Na twee weken verplichte rust, wegens overbelasting, heb ik het trainen voor de marathon weer opgepakt. Wel loop ik nog met felroze tape op mijn beide benen rond, om mijn kuiten te ontzien.
Vanwege een heerlijke lentedag sta ik in korte broek op het schoolplein en dus zijn mijn opgeplakte jarretels goed zichtbaar. Achter mij hoor ik Philip aankomen. Hij heeft zijn stem altijd op hoog volume staan, want de hele wereld is zijn publiek en daarnaast is hij goed te herkennen door de hete aardappel die hij in zijn keel heeft zitten.
'Ik ben geen fan van met vreemden aan tafel zitten, maar nood breekt wet'
Eerder schreef ik hier al over Philip en zijn obsessie voor zijn zitmaaier. Maar je kunt hem eigenlijk bij elk onderwerp betrekken, want Philip is zo’n jongen die alles over alles weet en dat graag met de hele wereld deelt.
Als hij mijn ingetapete benen ziet, heeft hij direct zijn gespreksopening gevonden. En daarmee een nieuwe toeschouwer, want hoewel hij vaak begint met een vraag, is dat doorgaans een aanleiding om een lang verhaal over zichzelf te kunnen vertellen. ‘Zo, geblesseerd zie ik?’ Ik geef aan dat ik geblesseerd ben geraakt door overmatig trainen, maar goede hoop heb dat het vanaf nu weer beter zal gaan. ‘Ah ja, overbelast’, zegt hij terwijl hij in de spreekwoordelijke verte tuurt als een schipper richting de horizon. In werkelijkheid staat het schoolgebouw tien meter verderop.
‘Ik weet nog goed dat ik aan duurlopen deed.’ Dat het even geleden moet zijn aangezien hij, tenminste zo lang als ik hem ken, niet bepaald de bouw van een langeafstandsloper heeft, slik ik maar even in. Het gekke is namelijk dat hij helemaal geen onaardige gozer is. Hij is grappig, intelligent en een leuke vader voor zijn kinderen. Het enige aan hem is, dat hij niet doorheeft dat hij in mijn ogen ook een soort karikatuur is. Een kakkerkarikatuur.
'Ik hoor een enorm kabaal en weet direct, maar veel te laat, hoe laat het is'
Als een ontdekkingsreiziger die vertelt over één van zijn vele avonturen over de hele wereld, steekt hij van wal. ‘Het was zo’n tien jaar geleden en we gingen met ongeveer het hele bedrijf. Was een ideetje van de afdeling HR; we zouden het als een soort teambuilding doen. Ik moest natuurlijk ook meedoen, want als CEO geef je vanzelfsprekend het goede voorbeeld. Elke week trainden we met een groepje, want zo’n afstand loop je natuurlijk niet zomaar. Ook dan blijft het ver hoor, maar ik vind dat iedereen minimaal één keer in zijn leven helemaal tot het gaatje moet gaan.’
Hij blijkt de Dam tot Dam te hebben gelopen: 16 kilometer. Zeker geen klein blokje om, maar na zijn heroïsche inleiding rekende ik toch op iets meer.
Daarna gaat het nog even over, hoe kan het anders, zijn zitmaaier. Die heeft hij, tot mijn grote verbazing weggedaan. Hij heeft nu een robotgrasmaaier. ‘Geweldig ding joh’, zegt hij, ‘doet alles helemaal zelf. En je kunt instellen in welk patroon hij maait, dus mijn tuin ziet er nu uit alsof ze er een Champions League-wedstrijd gaan spelen. Met van die vakjes. Patronen in het gras.’ Hij ziet dat ik afdwaal en schakelt snel terug naar het hardlopen. ‘Wat ga jij eigenlijk lopen? Tien ofzo?’
Nee, de marathon. Ongelovig kijkt hij me aan. Voor het eerst is het even stil.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik hoor een enorm kabaal en weet direct, maar veel te laat, hoe laat het is'
















