Van de zorg over haar kind tot klussen in huis: elke week schrijft Carolien Spaans voor LINDA. over alles waar je als alleenstaande moeder tegenaan loopt.
Toen mijn laatste relatie twee en een half jaar geleden uitging, wist ik een ding heel zeker: ik wil dit niet meer. Niet in de nabije toekomst en ook niet in de verre, ik gedij beter in mijn eentje. Na Jean had ik het nog twee keer geprobeerd, zo’n versmelting met een ander, maar het lukte noch paste niet meer.
En toen ik er echt over nadacht, had het vóór Jean ook altijd geschuurd, die hang naar liefde versus mijn diepe behoefte aan alleen zijn. Bij Jean was het me wel gelukt. Alleen met hem wilde ik alles, inclusief een huwelijk en kind. Dat is voor mij het bewijs dat hij mijn grote liefde was.
'Ik ben blij dat ik niet meer de druk voel om naar bed te gaan met een partner: het uitstellen, de smoezen'
Die wetenschap is oké. Ik ben nog steeds elke dag blij dat ik mijn leven alleen leid. Het probleem is dat mijn onderbewuste sinds kort iets anders vindt. In de afgelopen twee weken heb ik vier keer gedroomd dat ik hopeloos verliefd was. Na de eerste keer – ik was als een blok gevallen voor een corpulente kakker – werd ik verbijsterd wakker. Niet alleen omdat ik weinig heb met corpulente kakkers, maar vooral omdat ik die nacht dingen had gevoeld waarvan ik dacht dat ze afgestorven waren. Dat grootse vóélen, van mijn kant en de zijne. Ik heb dat nooit meer, want zoiets is voorbehouden aan verliefdheid.
Vannacht was het raak met een nogal greige man, maar wel met mooie benen. Ik ben een sucker voor mooie benen. Wat ís dit, dacht ik vanochtend boven mijn koffie.
“Wat ís dit?”, zeg ik tegen mijn hondenwandelvriendin in het bos. Zij haalt haar schouders op, ze is al heel lang getrouwd en die grootse gevoelens ook allang vergeten. “Zit je weer wat te kijken op Netflix?”, oppert ze, want dat wil me nogal eens inspireren. Na Yellowstone fantaseerde ik weken over een leven als cowboy. “Ik zit nu in You, over die stalker. Dus dat mag ik niet hopen.” Mijn kakker en saaie mooibeen waren ongevaarlijk geweest, anders had ik het wel onthouden.
“Ik denk dat het besef begint in te dalen dat ik mezelf ook wat ontzeg door zo tegen een relatie te zijn”, twijfel ik hardop. “Daar denk ik de laatste tijd weleens over na.” Ze knikt, we hebben het hier eerder over gehad, maar toen wonnen de voordelen van het alleen zijn. Ook nu, terwijl we kijken hoe de honden in het water spelen, krijg ik niet concreet wat het offer precies is. Ja, die grootse gevoelens mis ik weleens, maar de rust is me meer waard. Ik heb de laatste tien jaar genoeg gevoeld.
“Misschien moet je wat minder rigide zijn”, zegt ze terwijl ze achteloos een stok gooit. “Je weet nooit wie je nog tegen het lijf loopt.” Ik knik, ze heeft gelijk, deuren definitief op slot draaien is nooit een goed idee omdat het leven nu eenmaal het leven is. Ik kijk naar de overkant van de vijver en wens even dat Jean daar staat. Maar hij is er nooit als ik dat wil. Zolang ik daar nog op hoop, is het hopeloos.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'We roepen tegen elkaar dat we prachtig zijn, en dat menen we, maar onszelf geloven doen we niet'

















