
Als je onderbuik keer op keer ‘nee’ brult, maar uit je mond komt een ‘ja’, dan zou je weleens een pleaser kunnen zijn. En daar doe je jezelf én de ander helemaal geen plezier mee.
“33! 34! 35!” Ik klink te opgewekt. Hij moet nu toch ook wel weten dat hij het niet gaat halen. “Zes-en-der-tig. Kom op! 37!”
De zoemer gaat, zijn drie minuten zijn voorbij. Ik weet even niet wat ik moet doen. Teleurstelling druipt samen met straaltjes zweet van zijn gezicht. De uitdaging was simpel: in drie minuten zo veel mogelijk burpees doen. Ik ging eerst, hij telde voor mij en daarna wisselden we van rol. Mijn score? 41. Ik heb gewonnen van een man die ik amper ken, maar van wie ik zeker weet dat hij hier vaker komt dan ik. Die ongetwijfeld dacht wel eventjes te gaan winnen. Ik ben geen fitgirl. Mijn grootste prestatie is het feit dat ik me twee keer per week dwars door mijn tegenzin naar deze crossfitbox sleep. Toch voel ik me allesbehalve triomfantelijk. In een split second wil ik zelfs een excuus aandragen voor mijn winst, want ja, waarschijnlijk kon ik vier burpees meer doen omdat ik aan het begin van de training een lichtere krachtoefening deed. Maar als ik zo ga beginnen, moet ik ook zeggen dat ik op de laatste dag zit van een horrormenstruatie, waardoor ik de afgelopen drie dagen amper zonder kruik en pijnstillers kon.
Dat ik die excuusreflex inslik heeft niets te maken met mijn zojuist bij elkaar geploeterde zelfvertrouwen of menstruatieschaamte, maar alles met het gesprek dat ik eerder deze week had met Johanna Nolet. Ze is ervaringsdeskundige en expert op het gebied van problematisch pleasen. In haar boek Ik begin geloof ik te bestaan, verweeft Nolet haar eigen ervaringen als verstokter pleaser met inzichten uit literatuuronderzoek en haar achtergrond als sociaal werker, om uit te leggen hoe het nu precies zit met fawning (vleien), het vierde overlevingsmechanisme naast vechten, vluchten en bevriezen. Haar woorden doen me inzien wat ik hier op die zwarte rubberen fitnessvloertegels wilde doen: vleien, om de situatie – een gekrenkt ego – te redden.
REGIE KWIJT
Pleasen is heus niet altijd verkeerd, zegt Nolet: “Pleasen is een normaal onderdeel van het leven. Bovendien kan het ook heel leuk zijn om een ander blij te maken.” En ja, dan sta je ineens die rotklus te doen op kantoor om een collega die overloopt te ontlasten, terwijl je zelf ook een deadline in je nek hebt hijgen. Of val je een keertje in achter de bar van de sportclub, ook al heb je totaal geen zin. Of zeg je glimlachend tegen de ober dat het eten dat je net uitgebreid hebt afgekraakt met je tafelgenoten ‘echt heel lekker was’. Een keer pleasen is dus geen drama, maar wanneer gaat het de verkeerde kant op? Johanna Nolet: “Het wordt problematisch als het geen bewuste keuze is. Als je je stellig hebt voorgenomen iets niet te doen en het vervolgens toch doet. Elke keer dat je kiest voor het belang van een ander ten koste van jezelf, ga je over je eigen grens. Als dat keer op keer gebeurt, dan heb je de controle verloren.”
Het onderscheid tussen pleasen en fawnen is nog niet zo lang geleden in de psychologie vastgelegd. In 2013 erkende psychotherapeut Pete Walker fawning als een traumarespons en schaarde het onder de overlevingsmechanismen. Fawning is dus een automatische reactie van het zenuwstelsel. In een dreigende situatie – als er geen tijd is om alle opties rationeel te overwegen – neemt je oerbrein het over om jou het vege lijf te redden. Nolet: “Dat inzicht was voor mij baanbrekend. Daardoor vielen zo veel dingen op zijn plaats. We doen alsof vrouwen bewuste pleasers zijn, alsof het een keuze is om niet zo assertief te zijn. Dat beeld paste niet bij mij. Ik weet heel goed wat ik wil, tot ik me in een situatie bevind waarin mijn ja een nee is voor de ander. Ik ga dan op slot en vervolgens zeg en doe ik dingen die ik niet wil.”
Allemaal de schuld van ons gekke brein: “Dat kan moeilijk onderscheid maken tussen groot en klein gevaar. Het is alles of niets, zogezegd. Dus het kan zo zijn dat een ogenschijnlijk onschuldige vraag op het werk je al doet fawnen. Ik heb dat zelf vaak genoeg meegemaakt. Naderhand voelde ik me dan erg verward. Waarom zei ik ja? Gevolgd door het schuldgevoel: waarom zat ik als een mak schaap mee te grinniken?”
MAK SCHAAP
Dat beeld herken ik maar al te goed. Ik zie mezelf nog zitten in een videogesprek met mijn leidinggevende. Het was mijn vierde week terug aan het werk, langzaam was ik mijn uren aan het opbouwen na een fikse burn-out, toen mijn bazin van wal stak: ik moest maar eens snel beslissen wat ik nu precies wilde. Dit was het moment om de richting van mijn carrière te bepalen. En dat moest ik vlug laten weten, ze had immers drie vacatures openstaan in haar team en zo kon zij niet verder. Snel beslissen? Hoe dan? Ik was allang blij dat ik na maanden van totale uitputting weer rechtop achter mijn bureau kon zitten. Hoe haalde ze het in haar hoofd? De woede die opkwam werd direct weggespoeld door mijn eigen wiebeligheid. Had ze misschien toch een punt? Terwijl ik mezelf vanachter mijn laptop een kortsluiting zat te denken, blokkeerde ik volledig. In het kadertje onder in mijn scherm zag ik mezelf zitten, hoe ik opeens mijn mondhoeken optrok tot een vreemde grijns. Ik had niet langer de regie. Ik knikte en glimlachte. Als een idioot. We sloten het gesprek af, ik nog steeds met die stomme grijns op mijn gezicht, ‘Ja, ja, je hebt gelijk, ik zal eens goed nadenken’, zoiets heb ik toen nog gemompeld. Naderhand kon ik mezelf wel voor mijn kop slaan: waarom had ik hiermee ingestemd?
“Fawning is wat je doet als je lichaam en intuïtie ‘nee’ schreeuwen, maar je mond doodleuk ‘ja’ zegt”, aldus gedragsanaliste en mediator voor strafzaken Marjon Kuipers. “Het is niet wie je bent, maar wie je in een reflex wordt om te overleven. Waarom we fawnen is zelden terug te brengen tot één simpele reden, maar in essentie gaat het altijd omveiligheid. Net als codependency, waarin iemand zijn eigen gevoelens en behoeftes afhankelijk maakt van die van een ander, is fawning een traumapatroon. Het is een mechanisme om de veiligheid die je onbewust zoekt kunstmatig te creëren.” In haar werk als bemiddelaarster in strafzaken ziet Kuipers regelmatig hoe overmatig pleasen faliekant mis kan gaan. “Het komt overal voor: in burenruzies, liefdesrelaties en binnen organisaties waar ik bemiddel. Wat ik helaas vaak zie is dat mensen zo lang hun ergernissen inslikken, meebewegen en toestemmen, dat het een keer tot ontploffing komt. Iemand slaat dan ineens heel heftig terug en kan plotsklaps dader worden, terwijl die persoon in feite al die tijd slachtoffer was.”
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
































