
Sinds Charlotte (51) drie keer per week sport, straalt ze aan alle kanten. Dat komt niet alleen door de cardio en het gewichtheffen, maar vooral door haar personal trainer. “Ik ben een wandelend cliché.”
“De eerste keer dat ik hem ontmoette, glipte hij direct mijn dromen in. Het waren vooral zijn handen waardoor mijn fantasie op hol sloeg. Grote handen heeft hij, stevig, met haartjes op zijn vingers die krullen. Mooie nagels, brandschone witte randjes. Toen hij me bij onze eerste training een ongedwongen duwtje tegen mijn schouder gaf om mijn houding te corrigeren, met de nonchalance van iemand die helemaal zichzelf is, zorgde dat voor een tinteling door mijn hele lichaam. En dan de manier waarop hij mijn naam uitsprak. Ja, hij nestelde zich meteen in mijn hoofd. Onschuldig en af en toe wat minder onschuldig, als ik op mijn thuiswerkdag in mijn eentje op bed wat stress ontlaadde. Zelfs ’s nachts dook hij op in mijn dromen.
Mijn man zei eens: ‘Wat woelde je onrustig vannacht.’ Om argeloos te vervolgen: ‘Goed dat je bent gaan sporten, hou het dit keer please eens vol.’ Nou, hij kan trots op me zijn: al anderhalf jaar ben ik de sportschool niet uit te slaan, ik kom er drie keer per week. Dat is me aan te zien: ik ben negen kilo afgevallen, mijn gehate moeke-armen zijn weer strak, net als mijn buik – mijn sixpack begint er zelfs doorheen te komen. Je ziet het ook aan mijn uitstraling: een hoofd als een blij ei, mijn blik die weer straalt, extra geholpen door de ooglidcorrectie die ik onlangs heb laten doen. ‘Wat is jouw geheim?’ vroeg mijn schoonzus laatst, toen ze zei dat ik er jaren jonger uitzag. Ik lachte geheimzinnig en haalde mijn schouders op, al had ik het ’t liefst van de daken geschreeuwd.
Mijn geheim heeft een naam: Timo. Drie keer per week in de sportschool, twee keer per maand in zijn bed. Knetterfout, ik weet het. Ik had nooit verwacht dat ik het zou worden, maar ik ben een wandelend cliché. Euforie en schuldgevoel dansen continu om elkaar heen. Dat laatste gevoel duw ik weg. Want ik voel me meer levend dan ooit en dat wil ik echt niet opgeven.
Mijn man en ik zijn 24 jaar samen. Hij is de liefste, echt. Ik had geen betere partner en vader van mijn kinderen kunnen treffen. De zorgtaken hebben we altijd goed verdeeld, hij ging uit zichzelf een dag minder werken. We houden van dezelfde dingen, voeren nog altijd fijne gesprekken en ja, we hebben ook nog seks. Maar na zo veel jaren samen is alles, inclusief ons vertrouwde standje in bed, weinig spannend meer. Elkaar de kleren van het lijf trekken werd lepeltje-lepeltje slapen. Onverwachte plannen en invallen – om zes uur ’s ochtends naar zee rijden voor een koude duik, hartje zomer ons matras naar het dakterras slepen om daar te gaan slapen – het maakte plaats voor een voorspelbaar leven. Waarin onze agenda geregeerd werd door werk en de kinderen en we, als we eens samen een weekendje weg waren, vooral bijsliepen en Netflix keken in een luxe hotelbed.
IS DIT ALLES
Let wel: ik klaag niet, ik zou me geen raad weten zonder mijn man. Er is nog altijd dat maatjesgevoel. En als ik zo rondkijk, hoort hij absoluut bij de tien procent aantrekkelijkste mannen van zijn leeftijd. Toch werd ik de afgelopen jaren steeds vaker overvallen door een ‘is dit alles-gevoel’. De melodielijn van dat Doe Maar-liedje achtervolgde me bij alles wat ik deed.
Een midlifecrisis: ik dacht dat het iets voor mannen was. Iets aanstellerigs bovendien. Kom op zeg, wees blij dat je gezond de vijftig haalt, tel je zegeningen. Toch voelde ik een sluimerend verlangen. Naar iets anders, iets nieuws, iets verrassends. Een wisseling van baan gaf even voldoening, tot het toch weer meer van hetzelfde bleek. De keer dat ik in mijn eentje naar Bali ging, met liefde uitgezwaaid door mijn gezin, tuurde ik alleen maar afgunstig naar backpackers, die hun hele leven nog voor zich hadden. Tegelijk miste ik mijn thuisfront, inclusief onze twee katten. Ik voelde me een loser. Leg je er nou maar bij neer, dacht ik, de spanning in je leven is voorbij.
VERS ZWEET
Ik vond wel dat ik nodig iets sportiefs moest gaan doen. Ik raakte in de perimenopauze, ondertussen zaten de zwangerschapskilo’s nog steeds aan mijn lijf geplakt. Onder begeleiding dan maar, in godsnaam, in ruil voor een bak geld. En toen was daar Timo, mijn personal trainer. Timo deed dus meteen iets met me. Maar nee, op dat moment had ik niet kunnen bedenken hoe het zou uitpakken. Ik vond mezelf in mijn idiote sportoutfit verre van aantrekkelijk, evenals mijn oude rode hoofd dat ik tijdens de training in de spiegel zag. Maar dat gaf niet. Eenzijdig wegzwijmelen vond ik spannend genoeg en ik verscheen dan ook trouw op onze afspraken, waarop hij me niet alleen opzweepte op allerlei marteltoestellen, maar ook nog eens enorm liet lachen. Ik genoot van de geur van vers zweet die altijd om hem heen hing. Van de manier waarop hij mijn naam begon af te korten. ‘Come on Char’, zei hij, ‘je kunt beter dan dit, watje.’ En ja, dan zette ik een tandje bij.
Omdat we drie keer per week zo intensief bezig waren, ontstond er al snel een vertrouwensband. Ik vertelde hem over mijn leven, mijn werk, kleine akkefietjes die speelden. Hem hoorde ik uit over zijn bezigheden als vrije man van halverwege de dertig. Ons contact was luchtig flirterig, want zo’n man is hij nu eenmaal; ik dacht daar verder niets bij.
Op een dag, we trainden toen al vijf maanden samen, vertelde hij me over een onenightstand van dat weekend. ‘God, wat ben ik jaloers’, flapte ik eruit. ‘Op mijn vrije leven of op die vrouw?’ vroeg Timo. Ik bedoelde eigenlijk het eerste, maar ik zei: ‘Op haar.’ Om daarna nog roder te worden dan ik al was. ‘Kan opgelost worden, schat’, antwoordde hij met een knipoog. Met een hart dat bijna uit mijn borst knalde stond ik daarna in de kleedkamer onder de douche. Was dit een geintje geweest of meende hij het?
De keer daarna merkte ik het meteen: de vibe tussen ons was veranderd. De lucht zinderde en trilde. Zijn handen raakten me vaker aan. Zijn ogen bleven langer in de mijne haken. Twee weken had ik nodig, om er met trillende stem uit te persen: ‘Over wat je laatst zei: daar ben ik wel voor in.’ Die avond stond ik voor zijn deur. Onder mijn spijkerbroek mijn mooiste lingerie. De leugen thuis was met veel moeite uit mijn mond gerold, want ik heb vreemdgaan altijd veroordeeld. Je ontneemt de ander een keuze en dat vind ik laag. Toch won mijn verlangen het van mijn geweten. Ik móést Timo in me voelen, al was het maar één keer. Ik was bereid er tien jaar van mijn leven voor op te offeren.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
































