Editorial

Van asbest in het plafond tot gedoe over vergunningen: Linda de Mol deelt alles over haar eigen verbouwleed

doorLinda de Mol

Ik zie ons nog zo zitten: mijn broer, mijn ouders en ik. Vier truien over elkaar, aan een piepklein campingtafeltje overdekt met bouwstof, voor een groot plastic zeil dat midden in de winter de kou moest tegenhouden van een gesloopte muur waar de nieuwe keukenuitbouw zou komen. Mijn moeder schonk met handschoenen aan thee uit een thermoskan en zei gemaakt optimistisch dat het nu “nog maar vijf daagjes” zou duren voor de nieuwe muur erin zou zitten. Die vijf dagen werden drie weken, omdat de metselaar niet op kwam dagen. Dat was niet het enige verbouwingsleed: later bleek een rioolbuis onder de nieuwe plavuizenvloer niet goed afgesloten en hing er een vage poeplucht in huis. Toen mijn moeder een fles Raak-sinas uit de kelderkast ging halen, kwam ze terug en kon niet meer praten. Van schrik was ze haar stem kwijt. Ze had per ongeluk een enorme rat geaaid; de hele vloer moest open.
Verbouwen: het staat niet voor niets hoog in de top tien van stressvolste gebeurtenissen. Het duurt altijd langer dan gepland, het wordt altijd duurder dan begroot en altijd een ergere puinzooi dan gedacht. Geregeld zitten de vakmensen ‘even’ op een andere klus. Er moeten voortdurend keuzes gemaakt worden over plinten, kranen, kleuren en materialen en daar kun je in zo’n bouwmarkt zomaar knallende ruzie over krijgen met je partner. En ondertussen, terwijl de bodem van je geduld en je portemonnee steeds dichterbij komt, gaat alles door: kinderen, werk, verantwoordelijkheden.

Ik heb zelf ook zo mijn portie verbouwleed wel gehad. Maanden vertraging, gedoe met vergunningen, een douche die opgehangen was op 1 meter 60 zodat er niemand onder paste, een dak dat bruinrot én houtworm bleek te hebben, volledig over budget gaan, asbest in een plafond, een bad dat gevuld te zwaar bleek voor de vloer, et cetera. Dus toen mijn zoon en zijn vriendin aankondigden dat ze hun huis grondig gingen verbouwen, bood ik spontaan aan dat ze zolang maar lekker bij ons moesten intrekken zodat ze – midden in de winter, zonder keuken en zonder badkamer – niet hoefden te kamperen in hun eigen huis. Die stress, weet ik uitervaring, doet geen wonderen voor je relatie. En het is juist zó’n leuk stel. En ja hoor, daar kwamen ze, met hun hond en vijftig verhuisdozen, want “Die kunnen we hier toch wel zolang opslaan?” Het zou maximaal elf weken duren, het werden natuurlijk ruim vier maanden. Vier maanden waarin ik automatisch weer in de moeder­rol schoot. Nee joh, ik kook wel, waar hebben jullie zin in? Wij laten Ginny wel uit vanavond. Zullen we netflixen? Iemand nog koffie? En ik vond het héérlijk. Net als vroeger: grotere pannen op het vuur, enorme wasmanden, bij het avond­eten hoogte­punten-dieptepunten doen, zondagontbijtjes, samen sporten, over meisjesdingen kletsen met mijn schoondochter. Toen ze opgewonden wegreden naar hun nieuw-verbouwde paleisje en ik ze uitzwaaide, kwamen er tranen. Net als tien jaar geleden, toen Julian het huis uit ging. Weer even dat emptynest-gevoel, al was het snel over, want een week later kwamen ze kerst vieren. Ik hoop nu stiekem dat Noa ook gaat verbouwen.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.260 EIGEN HUIS EN PUIN lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor Linda de Mol: ‘Ik moet elke dag een halfuur gekke bekken trekken om mijn gezicht jong te yogaën’Linda de Mol: ‘Ik moet elke dag een halfuur gekke bekken trekken om mijn gezicht jong te yogaën’Lees ook