
Jij de gezinsmanager, hij het hulpje – gelijkwaardigheid tussen man en vrouw lijkt nog steeds een mythe. Is het dan echt zo moeilijk om alles thuis eerlijk te verdelen? Journaliste Floor Bakhuys Roozeboom ging aan de slag.
Op de keukentafel stonden de restanten van het avondeten te wachten op iemand die de puf en de wil zou hebben om ze op te ruimen. Mijn vriend en ik zaten tegenover elkaar met een glas wijn, allebei enorm uit te stralen niet die ‘iemand’ te zijn. Onze zoon, een paar maanden oud, sliep zowaar (halleluja), maar we wisten nooit voor hoelang en dus spraken we zachtjes. De wijn moest benadrukken dat wat zich hier aan de keukentafel afspeelde heus geen ruzieachtig tafereel was, welnee, maar dat we op een volwassen manier iets gingen uitpraten op een rustig moment – zoals relatietherapeuten met een podcast altijd aanraden.
Ik besloot maar meteen met de gezelligheid te beginnen:
“Ik heb het gevoel dat jij niet doorhebt hoeveel ik doe.”
Ik zei het terwijl ik de voet van mijn wijnglas ronddraaide op tafel. Mijn vriend wreef in zijn ogen, alsof hij de vermoeidheid eruit zou kunnen poetsen als hij maar hard genoeg zijn best deed. “Dat snap ik”, zei hij zonder op te kijken.
“Dat zeg je, maar ik heb toch het idee dat je het niet snapt.”
“Oké.”
Korte stilte.
“Of dat je het niet kán snappen. Omdat je het zelf niet ervaart.”
Mijn vriend zuchtte.
“Misschien moet je me dan vertéllen wat je ervaart.”
“Dat probeer ik ook. Dat heb ik ook al vaker geprobeerd. Maar het lukt me niet om het je te laten snappen.”
Mijn vriend wreef weer in zijn ogen, die nog rood waren van de vorige wrijfsessie.
“Oké, maar misschien kan ik daar dan niet zo veel aan doen.”
“Misschien moet je beter je best doen.”
“Jezus, dat doe ik nu toch. Ik zit hier toch. Ik zeg toch: vertel maar. Jij zegt alleen niks.”
“Ik zeg niks, omdat ik niet weet waar ik moet beginnen.”
VOL GOEDE MOED
Ik wilde het hem heus allemaal wel vertellen. Over het drijfzand waar ik me iedere dag meer in voelde wegzakken. Dat drijfzand bestond uit de eindeloze hoeveelheid taken op mijn dagelijkse lijstje sinds we samen een kind hadden gekregen. Taken waarvan mijn vriend vermoedelijk het bestaan niet eens wist.
We hadden het van tevoren helemaal uitgedacht. Hoe we het zouden verdelen. Gelijkwaardig. Fiftyfifty. Hij vier dagen werken, ik vier dagen werken, twee dagen crèche en een dag waarop de opa’s en oma’s een oppasbeurt zouden afwisselen. Een waterdicht plan. Keukentafelgesprekken gevoerd, alles. Gelijkwaardig ouderschap here we come. Mijn vriend had een maand vrij genomen voor de kraamtijd, dus begonnen we vol goede moed. Maar toen onze zoon een paar maanden oud was en ik weer volop aan het werk ging, werd voor mij voelbaar hoeveel verantwoordelijkheden er ongemerkt mijn richting op waren gerold. En hoe moeilijk het was om ze weer de andere kant op te krijgen.
Als ik het achteraf bekijk, was dat ook niet zo gek. Werkelijk alle informatie over de zwangerschap en ons toekomstige kind was op mij gericht geweest. Mijn vriend werd ondertussen vooral aangesproken op zijn rol als kostwinner. Toen hij na de bevalling een maand vrij nam, vroegen collega’s of dat niet een beetje lang was en of hij zich niet zou gaan vervelen. Van zijn baas kreeg hij de boodschap mee dat die maand wel de absolute max was dat hij weg kon blijven. Betrokken vaderschap was mooi, maar het moest natuurlijk niet te gek worden.
Ondertussen werd ik vanaf de eerste positieve test het mama-universum ingezogen en bijkans doodgegooid met informatie en tips over zwangerschap, bevalling, kraamtijd, crèches, flesjes, luiers, borstvoeding en nu ja, eigenlijk alles wat er bij het krijgen van een kind komt kijken. En in al mijn ijver, nieuwsgierigheid, onzekerheid en enthousiasme klokte ik het allemaal naar binnen als een dorstige in de woestijn. En zo werkte ik me op tot een local in een nieuw land waar mijn vriend later als een soort toerist in zou ronddwalen.
Na Het Volwassen Gesprek aan de keukentafel deden we de eerste poging om het wat eerlijker te verdelen. Vastbesloten om dit probleem eens even in één avond de wereld uit te helpen, had ik vooraf een boek van rolverdelingexpert Eve Rodsky gelezen: Fair Play: share the mental load, rebalance your relationship and transform your life (ik bedoel, wie wil dat nou niet?). Ik had zelfs het bijbehorende spel gekocht, waarmee we – volgens Rodsky – de scheve taakverdeling op een speelse maar doeltreffende manier recht zouden kunnen trekken.
Erg speels was het kaartspel niet, doeltreffend bleek het wel. Het bestond simpelweg uit een grote verzameling kaartjes met daarop alle denkbare taken die te maken hebben met het runnen van een huishouden met kinderen. Het idee was dat je samen met je partner aan tafel ging zitten om bij elk kaartje na te gaan wie die taak normaal gesproken op zich nam. Zo zou vanzelf duidelijk worden hoe groot (of klein) de stapeltjes waren die beide partners in handen hadden. Het doel was niet dat beide stapeltjes aan het einde precies even hoog waren, wel dat beide partners tevreden met de verdeling zouden zijn.
WIE DOET WAT
Niet alleen maaltijden, vuilnis, boodschappen, financiën, huisonderhoud, de was en de afwas hebben een kaartje. Maar ook zorgtaken zoals het kammen van haren, het knippen van nagels, het inpakken van tassen, het bijhouden van de garderobes. En ook sociaal-emotionele verantwoordelijkheden, zoals het onderhouden van contact met familie en vrienden, het plannen van uitjes, het bieden van troost en het creëren van feestdagen- en verjaardagsmagie. Het spel maakte die avond iets zichtbaar dat ik eerder maar moeilijk onder woorden had weten te brengen: niet alleen was mijn stapeltje van praktisch uitvoerbare taken veel hoger, maar vrijwel alle taken die te maken hadden met regelen, plannen, vooruitdenken en onthouden wat er wanneer gedaan moest worden, lagen bij mij.
Dit takenpakket, dat neerkomt op ‘overal aan moeten denken’, wordt ook wel de mental load genoemd. Die last wordt buitenproportioneel door vrouwen gedragen. Als je een gezin in de piek van hun tropenjaren zou vergelijken met een druk vliegveld, dan is de vrouw doorgaans de persoon boven in de verkeerstoren die weet welke vlucht wanneer aankomt en die continu in de weer is iedereen veilig van A naar B te krijgen, rampen af te wenden en botsingen te voorkomen. En het is niet zo dat deze situatie ontstaat omdat beide partners bewust, vanuit overtuiging en tevredenheid kiezen voor deze constructie. Zo’n vier op de tien ouders van kinderen jonger dan achttien jaar zouden werk en zorg het liefst gelijk verdelen. In de praktijk is dat voor nog geen één op de tien stellen het geval. Er is dus een groot verschil tussen wat koppels wíllen en wat zij daadwerkelijk dóén.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
































