
Door het lange ziekbed en overlijden van zijn vrouw, verloor Peter (58) niet alleen haar, maar ook zichzelf.
“Februari 2024. Ik zat te werken aan onze eettafel. Tina lag onder een dekentje op de bank. Ze staarde naar haar telefoon en scrolde door haar agenda. ‘Nou, dan moet het in die en die week maar gebeuren’, stelde ze hardop vast. De liefde van mijn leven was een afspraak met de dood aan het maken. Verdoofd keek ik toe. Opnieuw voelde ik me zó buitenspel staan. Maar wat kon ik? Haar ziekte. Haar sterven. Haar keuze.
Ik ontmoette Tina op Gran Canaria – 25 was ik toen. Weer thuis kon ik mijn Duitse vakantieliefde niet vergeten. ‘Koop rozen en rijd erheen, ik betaal de benzine’, zei mijn vader. Zo begon het. Tina voelde al snel als de liefde van mijn leven. Ze was mooi, had humor en vulde mijn mindere kanten aan. Ik kan wat zwart-wit zijn, emotioneel en soms zwaar op de hand. Zij was juist positief, nuchter en genuanceerd. Dat zorgde voor geborgenheid. We bouwden een mooi leven op en begonnen bewust laat aan kinderen. Milou was zeven en Emilia vier toen Tina zich na onze zomervakantie in 2014 moe bleef voelen. Het leek eerst bloedarmoede, vermoedelijk veroorzaakt door een darmperforatie of een onschuldig poliepje. Maar nee, ze had een ingekapselde tumor van vijf centimeter in haar dikke darm. Net 44 was ze. Gelukkig was het goed te opereren, net als het voorstadium van borstkanker dat ook nog werd ontdekt. Hoewel het een lange weg naar boven was en iedere controle spannend bleef, gingen we door haar ziekte wel intenser leven. Bewust genieten van een picknick op het strand met ons gezin en niets meer uitstellen – nú al Curaçao, niet later. En na vijf jaar zeiden de artsen: ‘Trek de champagne maar open.’ Tina was clean.
Driekwart jaar later kreeg ze hevige pijn in haar buik. De dreun van de eerste keer kanker was niets vergeleken bij deze mokerslag. Plekken op haar lever, op haar long. Uitzaaiingen van de darmkanker, tóch. Drie keer heb ik het de artsen gevraagd. Drie keer kwam hetzelfde antwoord: ‘Inderdaad, ze kan behandeld worden, maar beter wordt ze niet meer.’ Daar, op die dag, begon het rouwproces. En de eenzaamheid. Hoe stevig we elkaar ook vasthielden die avond op de bank, huilend, nadat we het de kinderen hadden verteld. We wisten het en spraken ook uit: ‘We kunnen elkaar niet helpen.’ Dat kan bij een griepje wel – dan pers je sinaasappels uit. Maar dit was te groot. Tina zou afscheid moeten nemen van het leven. Ik ging mijn grote liefde verliezen. Voor die immense taken waren we op onszelf aangewezen.
ZONDER GEBRUIKSAANWIJZING
Tina was vastbesloten keihard te gaan vechten, op één voorwaarde: ze wilde dat alles zo normaal mogelijk door zou gaan voor onze dochters. Ze wilde niet zielig doen en ik moest gewoon blijven werken. Dus dat deed ik. Tina werd geopereerd, bestraald en onderging zware chemokuren. Misselijk, moe en dikker door de prednison hield ze zich vast aan ieder sprankje hoop. Maar de uitslagen werden alsmaar negatiever. Zo veel behandelplannen, zo veel ziekenhuizen, zo veel wachtkamers. Zo veel gesprekken met artsen. Waarbij – dat begon me echt op te vallen – alleen Tina aangekeken werd. Ik had net zo goed de notulist kunnen zijn. Eerst vond ik het logisch; zij was tenslotte ziek. Later dacht ik: waarom vraagt de arts nooit eens aan mij hoe het gaat? Ook als partner ga je door zo veel emoties heen, en een gebruiksaanwijzing krijg je niet.
Er kwamen steeds meer taken op mijn schouders terecht en het was afschuwelijk om mijn grote liefde en de moeder van onze dochters te zien aftakelen. Ook onze prachtige liefde werd ontmanteld. Natuurlijk hield ik nog van Tina. De fundering van mijn houden-van is nooit verdwenen en zal ook altijd blijven. Maar de vrouw die me zo veel geluk bracht, die was verdwenen. Ons gelijkwaardige, intieme contact eveneens. Zelfs slapen deden we de laatste twee jaar apart.
Wat overbleef, was de donkere kant van de liefde. Accepteren dat je relatie verandert in die van patiënt en verslagen mantelzorger. Als enige haar verdriet mogen zien. De boksbal worden: wie het dichtstbij staat, krijgt nu eenmaal de zwaarste klappen. Ik moest mijn eigen behoeftes wegcijferen, verloochenen. Frustraties daarover wegslikken. Het enige wat telde, was er zijn en blijven, ondanks dat zij mij logischerwijs niets meer te geven had. En niet klagen dat mijn bewegingsruimte op een gegeven moment nog maar vijf kilometer was. Ik werkte, deed boodschappen, het huishouden, kookte, verzorgde Tina, probeerde voor mijn jonge dochters alles in goede banen te leiden en ondertussen mijn rug recht te houden. Mijn tranen kwamen alleen als ik ’s avonds met de hond een laatste rondje liep. Of als ik in mijn eentje in bed lag en me diep wanhopig voelde. Maar meer dan mijn hart af en toe luchten bij mijn broers of vrienden kon ik niet. Er zat maar één ding op: door. Dóór. Want een way out was er niet. Ik was gegijzeld door de situatie.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
































