Bij vertrek richting mijn werk in Lelystad blijk ik niet alleen te zijn. In de hoek van de achterruit merk ik een bromvlieg in de auto op. Alhoewel het gezellig is om een reisgenoot te hebben gedurende de 54 kilometer lange rit, open ik toch maar een raam om hem te laten ontsnappen. Ook omdat het uiteindelijk toch afleidt, zo’n vliegend beest door de auto.
Maar hoe ik het ook probeer, hij weigert weg te vliegen. Zelfs met alle ramen open en begeleidende handbewegingen verkiest de vlieg mijn gezelschap boven de buitenlucht. Prima.
'Er zijn genoeg mensen, ook in mijn omgeving, die nooit het geluk mogen ervaren om oud(er) te worden'
Maar dan bekruipt me een raar gevoel. Een trip naar Lelystad is voor een bromvlieg natuurlijk een wereldreis. Sterker nog, dat vliegt hij in zijn leven niet bij elkaar. Als ik het aan Siri vraag, handsfree geen zorgen, kom ik te weten dat de bromvlieg onder goede omstandigheden een levensduur van zo’n vijf dagen heeft. Geen eendagsvlieg dus, maar ook geen lang bestaan. Zijn vliegbereik is beperkt. Ze blijven in een straal van anderhalve tot drie kilometer van de plek waar ze zijn uitgekomen. Dat houdt in dat hij nu tientallen keren verder zal reizen dan welke soortgenoot dan ook. In vijf dagen, zelfs als hij niets anders doet dan vliegen, komt hij niet eens in de buurt van waar hij net nog was.
Misschien is deze bromvlieg vanochtend gewoon na het ontbijt bij zijn gezin vertrokken. Heeft zijn bromvliegvrouw en kinderen gedag gezoemd en is nietsvermoedend bij mij in de auto terechtgekomen in de veronderstelling dat hij een dag als alle anderen zou hebben. En nu zal hij, door mijn toedoen, nooit meer terugkeren. Ze zullen totaal verscheurd en in absolute onwetenheid achterblijven, uiteengereten door verdriet.
'Ik hoor een enorm kabaal en weet direct, maar veel te laat, hoe laat het is'
Er komen affiches met zijn gezicht erop, zoektochten en wie weet zelfs een beloning voor de gouden tip. Maar hij zit in Lelystad. Bij aankomst op mijn werk besluit ik dat het beste wat ik kan doen is hem niet opgesloten laten. Ik laat de ramen van de auto open, zodat hij op een moment dat het hem goeddunkt zijn vrijheid kan herwinnen.
Dan moet hij hier maar een nieuwe start maken en de tijd die hem van de vijf dagen nog rest gebruiken om een nieuw leven op te bouwen en gelukkig te worden. Als vliegen dat al kunnen. Of het dezelfde bromvlieg is, dat weet ik niet, maar als ik aan het einde van de middag weer in de auto stap om huiswaarts te gaan en de ramen sluit, zit er warempel weer een vlieg in de auto.
Ik neem maar aan dat hij de hele dag heeft rondgekeken, brommende avonturen heeft beleefd en nu met een goed verhaal terugkeert bij zijn familie en vrienden. Niemand zal hem geloven, het zal als iemand zijn die beweert ontvoerd te zijn geweest door buitenaardse wezens. Hij zal voor gek worden versleten, uitgelachen zelfs, en hoe harder hij roept, hoe minder het helpt. Maar dan is hij tenminste wel weer thuis, daar waar hij hoort. Zo leeft hij nog lang, maximaal vijf dagen, en hopelijk gelukkig.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Hij keek erbij alsof hij in zijn eentje de wereld aan het redden was, ik kreeg juist medelijden'















