Achtergrond

‘Artsen zijn een flink deel van hun spreekuur kwijt aan het ontkrachten van kwakzalverij’

Een verminderde weerstand, te veel buikvet of een slappe kaaklijn: volgens fitfluencers en vitaliteitscoaches is alles te verhelpen met een klysma of een gummy. En we trappen er nog met open ogen in ook.

Een tijdje geleden zat ik in een vliegtuig naar New York naast een huilende vrouw van een jaar of dertig. “Heb je vliegangst?”, vroeg ik. Maar dat was het niet. Ze was onderweg naar de begrafenis van een vriendin die ze had leren kennen op een backpackvakantie. Ze hadden altijd contact gehouden, elke dag wel even. Op de ochtend van haar dood spraken ze elkaar zelfs nog. Het is een raar verhaal, zei ze eerst. Een variëteit aan gruwelijke ongelukken en misdrijven dook op in mijn hoofd, maar het zat er allemaal ver naast. De vriendin was dood gevonden in een cabine die ze in haar tuin had laten installeren voor een dagelijkse portie koudetherapie: gedurende drie minuten blootstelling aan een temperatuur van min honderd graden Celsius. Wat er precies misging, was nog onduidelijk. Het kon in elk geval niet aan de cryotherapie liggen, benadrukte de vrouw, want de droge, zuurstofrijke lucht waaraan je je tijdens zo’n sessie blootstelt, kent volgens haar uitsluitend voordelen voor je lijf. Ze deed zelf ook aan cryo. Sterker nog, zij en de overleden vriendin kwamen erop door het volgen van dezelfde healthfluencer, die er een knettermooie huid en een beter geheugen van kreeg – aldus die healthfluencer.
Ik had nog nooit gehoord van cryotherapie. Een vriendin daarentegen wist van de hoed en de rand. Zij had al honderden euro’s uitgegeven aan strippenkaarten van een hoofdstedelijk vriesvak voor mensen. Ze ging vaak tijdens haar lunchpauze, in een bikini met sloffen en wanten aan en een hoofdband om. Terwijl haar collega’s broodjes kroket verorberden, kleedde zij zich uit, stapte de cabine in, bibberdebibber, om even later weer aan haar bureau plaats te nemen. Een hoop gedoe ja, maar ze zat daarna wel barstensvol energie. Na een halfjaar moest ze om financiële redenen stoppen. “En?” vroeg ik. “Minder energie?” Neeee, ben je mal, antwoordde ze: die energie kreeg ze nu van fyto-oestrogeenpillen uit plant­aardige bronnen. “Die pillen helpen bij overgangsklachten. Heb ik nog niet echt, maar je moet het vóór zijn. Je haar wordt er ook serieus dik van en het gaat waanzinnig goed zitten.”
Dat laatste is iets waar ik altijd op aansla. Om te spreken met auteur Nora Ephron: het grote voordeel van dood zijn, is dat je je nooit meer druk hoeft te maken om je haar. Tot dat moment aanbreekt, moest ik misschien toch ook maar aan die pillen. Ik vond ze wel duur. “Van wie heb je dit?” vroeg ik de vriendin voor ik mijn creditcard trok. Ze keek me aan zoals mijn veertienjarige kan kijken als ik iets heel normaals en dus geks vraag. “Ik weet niet meer precies van wie, maar ze zijn all over the socials. Ze zeggen dat je er drie per dag moet slikken, maar met één pil per dag heb je ook al effect. Check mijn haar.”

KNOFLOOKTENEN IN JE NEUS
Gezondheidshypes zijn all over the socials. Zeg dat wel. Vlijtig aangeprezen door een uitdijend leger aan health influencers, fitfluencers c.q. life/lifestyle/vitaliteitscoaches en wellnessfluencers, die er in elk geval op een scherm allemaal strak, glanzend en welvarend uitzien. Sommigen zijn ook bekende Nederlander, anderen zijn op weg dit te worden omdat ze heel succesvol zijn in healthfluencen. Bijvoorbeeld omdat iemand met tig duizend volgers post dat hun tips ‘unicorn quality’ hebben (dat betekent dat iets heel bijzonder is, net als eenhoorns, ook al bestaan die niet).
De hypes vallen uiteen in categorieën die verschillend zijn, maar ook in elkaars verlengde liggen en elkaar deels overlappen. Je hebt hypes gericht op de instandhouding of bewerkstelliging van schoonheid en een strak lichaam. Daaronder vallen bijvoorbeeld alle pillen, poeders en kuren voor dikker haar met uitzinnig volume, zoals een behandeling met een serum van stierensperma (want stieren hebben fantastisch haar?). Daarvoor moet je naar een kliniek in Londen. Het meest hilarisch op dit moment vind ik de wonderbaarlijke wereld van het face slimming masker. Dat is een soort band met de zweem van een medisch hulpstuk, die je strak om je kin vouwt en op je kruin vastzet met klittenband. De belofte? Je krijgt er naar verluidt een stevige kaaklijn of gestroomlijnd gelaat van. Ze zijn verkrijgbaar vanaf drie euro vijftig, dus dan weet je zeker dat ze in Bangladesh door een zesjarige in elkaar zijn gezet. Maar je kunt ook kiezen voor een exemplaar van een paar honderd euro, inclusief gezichtsbedekkend collageenproducerend masker. Als je dat op je smoelwerkje zet, kun je meteen auditie doen voor de spin-off van Stranger Things als de zus van Vecna, of voor Voldemort in Harry Potter de Musical.
Categorie twee is de hele bups aan tips en tops om zo fit en gespierd mogelijk te worden. Het gaat natuurlijk veel over sporten – wat prima is – maar er wordt ook van alles beweerd en aangesmeerd op het gebied van voeding en supplementen. Als ik de omschrijving ‘health gummies bomvol essentiële mineralen en vitamines’ nog één keer tegenkom, word ik gek. Ook de proteïnehype komt uit deze hoek, net als de populariteit van magnesiumhoudende producten. De overlap met beauty zit ’m uiteraard in het slank zijn, een heilige graal waar iedere healthfluencer gretig in rond roert, vaak met dure merch, soms met idiote tips als: mix drie eetlepels citroensap met je ochtendkoffie en de kilo’s vliegen eraf. Hiertegenaan schuren de gezondheidsclaims die van alles pretenderen over het genezen of buiten de deur houden van akelige ziektes en/of huis-tuin-en-keukenkwalen. Dit kan vrij onschuldig zijn, op het lachwekkende af (lachen is trouwens bewezen gezond): duw twee knoflooktenen in je neus om je bijholtes te zuiveren of drink slawater, getrokken van Romeinse slabladeren om beter te slapen. Maar dit type health-hype kan ook ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld als de verspreiding leidt tot het weigeren van chemotherapie of het in de ban doen van ­vaccinaties en zonnebrandcrème. Artsen door het hele land zijn inmiddels een flink deel van hun spreekuurtijd kwijt aan het ontkrachten van kwakzalverij, lang niet altijd met succes.
Meestal zijn er sponsors betrokken bij de promotie van een gezondheids­claim. Die sponsoring wordt niet per se onder stoelen of banken geschoven, maar is van het type ‘verborgen in het volle zicht’. Dit geldt ook voor huismerkspulletjes die healthfluencers aanbieden, waarbij de subtekst altijd is dat we een dief zijn van onze eigen gezond- en schoonheid als we onszelf die cortisol reset-pillen (‘Binnen dertig dagen minder stress en minder buikvet!’) misgunnen. Dat hun schoorsteen ervan gaat roken, doen ze eigenlijk voor ons, de trouwe volgertjes.
Hypes berusten zelden op wetenschappelijk bewijs. Vandaar ook de bijnamen als onzinfluencer of bullfitcoach, bedacht door mensen die zich uitspreken tegen online welzijnskolderitis, zoals wetenschaps­journalist Adriaan ter Braack – online bekend als Sjamadriaan – het noemt. In Net Echt, een podcast van de Universiteit van Amsterdam over wetenschap, cultuur en samenleving, zegt hij: ‘Het handige van ­pseudo­wetenschap is dat het zich voordoet als wetenschap, maar het niet is. Er zijn weinig onzinfluencers die de wetenschap helemaal links laten liggen. Ze pikken precies die kleine onderzoekjes eruit die hun verhaal ergens ondersteunen, en alles wat niet uitkomt negeren ze. Als je er een groot en betrouwbaar onderzoek tegenover zet, komen ze altijd aan­zetten met: ‘Hmm, maar wie heeft dit onderzoek betaald?’, en ­daarmee is de kous af. Terwijl de ‘onderzoeken’ waar zij mee zwaaien altijd zijn betaald door bijvoorbeeld een natuurgeneeskundig bedrijf.’