Als we minder kunnen zien nemen de andere zintuigen het over, schrijven uitgaansexperts Jonasz Dekkers en Thys Boer in ’Geen dag zonder nacht’, een nieuwe verhalenbundel over het Nederlandse nachtleven. “We voelen elkaar aan de pols, laten andere geluiden horen, twisten over smaak en ruiken onraad. Dan wanen we ons veilig, niet omdat we willen slapen maar omdat we ongestoord wakker willen zijn.”
Ik schreef ook een verhaal voor deze bundel, die tijdens het Amsterdam Dance Event werd gepresenteerd en waar ik toen een stukje uit voorlas. Ik wist direct dat ik over Club Church wilde schrijven, een gayclub waar mannen hun wildste fantasieën uitleven. Mijn (fictieve) verhaal gaat over Lucas en Elie, jongemannen uit twee verschillende werelden, die hun onschuld verliezen in de hedonistische queerscene, maar iets anders terugvinden.
De invloed van uitgaan op onze ontwikkeling en ons welzijn wordt vaak onderschat. Tijdens de lockdowns nam men dit ook niet serieus en kregen nachtclubs weinig politieke steun. Het Amsterdam Dance Event (ADE) trok vorige week een recordaantal van 450 duizend liefhebbers uit de hele wereld. Elektronische muziek is ons bekendste immateriële exportproduct. Toch is het aantal Nederlandse clubs tussen 2008 en 2017 gehalveerd.
Er wordt vaak lacherig gedaan over ADE. “Het carnaval van de Randstad”, grapte men op sociale media. De Speld wijdde meerdere satirische posts aan het drugsgebruik dat centraal zou staan. “ADE-gangers hebben geen huis gekocht, maar staan toch met een sleutel op de foto.” Het ging veel over de verwende fear of missing out (#fomo) en de pretentieuze ’professionals’ die met een ADE-pas om hun nek door de stad liepen.
Ondanks de grootte van dit festival weet je nooit wat je kunt verwachten. Ik ging naar het uitverkochte feest Audio Obscura, in een kantoorgebouw dat te klein bleek voor headliner Peggy Gou. Ik vluchtte naar de intiemere kelder, waar ik vooral in mijn eentje danste en het publiek bestudeerde. Uitzinnige jongeren die voor het eerst ADE in alle glorie meemaakten, maar ook ervaren ravers. Ik bekeek ze door de ogen van een nieuwsgierige muziektoerist.
De duisternis blijft prikkelen. Je komt in aanraking met nieuwe mensen en andere invloeden. In het dagelijks leven zitten we vast in onze eensgezinde bubbels, maar ’s nachts hoor ik wonderlijke en zelfs bizarre verhalen. Uitgaan is voor mij ook thuiskomen. Bij het queerfeest Is Burning vloog ik vage kennissen in de armen en waren we allemaal de leukste versie van onszelf. Het maakte niet uit wat je aanhad – of uittrok. Iedereen vierde zijn seksualiteit.
Ik ben dus nog niet mijn wilde haren verloren, al merk ik wel dat ik ouder word. Ik mijd drukke massa’s en sta niet meer vooraan, maar liever aan de rand. Misschien is dat een bijwerking van de pandemie. Maar het wordt ook tijd om nieuwe generaties de ruimte te geven, die zichzelf nog moeten ontdekken en de grenzen opzoeken. Toch zal ik de onvoorspelbare, donkere nachten blijven verkennen, wanneer mensen hun ware gezicht laten zien.
