‘Heb jij haar? Daar beneden?’, vraagt de telefoniste van mijn bureau. Ik moet hardop lachen en zet de autoradio wat zachter. Ik bel haar om te vragen of ik vanavond nog wat kan verdienen.
Als ik ophang verander ik het adres in mijn tomtom. Een halfuurtje later sta ik in een luxe hotellift. Nog geen seconde nadat ik heb geklopt hoor ik gemorrel aan de deur. Door de kier zie ik een raar zwart plukje haar; het blijkt een prominente krulsnor. De snor zit vast aan een klein mannetje met een charmant voorkomen.















