Column

‘Vroeger stond ik permanent rood, maar ik toverde altijd wel ergens kleingeld vandaan’

doorRoos Moggré

Roos Moggré (44) is presentatrice en journaliste, getrouwd en heeft twee kinderen.

Zoals ik in mijn vorige column schreef, is Rainbow in the Sky van dj Paul Elstak de theme song van mijn leven. Puur jeugdsentiment, al vind ik die omschrijving wat kort door de bocht. Het nummer is zoveel meer dan dat: lange zomers aan het strand, dansen tot ik erbij neerviel, een eerste sigaret roken, buiten op straat zoenen in de regen, heel hard huilen, ongelooflijk verliefd worden of keihard ruziemaken. Ik heb weleens gelezen dat de muziek die je in je jonge jaren leert kennen, dichter bij je blijft dan alle andere muziek die daarna komt. Ik denk dat dit waar is. Tussen je tiende en je dertigste levensjaar komt alles harder en sterker binnen; je grijpt je eraan vast om het nooit meer los te laten.
Zo gaat het misschien ook wel met de plekken waar je als student woonde. Onlangs was ik na een lange tijd weer terug in Utrecht, de stad waar ik studeerde, nieuwe vrienden maakte, op kamers woonde, eindeloos uitsliep, de kroeg in ging, écht auto leerde ­rijden in de auto’s van RTV Utrecht (de omroep waar ik als journaliste begon), eindeloos veel fastfood at – zoals patat, pizza en na het stappen een pita Hawaï. Utrecht, de stad waar ik kon verdwalen zonder einddoel, zonder sociale media, met heel veel andere leuke mensen en vooral met heel veel vrije tijd. Maar ik had het er altijd druk.

Op een druilerige dinsdag reed ik vanuit Amsterdam richting de domstad voor een signeersessie in een boekwinkel. Ik deed dat zonder navigatie, want hé, leer míj Utrecht kennen. Eenmaal in Utrecht kon ik amper een parkeerplek vinden (terwijl ik als radioverslaggeefster desnoods boven óp de Dom parkeerde), moest ik rennen om op tijd te zijn en ontdekte ik pas veel te laat dat die hele boekhandel was verhuisd. Ik liep hopeloos achter.
Na het signeren ging ik op pad om een broodje Mario te scoren, mijn favoriete broodje als student. Maar toen ik na een lange rij eindelijk aan de beurt was, bleek je die broodjes nog altijd contant te moeten afrekenen. En dat kon ik niet. Vroeger stond ik permanent rood, maar ik toverde altijd wel ergens kleingeld vandaan. Nu heb ik een soort van solide bankrekening, maar nooit cash: de ironie van het volwassen zijn.
Toch kon ik mijn geluk niet op. Ik werd overspoeld door melancholie en een gevoel van ‘de mooiste tijd van mijn leven’. Utrecht is een wereldstad, waarom was ik niet gebleven? Ik wilde er destijds graag weg, maar nu mijmerde ik er opeens op los. Met in mijn hoofd happy hardcore. ‘I want to see the rainbow high in the sky’ – en dan het liefste boven Utrecht.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.260 EIGEN HUIS EN PUIN lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor Roos Moggré: ‘Ik hoop echt dat ze dit ooit op mijn begrafenis draaien. Voor het absurdistische effect’Roos Moggré: ‘Ik hoop echt dat ze dit ooit op mijn begrafenis draaien. Voor het absurdistische effect’Lees ook