Verlaten vrouw

Marie (53): 'Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat ik het waard was om meer tijd mee door te brengen’

Dat hij een fladderaar was en vaak niet thuis gaf, vond Marie (53) niet fijn, maar ze was zó dol op hem en ze hadden zo veel gemeen, dat moest toch genoeg zijn?

“Twee jaar geleden leerde ik hem kennen, alles was geweldig aan hem. We kregen contact via een datingapp waar ik met een verveeld oog een blik op sloeg. Ik had er al lang niet meer op gekeken, geloof eigenlijk niet zo in online daten, dus des te verwonderlijker dat ik toch reageerde. We spraken zelfs af en daar in dat café gebeurde het: ik werd stapelverliefd. Dat het bestond, dacht ik, een man die in alle, bepaald niet voor de hand liggende opzichten bij me past en hetzelfde belangrijk vindt als ik. Hij had gewerkt in een heel klein dorpje in Canada waar ik ooit tijdelijk woonde. We ­hielden van dezelfde schimmige muziek, van gezond eten, van yoga, en nog ­diezelfde middag maakten we half voor de grap plannen voor een gezamenlijke wandelvakantie naar Argentinië. Heel vrijblijvend dwarrelden we in de weken en maanden erna van date naar date. Ik had al heel snel door dat ik te maken had met een vrijbuiter die het liefst altijd op reis was. Hij had niet de Nederlandse identiteit, dus was niet gebonden aan dit land. Ik ­daarentegen heb hier een kind en een heel drukke baan. Smoorverliefd sprak ik mezelf toe: easy does it. Jaag die man niet op. Maar het verliefde hart sprak een heel andere taal, een taal van hem veel vaker zien, van meer appen, bellen, knuffelen, vrijen. Bij hem thuis luisterden we samen naar alles wat we op Spotify konden vinden en lagen op zijn bank die we ons liefdesnest noemden.
Het was fantastisch. Tot het dat niet meer was. Wanneer ik echt tot hem door wilde dringen met vragen of gebaren van tederheid, wist hij telkens te ontglippen. Die echte intimiteit, en ik bedoel niet seks, maar ogen die je vol herkenning aankijken, liefdevolle berichten en gewoon een arm om me heen, ontbrak vaak. Toen hij twee weken weg moest voor zijn werk liet hij ineens heel weinig van zich horen. Als je gek op elkaar bent en de een zit in het buitenland, dan bel je toch af en toe om te vertellen hoe het gaat? Waar je mee bezig bent? In het begin probeerde ik mezelf te beheersen, maar toen er tijdens zijn afwezigheid in mijn leven van alles gebeurde, stuurde ik hem op een avond toch een geïrriteerde app. ‘Ben je er nog?’ Hij belde meteen. Verontwaardigd. Boos. Hij had het gevoel dat het mij nooit genoeg was. Ik vertelde dat ik soms de emotionele verbinding miste, maar hij vond dat dat mijn probleem was.
En het is waar dat hij zijn liefde en genegenheid op andere manieren toonde. Hij deed klusjes in mijn huis en kon heerlijk koken. Toch begon ik steeds meer op mijn tenen te lopen. Door de beste versie van mezelf te zijn – altijd vrolijk en sexy – hoopte ik hem haast als vanzelf voor me te winnen en hem al even vanzelf ervan te overtuigen dat ik het waard was om meer tijd mee door te brengen. In plaats van te denken: jij je eigen leven, ik mijn eigen leven, ging ik zitten wachten tot hij terugkwam. Niet sip in een hoekje, want ik had genoeg te doen.

Ik deed mijn ding, maar keek ondertussen uit naar een teken van leven. Ik was bang hem kwijt te raken. Hield me in en deed mijn uiterste best het gezellig te maken als we samen waren. Vorig jaar boekten we een reis naar Thailand, ik verheugde me er al maanden op. Al dat harde werken, al die vluchtige afspraken met hem. Voor het eerst zouden we een maand samen op een eiland verblijven. Hij zou eerder vertrekken, mijn vlucht stond drie weken later gepland. Het was toen al een paar keer korte tijd uit geweest tussen ons. Mijn ­verlangen om te worden vastgehouden en samen één te zijn, werd door hem nooit beantwoord. Het zorgde voor frustratie. Ik deed alsof ik het allemaal prima vond, maar wilde zo graag weten waar ik aan toe was. Onze time-outs duurden nooit langer dan een paar weken, daarna zocht een van ons contact en begon alles weer opnieuw. Want hoe we over het leven dachten, bleef onveranderd. Ik wist zeker dat-ie gek op me was, zoiets kun je je immers niet verbeelden.
Op het vliegveld van Bangkok kwam hij me halen. Eindelijk zag ik hem weer, ik was zo blij. Hij gaf me een snelle kus en leidde me naar de auto. In de maanden ervoor leek onze relatie stabieler geworden. Voorzichtig maakten we steeds meer gezamenlijke plannen voor de toekomst. We zaten echt op een goed spoor, vond ik. En dat hij in de drie weken dat hij hier in zijn eentje had gezeten soms even niets liet horen, paste dat niet gewoon bij zijn persoonlijkheid? Ik moest toch zo langzamerhand wel gewend zijn aan dat solitaire gedrag. En toch zat het me dwars: ik had in de dagen voor mijn vertrek niet één app gekregen met ‘Ik kan niet wachten’, of ‘Zin in ons’. De klomp in mijn maag die ik zo goede kende, was weer terug. Maar ik vond het ook stom van mezelf om naar een uitgebreide knuffel te verlangen. Ik was toch geen vijftien? Hij had een hotel geboekt en lekkere hapjes gekocht, maar in alles wat hij vertelde hoorde ik dat hij het prima naar zijn zin had gehad in zijn eentje. In de dagen erop wilde ik van alles ondernemen, maar vaak liet hij me in mijn eentje gaan. Ik was onrustig, vond het lastig te ontspannen en de werkstress van thuis van me af te zetten. Hij leek geïrriteerd: ‘Je bent nu hier, relax.’ Het was of ik van hem verwijderd raakte, sprak ik uit. En toen meteen: ‘Sorry, ik had er niet over moeten beginnen.’ Maar ik merkte dat hij steeds meer afhaakte. Hij raakte me nauwelijks aan en als hij dat al deed was het weinig enthousiast. Toen we op onze vijfde dag Thailand een trip door de jungle maakten en daar een fantastisch Zweeds echtpaar ontmoetten dat zichtbaar dol op elkaar was, stootte ik hem aan en zei: ‘Wat passen zij goed bij elkaar.’ Vond ik dat wij ook goed bij elkaar pasten?, vroeg hij ­vervolgens. Ik antwoordde instemmend. ‘Nou, ik weet het niet zo zeker’, antwoordde hij. ‘Ik denk dat we ­moeten stoppen.’ Om ons heen kwetterden exotische vogels terwijl het Zweedse stel lachend badderde onder de waterval. En ik wist: dit komt nooit meer goed.
Het liefst was ik toen opgestapt, weggerend, waar dan ook naartoe. Maar ik kon geen kant op, de excursie was met een groep en we zouden pas de volgende dag weer teruggaan naar de stad. ‘Je gaat toch nog wel mee naar Ko Pha Ngan?’, vroeg ik met een dun stemmetje. ‘Je mag met me mee en in mijn kamer slapen, maar niet meer in mijn bed’, was het antwoord. Hoezo zíjn kamer? Ik had die kamer nota bene geboekt. Dat zei ik niet. Ik regelde direct een andere accommodatie. We beleefden nog een heel mooie dag samen. Hij haalde me op met de scooter, we gingen zwemmen, daarna wat eten en drinken en moesten nog lachen ook. Aan het einde van de dag zette hij me weer af bij mijn hotel. ‘Doei’, was zijn afscheid. ‘Doei’, zei ik. En dat was het einde van een klassiek gevalletje verlatingsangst (ik) versus bindingsangst (hij). We hebben daarna niet meer opnieuw geprobeerd de relatie nieuw leven in te blazen. Soms zoekt hij contact, maar ik reageer nauwelijks. Daarvoor ben ik, vrees ik, nog veel te gek op hem. Het gemis voelt nog altijd heel rauw en bijna ondraaglijk.”

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.265 VAKANTIES VAN VROEGER lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor Helena (32): ‘Ik ben vernederd, beschadigd en doodmoe, maar heb veel zin om opnieuw te beginnen’Helena (32): ‘Ik ben vernederd, beschadigd en doodmoe, maar heb veel zin om opnieuw te beginnen’Lees ook