld. “Er gaat hier van alles fout”, aldus mijn vader. Hij moppert over het slechte management. “En waar blijft de plattegrond en het evacuatieplan?” Hij vraagt er al weken bij het zorgpersoneel naar. Ik lach: “Meer dan de helft van de bewoners moet hier met een hekwerk naar het toilet getakeld worden, hoe denk je dat de evacuatie gaat!?”
'Torenhoge rekening van de garage: word ik nu genaaid of ben ik te achterdochtig?'
Ik ken mijn vader langer dan vandaag. Het is een man die alleen maar kijkt naar het stuk dat aan het totaalplaatje ontbreekt. Daar gaat z’n volle focus naartoe. Als dochter had ik daar, vooral toen ik jong was, last van, hoe lief en gul hij verder ook was. Als jouw ouder alleen kan aanstippen wat er aan jou verbeterd moet worden en niet benoemt wat er wel oké is, dan beschadigt dat je op diep zielsniveau.
Die perfectionistische trekken en de innerlijke criticus, heeft hij ook in mij genesteld. Tot op heden probeer ik die criticus het zwijgen op te leggen. Ik neem het mijn vader niet meer kwalijk, maar zijn klaagzang blijft een oude trigger. Hoezo kan hij niet zien wat er wél klopt? Dat maakt je gelukkiger.
Dus dat is meteen wat ik wil doen: sussen en het omdraaien. Wat loopt er goed? Waar ben je tevreden over? Ik vraag hem: “Met wie kun je hier wel goed overweg?” “Met Abdul, de jongen uit Soedan, heb ik lol. En de vrouw van de ABN-AMRO die met bankzaken komt helpen, is ook aardig. Ze organiseren hier best veel”, antwoordt hij. Het omdraaien werkt maar voor even. “Toch is het belachelijk dat niemand hier op de hoogte is van het feit dat ik een glijlaken nodig heb”, moppert hij verder. “En het digitale dossier wordt alleen door de zorg gebruikt om iets in te zetten, niemand leest terug. Zo ontstaan telkens dezelfde fouten.”
'Als je bejaarde vader in nood is en je de monteur om hulp vraagt: 'Officieel mogen we dit niet doen''
“Zeg”, begin ik, ik zie dat pap zijn stembiljet via de post heeft ontvangen. “Jij stemde altijd VVD, eigenlijk heb je daarmee ook je eigen zorg voor later, dus nu, weggestemd.” Ik verwacht dat hij boos wordt, want hij houdt niet van tegenspraak. Maar hij zucht en zegt: “Ja. Dat klopt.” “Je moet ze hier wel te vriend houden, hé pap?”
“Hoezo?” vraagt hij.
“Nou… je zei net nog dat je iemand verrot had gescholden.”
“Dat was die ene vrouw van de keuken. Zij trok aan de rollator om me dichter bij iemand aan tafel te zetten, terwijl ik nog bezig was met door de knie te gaan. Dat moet ze niet doen, dat bemoeien.”
“En je hebt nu sorry gezegd?” Hij knikt. “Hoe reageerde ze?”
“Ze vond het niet zo erg, zei ze. U wil niet weten wat ik dagelijks allemaal naar mijn hoofd geslingerd krijg. Blijkbaar maakt ze veel erger mee.” “Heftig hoor”, zeg ik. “Tja”, zegt pap met zichtbaar minder compassie. “Dan moeten ze de ouderen niet als kleine kinderen behandelen.” Voor al het hardwerkend zorgpersoneel in het tehuis van mijn vader bied ik mijn excuses aan voor het gedrag van mijn vader. En ook voor alle keren die ongetwijfeld zullen volgen.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Nog een slotfase die je als ouder onbewust meemaakt: 'Dit zeg je elk jaar, mam'
















