
In de veelkleurigheid van een Pride-optocht lijkt de regenbooggemeenschap one big happy family die altijd voor elkaar opkomt. Desondanks vraagt schrijver Haroon Ali zich af waarom die community dan toch vaak verdeeld voelt.
‘Community’ is een woord dat vaak wordt benadrukt bij evenementen voor lhbti+ personen. Het wordt opzwepend geroepen door een dragqueen in een club, of juist bedachtzaam uitgesproken tijdens een paneldiscussie. Maar zijn we eigenlijk wel de all-inclusive community die we pretenderen te zijn?
Als ik een oproep doe in mijn netwerk en vraag wanneer mensen zich buitengesloten voelen, krijg ik veel berichten, vol frustratie en ook verdriet. De meeste (anonieme) reacties gaan over de mannenscene. De mannen die wel van een verzetje houden vinden dat gays te veel focussen op looks, lichamen en jeugdigheid, en een schoonheidsideaal hanteren dat voor velen onhaalbaar is. Op gayfeesten wordt het gemeenschapsgevoel vooral versterkt via vluchtige en anonieme seks, al dan niet onder invloed van alcohol en drugs. Begrijp me niet verkeerd: dat kan bevrijdend zijn. Maar het leidt ook geregeld tot grensoverschrijdend gedrag, waar we nog te weinig over praten. In dat grenzeloze hedonisme is het moeilijk om oprechte connecties te maken.
“Mensen denken dat de gaycommunity staat voor vrijheid en expressie”, zegt de Amerikaanse identiteitscoach en instagrammer Dorian Levy in een pijnlijk treffende video. “Maar mannen worden gesorteerd op uiterlijk, lichaam, afkomst en de rol die ze in iemands fantasie kunnen spelen. Ze worden verzameld als trofeeën. Maar als je gereduceerd wordt tot een type, leert niemand je écht kennen. En wie niet voldoet aan de fantasie, verdwijnt naar de achtergrond.” Aandacht is dan ook geen verbinding. “Als mannen meer naar je looks verlangen dan naar jouw verhaal, word je niet gezien om wie je werkelijk bent, maar in feite geconsumeerd.”
Witte gays regeren
Racisme blijft helaas ook een hardnekkig probleem, vooral onder witte gays. Mannen van kleur vertellen me dat ze zich onzichtbaar voelen op grote circuit parties, waar gespierde, shirtloze witte mannen regeren. Ténzij je vanwege je etniciteit juist wordt gefetisjeerd, maar dan ben je een gebruiksvoorwerp. Er is een hiërarchie waarbij witte mannen de rangorde bepalen – net als in de bredere samenleving trouwens. En ze zijn grotendeels verantwoordelijk voor het seksualiseren van de gayscene, zegt nota bene een witte man die ik sprak. Daarom gaat hij liever naar queerfeesten met een diverser publiek, waar hij veilig zijn ‘non-conformatieve zelf’ kan zijn.
Khareem Wielingen kan erover meepraten. Toen hij op zijn achttiende uit de kast kwam en uitging in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat, voelde dat als een ‘bevrijding’. Toch merkte Wielingen al snel dat witte gays hem in de eerste plaats als een zwarte man zien, en niet als een gelijke. Ze hadden vooroordelen over zijn Surinaamse achtergrond, zagen hem als ‘exotisch’ of een ‘uitprobeersel’. Wielingen werd daarom minder luid en expressief in hun bijzijn. In Club NYX trok hij zich vaker terug in het hoekje waar andere mannen van kleur stonden. Of hij week uit naar Reality Bar, de enige Caribische gaybar in Nederland, die helaas niet meer bestaat.
Inmiddels is Wielingen 29 jaar, werkt hij als jongerenwerker en is hij de Europese father van Kiki House of Bodega. Dit ballroomcollectief heeft ook een eigen stichting, House of B., waarbinnen ze dans, cultuur en zorg verenigen, met de focus op zwarte queers en lhbti+ personen van kleur. Die ervaren uitsluiting in hun woonomgeving, maar ook in de witte gayscene. Ze zitten vaak in eenzame of onveilige thuissituaties, of belanden in ‘afhankelijkheidsrelaties’, aldus de stichting. In de ballroomscene zijn ze geen buitenbeentjes, maar vinden steun en herkenning bij elkaar. “We bieden een andere sfeer, met de muziek van onze jeugd, zoals soca, of snacks uit onze cultuur, zoals de bara. Het voelt echt als thuiskomen.”
Het past in bredere ontwikkeling, waarbij queer personen die buiten de mainstream vallen hun eigen gemeenschappen vormgeven. Meerdere mensen vertellen me dat ze zich niet op hun gemak voelen bij de grotere feesten, ‘waar altijd dezelfde muziek wordt gedraaid, met vergelijkbare aankleding’, en die door grote commerciële partijen worden georganiseerd. Die zijn in de praktijk vooral leuk voor succesvolle gays met een goed-gevulde portemonnee, die zo’n duur avondje uit kunnen betalen. Deze kritiek over ontoegankelijkheid gaat in hand met de kritiek op Pride Amsterdam, dat volgens gemarginaliseerde groepen te massaal, te commercieel en te wit is.
Iedereen een eigen feest
“Pijnpunten in de samenleving voel je ook altijd tijdens Pride”, zegt journalist Menno Sedee. “De roep om meer diversiteit werd vooral luider na de wereldwijde Black Lives Matter-protesten, waarna in de zomer van 2020 Black Pride ontstond.” Niet lang daarna werd Queer Amsterdam opgericht, dat zich ook afzette tegen Pride Amsterdam. Recenter zagen we hoe het protest tegen de genocide in Gaza verweven raakte met het regenboogactivisme. Dat komt allemaal aan bod in het boek Tussen feest en protest, over dertig jaar Pride Amsterdam, dat Sedee schreef met collega Michiel Klaassen. Hun werk komt in juni uit, tijdens de internationale Pride-maand en vlak voordat World Pride losbarst in de hoofdstad.
Sedee snapt wel waar de kritiek op witte gays vandaan komt. Zij stonden in de jaren negentig aan de wieg van Pride Amsterdam, toen het ergste leed van de aidscrisis achter de rug was en het huwelijk bijna was opengesteld voor paren van gelijk geslacht. “De homo-emancipatie was voor hun gevoel voltooid, dus Pride moest feestelijk zijn. Maar er wordt vaak een karikatuur van deze oprichters gemaakt, alsof ze alléén maar wilden feesten.” We moeten niet vergeten dat ze ook veel deuren hebben geopend. Sedee: “Pride was een overwinning op zich, en de Canal Parade heeft ook altijd iets activistisch gehad, omdat het onze zichtbaarheid vergrootte bij het grote publiek.”
Vanaf het begin hadden veel mensen moeite met het blootgehalte van de botenparade. En hoewel er genoeg lesbische vrouwen waren die vrolijk mee feestten, was er ook een deel dat meer behoefte had aan cultuur, lezingen en andersoortige ontmoetingen, legt Sedee uit. Op lesbocode.nl lees ik een relaas uit die tijd: ‘Bij de Gay Pride denken mensen, en ook veel lesbische vrouwen, dat het jaarlijkse evenement vooral voor homo’s bedoeld is. De Gay Pride wordt altijd afgesloten met de Canal Parade, en soms wat serieuzere activiteiten, waar altijd weinig lesbische vrouwen te zien waren.’ Daarom werd in 2009 voor het eerst een apart vrouwenprogramma georganiseerd, een signaal dat het anders moest.
Queer vrouwen eisen nu hun plek op in de bredere gemeenschap en de samenleving, en creëren eigen feesten, podcasts en andere platformen. Maar ook in de vrouwenscene is niet alles pais en vree. Zo vertelt een ‘late lesbi’ dat ze het moeilijk vond om vriendinnen te maken. “Vrouwen onderling zijn soms feeksen, zeker op vrouwenfeesten. Ze bemoeien zich met wie je moet omgaan, zeggen lelijke dingen over elkaar en verklappen je dategeschiedenis aan anderen.” Ze moest daardoor een drempel over om contact te maken. Een ander merkt op dat de queer-vrouwenplatformen die erbij zijn gekomen vooral witte vrouwen aanspreken en niet echt intersectioneel zijn. Intersectionaliteit betekent dat ieder mens een samenspel is van identiteiten. Je focust dus niet alleen op seksualiteit en gender, maar houdt ook rekening met opleidings- en inkomensniveau, afkomst en sociale klasse.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar



































