Het is weer die maand en tijd van het jaar dat de lichtjes sfeer geven aan de straten, de huizen er van buiten behaaglijk uitzien, de kerstboom extra gezelligheid geeft, mensen wat attenter en guller zijn.
De feestdagen staan voor de deur, het einde van het jaar nadert, nostalgische gevoelens komen op. Mensen kijken terug en blikken vooruit, komen bijeen, koken voor elkaar en bedrijven organiseren feestjes voor hun personeel en geven mooie cadeaus en bonussen als blijk van waardering voor al het harde werk van het afgelopen jaar.
Op straat lopen mensen met grote kerstpakketten in hun handen, op foto’s en filmpjes van opdrachtgevers zie ik gezellige etentjes in restaurants met personeel, ik hoor over borrels die deze dagen gehouden worden en daarbij is er één rode draad: freelancers zoals ik worden daarvoor nooit uitgenodigd en krijgen ook geen attentie. Of je nu pas een jaar voor een opdrachtgever werkt of acht, het maakt helemaal niks uit, je hoort er niet bij en wordt consequent overgeslagen.
Ieder jaar voelt het weer een beetje als Christmas Carol, alleen heeft dat verhaal een happy end. De freelancers in het echte leven blijven buiten in de kou staan, terwijl de collega’s en leiding het er binnen eens goed van nemen. Het valt me daarbij ook op dat het vaak bedrijven zijn die mooie praatjes hebben over een betere wereld, maar die begint kennelijk niet bij henzelf.
Ik heb dat nooit begrepen, waarom zou je onderscheid maken tussen je mensen, waarom is het nou zo ondenkbaar voor zoveel bedrijven om iedereen mee te laten delen. Een kleine attentie doet wonderen, mensen voelen zich gewaardeerd, betrokken, je geeft ermee aan dat iedereen even belangrijk is en meetelt.
Freelancers mogen opdagen wanneer het uitkomt, achterstanden wegwerken, invallen, maar écht erbij horen, dat blijkt te veel gevraagd.
Maar het kan altijd erger. Ik zag dat medewerkers van de Bijenkorf die het hele jaar voor een minimumloon moeten werken een kerstbal als cadeau hebben gekregen.
Doe dan maar niks, hoor. Ik moet er niet aan denken dat je voor zo’n belediging ‘dankjewel’ zou moeten zeggen.
