
Het zal even wennen zijn voor correspondente Nasrah Habiballah (38), die na 3,5 jaar Israël en de Palestijnse Gebieden verruilde voor Rotterdam. Regelmatig belde ze met haar kind aan de borst met de NOS en Nieuwsuur. “Als ik nu terugkijk denk ik wel: dat was gekkenwerk.”
Langzaam, heel langzaam gaat het harnas eraf bij Nasrah Habiballah. Na drie jaar correspondentschap voor de NOS in Israël en de Palestijnse Gebieden, is ze terug in Nederland. Jarenlang leven en werken in zo’n onveilige situatie, dat doet iets met je, zegt ze. Dat glijdt niet zomaar van je af op het moment dat je aankomt op Schiphol.
Voorzichtig begint zij te merken hoe makkelijk het leven hier is. Alleen deze afspraak al, in een cafeetje vlak achter Rotterdam Centraal, daar kan ze gewoon op de fiets heen. Vijf minuutjes vanaf haar huis.
Hoe is het om terug te zijn?
“Heel fijn. Alles is hier zo goed geregeld. Alleen al de simpele dingen: dat je hier met je kinderwagen moeiteloos de stoep op en af kunt. De voorzieningen, je ergens inschrijven – het gaat hier allemaal makkelijk.”
In Jeruzalem hebben ze toch ook kinderen?
“Zeker, en daar is de cultuur weer veel fijner. Kinderen zijn overal welkom, en heel geliefd. Je voelt je er met een kind nooit te veel. Maar hier kun je gewoon fietsen met je kind op een zitje voorop – zo leuk. En het is hier natuurlijk veilig en rustig. Als er weer eens aanvallen op Israël zijn vanuit Iran, ben ik zo blij dat hier het luchtalarm niet afgaat.”
Ik zou me kunnen voorstellen dat je de adrenaline van zo’n oorlogsgebied misschien ook wel mist.
“Nee. Ik mis dat niet, ik kick daar niet op. Ik vond al die ellende afschuwelijk. Je hebt weleens bij oorlogsverslaggevers dat de adrenaline verslavend werkt. Maar bij mij was het meer zo dat die adrenaline me gaande hield. Je moet werken, je moet door, je moet live. Van deadline naar deadline. Sterker: zodra die adrenaline wegvalt, stort je in. Dan voel je pas hoe moe je bent. Maar nu mis ik dat niet. Ik vind het heerlijk dat ik, als ik ’s ochtends wakker word, niet meteen live in het NOS Radio 1 Journaal moet, maar dat ik lekker met mijn kind kan ontbijten. Mijn leven heeft jarenlang gedraaid om mijn werk. Als er nu iets gebeurt, schiet steeds door me heen: moet ik niet …? En dat hoeft dan niet. Dat voelt nog heel onwennig.”
Wat doe je nu?
“Even niks. Ik heb mijn handen vol aan het leven in Nederland op de rit krijgen. Ons huis moet worden ingericht, we willen een thuis maken voor onze dochter, die moet wennen aan een nieuw land en een nieuwe opvang. Dat is nu even genoeg.”
Je hebt nogal wat indrukken te verwerken van de afgelopen paar jaar.
“Tijd doorbrengen in zo’n regio doet iets met je. Dat gaat in je lijf zitten, in je hoofd. Ik heb zo veel afschuwelijke dingen gezien, vooral in Gaza. Kinderen die vastzitten onder het puin van een gebombardeerd gebouw en er halfdood onderuit worden getrokken. Ik herinner me een jongetje, van een jaar of vijf, dat helemaal onder het stof zat. Hij leek fysiek oké, maar hij kon niet stoppen met trillen. Totaal geen contact mee te krijgen. Kleine kinderen die zich in blinde paniek vastklampen aan hun dode moeder. Dat krijg je niet van je netvlies. Ik probeer dat nu te verwerken door me vooral op kleine, praktische dingen te richten. Verf uitzoeken voor de kinderkamer, bijvoorbeeld. Een nestje bouwen. Dat geeft me rust.”
Hoe was het om weg te gaan?
“Heel lastig. Ik heb veel familie in het noorden van Israël, daar zijn we langs geweest. Ik ben ook verdrietig geweest om het afscheid van collega-journalisten, maar het moeilijkste waren de leidsters van de opvang van mijn dochter. Zij waren zo fantastisch. Op momenten dat ik het megadruk had en er zo veel speelde, kon ik haar daar met een gerust hart achterlaten. Voor mijn dochter was het een tweede thuis.”
Je bent in Nederland bevallen. Ik las dat toen je daarna terugging, je verhuisde van Jaffa naar Jeruzalem. Terwijl je in Jaffa een schuilkelder had.
“We wilden een frisse start. In Jeruzalem konden we een appartement huren in een complex van een bevriende familie, met een gemeenschappelijke binnentuin. Ik kwam terug met een baby’tje en om dan in een familie-omgeving te wonen, dat was heel aantrekkelijk. En het was nog voor de oorlog met Iran – de raketten van Hamas gingen meer richting Tel Aviv. Maar goed, Israël heeft een goed luchtafweersysteem, maar er komt altijd iets naar beneden. En die raketten uit Iran zijn een stuk krachtiger en gevaarlijker dan die van Hamas.”
Wat deed je als die raketten kwamen?
“We hadden een gang in ons huis met aan de ene kant de keuken en aan de andere kant de badkamer. Dat was de veiligste plek, want er waren geen ramen en er was geen buitenmuur. Bij luchtalarm gingen we daar op de grond zitten, met zijn drietjes. Heel angstige momenten.”
LEES VERDER MET PREMIUM
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks opzegbaar











































