Annemarie Haverkamp was moeder. Sinds de dood van haar zoon is ze op zoek naar een nieuwe identiteit. Annemarie (48) woont samen met haar man en schrijft.
Als vrouw met een groot verdriet voel ik me vaak eenzaam. Alsof er niemand is die voelt wat ik voel. Alsof ik de enige ben die bloedt vanbinnen.
Maar dat is natuurlijk niet zo. Wie ouder wordt, raakt onderweg mensen kwijt. Mijn vader noemt het zijn peloton waarmee hij door het leven marcheert. Telkens sneuvelen er soldaten. Onvermijdelijk.
Uitleggen hoe verlies voelt, kan lastig zijn bij mensen die nog niet ‘aan de andere kant’ zijn geweest. Ze lijken je niet echt te verstaan, het is alsof je een andere taal spreekt. Al snel voel je je te veel. Omdat je er wéér over begint, omdat je jezelf hoort praten en weet dat het niets zal oplossen. Doodmoe word je van jezelf, ook al zeggen de mensen dat het heus niet erg is.
Sinds Job dood is, heb ik nieuwe vrienden gemaakt. Het zijn ouders die ook een kind kwijt zijn geraakt. Specifieker: die een gehandicapt kind missen. Als vanzelf kwamen ze op mijn pad.
De vader die me een bericht stuurde toen Job er net tussenuit gepiept was, blijf ik eeuwig dankbaar. Hij schreef dat ik mocht bellen als ik dat wilde. Hoefde niet hoor, mocht wel. We kenden elkaar voor die tijd alleen van naam. Maar een paar weken later belde ik en we praatten dik een uur. Het gesprek (er zouden er nog heel veel volgen) stelde me gerust: ik was niet gek aan het worden, alle ontwrichtende gevoelens die ik had, had hij ook doorleefd – of had hij na twee jaar nog steeds. Rouw gaat zo veel verder dan huilen om het kind dat er niet meer is. Het is een complete transformatie. Probleem is dat je niet weet wanneer het proces is afgerond en wie je dan bent. Of bestaat er geen eindpunt?
‘Wat dit hele gedoe me heeft opgeleverd, is dat ik jou heb leren kennen’, zei mijn begraafplaatsvriendin laatst. Zo noem ik haar altijd, mijn begraafplaatsvriendin. Haar gehandicapte dochter ligt vlakbij de boom waar de as van mijn zoon is uitgestrooid en zo kennen we elkaar. Bij mooi weer drinken we samen thee op een bankje met uitzicht op onze kinderen.
Ik herinner me een dag – welk seizoen het was weet ik niet meer – dat ik radeloos over op de begraafplaats doolde. Juist op dat moment appte zij. Ze was toevallig onderweg. Toen ze kwam, pakte ze me vast. Meer was niet nodig. Al die woorden die ik bij ‘vreemden’ had moeten opdissen om uit te leggen wat er loos was, kon ik voor me houden. Ze wist het al lang.
Het gevoel van eenzaamheid is wat mensen met een groot verdriet met elkaar verbindt, vertelde de Amerikaanse komiek Stephen Colbert (The Late Show) in een podcast die ik in de auto luisterde. Als kind verloor hij zijn vader en twee broers bij een vliegtuigongeluk. In die universele eenzaamheid lag ook meteen de oplossing, zei hij: zoek elkaar op. ‘Praat over je verdriet, gooi de deur niet dicht. Pas dan kan de donkere grot waar je in zit, een tunnel worden. Door zuurstof binnen te laten, kun je de andere kant bereiken.’
Ik huilde natuurlijk. Dacht aan de mooie mensen die ik had leren kennen door de dood van mijn zoon. Ze kunnen het verlies nooit compenseren, maar zijn wel een schitterende bonus.
Dit is de laatste column van Annemarie Haverkamp.
