Abonneer nu
Dubbelinterview

Femke & Daan: ‘Mensen zeiden dat mijn race er relaxed uitzag, maar vanbinnen ging ik dood’

Topatlete Femke Bol (24) houdt er een hyperstreng regime op na, acteur Daan Schuurmans (52) laste juist een sabbatical in om op adem te komen. Maar beiden gaan hoe dan ook voor goud.

DAAN: “JE HOUDT VAN ‘RONDJES RENNEN’, ZEI JE OOIT TIJDENS EEN TV-INTERVIEW. Dat ‘rondjes rennen’ gaat je bijzonder goed af, kunnen we wel stellen. Wat is je eerste herinnering aan sprinten?”
Femke: “Ik rende graag rondjes om de parkeer­plaats in onze woonwijk, om ervoor te ­zorgen dat mijn vlieger hoog de lucht in ging. Op mijn zevende ging ik op atletiek. Mijn broer zat al bij die club en het leek me heel leuk. Ik kreeg er vriendinnen, werd fanatieker, beter. Het was tof om vooruitgang te zien. Ik kom uit een ­sportieve familie en thuis keken we veel sport. Wat Epke Zonderland aan de rekstok deed en Dafne Schippers op de baan vond ik zo cool. Nuchtere Hollanders die bizarre sportprestaties neerzetten, het maakte indruk op me.”
Daan: “Er moet een moment zijn geweest dat ze op de atletiekclub zeiden: ‘Dat meisje is iets getalenteerder dan wat er om haar heen staat.’”
Femke: “Dat gebeurde op mijn vijftiende. ‘Misschien moet je naar een ander team kijken’, zei de coach. Ik had net de leeftijd waarop ik officieel de 400 meter mocht lopen. Ik deed mee aan mijn eerste internationale toernooi en won mijn eerste NK in 2019. Soms begrijp ik ook niet waarom ik harder loop dan anderen.”

‘ALS JOUW
RACE OP DE
OLYMPISCHE
SPELEN EEN
FILM WAS, ZOU
MEN ZEGGEN:
‘BEETJE OVER-
DREVEN”

Daan: “Ik keek een filmpje terug van de Olympische Spelen, afgelopen zomer in Parijs. Bij de 4×400 meter gemengde estafette doe je zoiets wonderlijks: je blijft maar gaan en gaan. Haalt in de slotronde de lopers in van België, Groot-Brittannië en Amerika en sprint naar het goud. Als dit in een film gebeurt, zou je zeggen: ‘Beetje overdreven. Kan echt niet.’ Maar jij doet het. Het lijkt zelfs alsof je minder passen zet dan je concurrenten terwijl je ze wel inhaalt. Hoe kan dat? Krijg je vleugels?”
Femke: “Die vleugels voelde ik echt, ja. Amerika had de dag ervoor een wereldrecord gelopen. Wat gebeurt hier, dacht ik. De race klopte, de andere lopers hadden het stokje super doorgegeven en ik liep precies zoals we hadden besproken. Ik kon ‘chasen’, het lukte me nog meer dan anders de verzuring te blokken. Later hoorde ik dat het er relaxed uitzag, maar vanbinnen ging ik dood. Want de laatste honderd meter willen je benen niet meer. Je knieën protesteren. In je lichaam gaan alle alarmbellen af. Je lijf schreeuwt: ‘Stop! Dit is niet de bedoeling. Stop met rennen!’ Dat is waar ik in trainingen al zo vaak doorheen ben gegaan.”
Daan: “De rest vertraagt, maar jij behoudt je snelheid.”
Femke: “Ik vertraag het minst, ja. Dat gevoel, alsof ik vleugels kreeg, dat gaat me vijf, maximaal tien keer gebeuren in mijn carrière. Ken jij dat gevoel ook als acteur?”
Daan: “Zeker, het zijn de bijzonderste momenten. Verslavend. Alles lijkt moeiteloos te gaan. Je hebt gelijk: het gebeurt zelden. Ik herinner me een avond in Breda waar ik de voorstelling Petits Crimes speelde. Het leek alsof de zaal met me mee ademde. Je kunt je afvragen waardoor het komt dat het zo fantastisch voelt, maar soms gebeurt het vanzelf. Wat is de meest magische aanwijzing die jij ooit kreeg van een coach?”
Femke: “Het lichaam bereikt wat de geest gelooft. Naast een coach, fysiotherapeut en voedingsdeskundige heb ik ook een psycholoog met wie ik werk. Om fysiek sterk te presteren, moet je er ook ­mentaal in ­geloven. Visualisatie is heel belangrijk voordat ik een race loop. Ik schrijf een raceplan uit waarin elk uur, elke belangrijke minuut van een ­wedstrijddag zijn beschreven. Mijn psycholoog spreekt dat ­vervolgens in: ‘Je bent op je wedstrijddag. Je gaat naar de ­‘callroom’. Dan ­richting de baan.’ Haar stem begeleidt me tijdens mijn ­visualisatie. In mijn hoofd beleef ik de hele race terwijl ik in ­werkelijkheid gewoon op bed zit.”
Daan: “Zodat je op de wedstrijddag bij alles denkt: dit heb ik al meegemaakt.”
Femke: “Ik weet wat ik moet doen omdat ik het al honderd keer heb gevisualiseerd. Dat zorgt voor minder twijfels. Het is ook weer niet het gouden ei, hoor. Na de voorbereiding is het aan mijn benen om te laten zien wat ze kunnen.”

Daan: “Doe je dat visualiseren ook met andere dingen? ‘Ik wil nú vijftigduizend euro op mijn rekening.’ Zou toch mooi zijn als dat lukt.”
Femke: “Ha. Ik beloof je dat ik het ga proberen. Doe jij iets om mentaal te versterken?”
Daan: “Ik heb veel yoga gedaan. Dat heeft me mentaal veel sterker gemaakt. In een gezin met jonge kinderen, zoals het onze, is het ­moeilijk om in de ochtenduren een heel stille activiteit te doen, ­terwijl het wel heel prettig is. Stiltes kunnen je antwoorden ­brengen. Soms moet je überhaupt even stilstaan in het leven, dat is goed voor je. ­Afgelopen lente hebben Bracha en ik het een paar maanden ­rustiger aan gedaan. Een beetje sabbaticalachtig, we zijn drie maanden in Parijs gaan wonen. Onze dochter Sophia en tweeling Kees en Boris gingen naar een internationale school, waar ze zowel Franse als Engelse les kregen. We voelden ons even Parijzenaars en wandelden met een croissantje in de hand naar school. Daarna gingen Brach en ik een beetje schrijven – we hebben samen een productiemaatschappij waarmee we dingen voor tv en film ontwikkelen – lekker lunchen, musea bezoeken. De stad werd in de aanloop naar de Olympische Spelen brandschoon.
Heb je trouwens meegekregen dat een van de sporters heeft geklaagd over z’n medaille? Die zou gaan afbladderen. Ik weet niet of het over de gouden, zilveren of bronzen plak ging.”

‘OP MIJN ELFDE
SPEELDE IK IN
EEN SCHOOL-
VOORSTELLING
EN WIST IK: IK
WORD ACTEUR’

Femke: “Ik heb ze allemaal, dus kan ze vergelijken, haha. De bronzen ziet er het meest gebruikt uit. Het brons schilfert er inderdaad af. Schijnt een productiefout te zijn. Je kan een nieuwe aanvragen.”
Daan: “Je weet wat er ín de medailles uit Parijs zit, hè?”
Femke: “Een stukje Eiffeltoren.”
Daan: “Het verhaal gaat dat de Amerikaanse Oscars een speciale coating hebben zodat de beeldjes niet worden aangetast door zeezout. Omdat veel filmsterren in Malibu aan zee wonen. Vind ik geestig.”

“STOP!’
SCHREEUWT
JE LIJF DIE
LAATSTE
100 METER,
‘DIT IS
NIET DE
BEDOELING,
STOP!”

Femke: “Wat is jouw mooiste gewonnen prijs?”
Daan: “Ik vond het leuk om Shooting Star te zijn op het filmfestival van Berlijn. Als jonge acteur kreeg ik, uit handen van Dennis Hopper, een beeldje van Icarus die volgens de Griekse mythologie te dicht bij de zon vliegt, waarop de was die zijn vleugels bijeenhoudt smelt. De boodschap voor ons jonkies was: wees een hoogvlieger, maar denk goed na over het materiaal dat je gebruikt. Denk goed na over de rollen die je kiest dus eigenlijk. Ik las ergens dat jouw motivatie om te lopen nooit onder het cijfer acht duikt. Dat herken ik: dit is wie ik ben. Op mijn elfde speelde ik een schoolvoorstelling. Die nacht sliep ik niet, zo’n feest had ik het gevonden om op het toneel te staan. Bij het ontbijt vertelde ik mijn ouders dat ik acteur zou worden en ik heb nooit meer iets anders gewild.”
Femke: “Wat was je favoriete rol?”
Daan: “Ik heb veel plezier beleefd aan de rol van prins Bernhard in Bernhard, schavuit van Oranje. Overigens bleek-ie na die serie een nog ernstiger schavuit te zijn geweest dan gedacht. Ik speelde de jonge Bernhard, waarna Eric Schneider de oude Bernhard speelde.”
Femke: “Heb je weleens heel fit moeten worden voor een rol? Of juist moeten aankomen?”
Daan: “Allebei. In Westenwind zag ik eruit als de dood van Pierlala, spichtig en spierwit. Daarna wilde Johan Nijenhuis dat ik een rol ging spelen in Costa! en moest ik trainen tot ik een sixpack had voor de beachboy look. In Terug naar de Kust speelde ik een alcoholist waarvoor ik een bierbuik creëerde. In Polleke was ik een junk en moest ik er smal uitzien. Toentertijd rookte ik nog heel veel en was het niet zo ­vreselijk ingewikkeld om af te vallen. ‘In de huid van een ander kruipen’, is de uitdrukking. Eigenlijk is dat onzin, want het komt allemaal uit jezelf. Dat maakt acteren interessant: een rol is altijd jouw visie. In portretten van schilders zit ook altijd een beetje van de schilder zelf.”
Femke: “Tijdens de fotoshoot noemde de crew de setting ‘James Bondachtig’. Die benaming zei me niet zo veel. Ik weet wie James Bond is, maar heb de films nooit gezien.”
Daan: “Wat? Dat is wel een gemis, Femke. De Bond-reeks is een unieke reeks in de filmgeschiedenis. De laatste Bond, Daniel Craig, heeft net afscheid genomen. Met zijn vertolking heeft hij het ­filmfenomeen naar een nog hoger plan gebracht. Nu wordt er gezocht naar een nieuwe Bond. Er wordt gefluisterd dat het een vrouw wordt. Ze ­kijken naar wat past in deze tijd.”
Femke: “Niets voor jou, als ze tóch voor een man gaan?”
Daan: “Haha, als jongetje wilde ik niets liever. Maar naast het feit dat ik Nederlander ben – en op Sean Connery na waren alle 007’s Brits – beginnen de meesten rond hun 35ste aan het Bond-avontuur, zodat ze nog minstens vijf of zes films kunnen maken. Dan houdt het voor deze rol wel een beetje op. Behalve Roger Moore, die was met z’n 57 jaar de oudste Bond. Hij kwam op een gegeven moment met leesbril de set op. Misschien ging-ie net een jaartje te lang door.”

Femke: “In mijn tak van sport zijn niet veel lopers ouder dan 35 jaar.”
Daan: “Dat betekent dat jij je plafond nog niet bereikt hebt. Er zit nog genoeg in het vat. Bij de volgende Olympische Spelen ben je 28. Ligt daar jouw focus?”
Femke: “Op wereldkampioenschappen kom ik exact dezelfde tegenstanders tegen, die zijn dus op hetzelfde niveau als op de Spelen, maar toch zijn de olympische medailles de ultieme prijzen om te winnen. Ik duik er met plezier een bubbel voor in. Ik geef me graag over aan die focus, maar in zo’n bubbel mis ik wel dingen. Jij blijkt bijvoorbeeld een kijkcijferhit te hebben met het tv-programma ‘Het Verhaal Van’, dat heb ik net van anderen moeten horen. Ik besef ook dat ik een totaal ander leven leid dan leeftijdsgenoten. Ik heb nog veel contact met vriendinnen van vroeger. De een is net klaar met de universiteit en op zoek naar haar eerste baan, de ander gaat lekker lang op reis. Fijn dat ik die kant van het leven via mijn vriendinnen kan meemaken. Krijg ik er toch íéts van mee. Ik kan niet met ze meegaan de stad in om een drankje te doen, want ik wil om tien uur in bed liggen.”

‘MET EEN
CROISSANTJE
IN DE HAND
DOOR DE STAD:
WE VOELDEN
ONS HEUSE
PARIJZENAARS’

Daan: “Sporten en rusten. Vat dat het topsportleven samen?”
Femke: “Ja, compleet. Ik lig veel op bed te bellen met mijn vriend. Op trainingskamp in Zuid-Afrika mis ik hem vanaf dag één. Ben is ook atleet, gespecialiseerd in polsstokhoogspringen.”
Daan: “Kan hij niet met jou mee op trainingskamp in Afrika?”
Femke: “Nee, hij traint thuis omdat hij een heel ander onderdeel doet. In zijn sport is trainen op hoogte minder nodig.”
Daan: “Waarom is die hoogte eigenlijk zo belangrijk?”
Femke: “Elke herfst train ik in Potchefstroom, Zuid-Afrika, elke winter in Stellenbosch. De hoogte op die plekken maakt dat je meer moeite hebt met ademen, waardoor het lijf harder gaat werken. Er worden extra rode bloedcellen aangemaakt waardoor de zuurstofopname en je uithoudingsvermogen verbeteren. Het moeilijkste aan de sport, het rafelrandje van dit bestaan, vind ik het vele weggaan. Drie keer per jaar ben ik een maand lang op trainingskamp in Afrika en draag ik een ring die alles registreert wat ik doe. Hoe ik heb geslapen. Of ik genoeg hersteld ben.”
Daan: “Wauw. En die ring ziet alles, hoe laat je wakker wordt en hoe je je koffie drinkt?”
Femke: “Ja. Ik kan via een app invullen hoe ik opsta, hoe het die dag is gesteld met mijn motivatie, of ik ergens een pijntje heb, of ik ongesteld ben. Mijn voeding wordt uitgedacht en ik krijg dexa-scans die de samenstelling vet en spier meten.”

‘HET WEGGAAN
VIND IK LASTIG:
ZIT IK WEER IN
MIJN HOTEL
TE BELLEN MET
MIJN VRIEND’

Daan: “En ergens in Papendal komen 25 mensen bij elkaar om te ­vergaderen over hoe nu verder met Femke?”
Femke: “Gelukkig gaat de info alleen naar mijn coach. Ik ben ook gewoon maar een mens.”
Daan: “Wel iemand die vol in de aandacht staat. Vind je dat lastig?”
Femke: “De bekendheid die erbij komt kijken is wel gek, ja. Die wilde ik nooit, ik wilde gewoon hard rennen. Ik moet eraan wennen dat mensen een mening kunnen hebben over alles wat ik doe en zeg. Heb jij adviezen, Daan? Weleens het publiek over je heen gekregen?”
Daan: “Van recensenten kun je last hebben. De pen is machtiger dan het zwaard: dan zijn er negen goede recensies, maar de tiende, lelijke, blijft je bij. Je moet je ervoor leren afsluiten, daarom zit ik ­bijvoorbeeld niet op social media. Al die meningen die in de rondte worden gegooid. Mijn advies zou zijn: koester de bubbel. Ook op trainingskamp in Afrika. Ik ben er nooit geweest, mijn voorouders wel: zij vertrokken eind negentiende eeuw naar Pretoria. Het waren goudzoekers.”
Femke: “Net als ik.”
Daan: “Nou ja, zeg, da’s waar. Al zegt íéts me dat zij stukken minder snel waren dan jij.”•

cv

FEMKE BOL GEBOREN 23 februari 2000 in Amersfoort IS atlete, gespecialiseerd in 400 meter en 400 meter horden STUDIE Communicatie­wetenschappen (niet afgemaakt) IS indoor wereldkampioen 400 meter en 4×400 meter vrouwen en outdoor wereldkampioen 400 meter ­horden en 4×400 meter vrouwen BEHAALDE goud (4×400 meter gemengde estafette), zilver (4×400 meter estafette) en brons (400 meter horden) op de Olympische Spelen 2024 in Parijs WOONT in de buurt van Arnhem HEEFT een relatie met de Belgische polsstokhoogspringer Ben Broeders.

cv

DAAN SCHUURMANS GEBOREN 24 januari 1972 in ­Rotter­dam IS acteur STUDIE Toneelacademie Maastricht BEKEND VAN ­Bernhard, schavuit van Oranje, Nieuwe Buren, Vliegende Hollanders THEATER King Lear, Demonen TV Het verhaal van Nederland, Het ­verhaal van Amsterdam NU TE ZIEN in de film Het Boek van Alle Dingen WOONT in Haarlem IS getrouwd met actrice Bracha van Doesburgh. Samen ­hebben ze drie kinderen: Sophia en tweeling Kees en Boris.