Achtergrond

‘Als je moeder jouw behoeftes als kind níét beantwoordt, leer je: ik ben niet belangrijk, ik doe er niet toe’

Als je moeder het emotioneel liet afweten toen je klein was, draag je dat de rest van je leven met je mee. Vaak ettert deze ‘moederwond’ zelfs door in andere relaties. “Nog steeds voelt het alsof niemand op mij zit te wachten.”

Dat Roos (56, communicatieadviseur) opgroeide in een koud, vervuild huis en beschimmeld brood met leverpastei moest eten deed pijn, maar het was niet het ergste aan haar jeugd. Waar ze vijftig jaar later nog steeds tranen van in haar ogen krijgt, is hoe eenzaam ze zich voelde. “Mijn moeder was niet lief of zorgzaam. Ik moest alles zelf doen. Ik liep alleen naar school en maakte al heel jong zelf mijn eten. Ik nam nooit vriendinnetjes mee naar huis, kinderfeestjes kende ik niet. Ik was altijd alleen. Mijn moeder dronk veel, ze verweet me van alles en maakte me bang voor mijn vader, die ik niet kende en over wie ze niets wilde vertellen. Als ik iets fout deed, zweeg ze me dagenlang dood met kille, donkere ogen.” Haar gedrag liet diepe sporen na bij Roos. “Tot op de dag van vandaag heb ik het gevoel dat ik niet de moeite waard ben, dat niemand op mij zit te wachten. Het is onderdeel geworden van wie ik ben.”
Er is een naam voor de emotionele schade die je oploopt wanneer je als kind steun, veiligheid of liefde van je moeder hebt gemist: de moederwond. “De relatie met je moeder is de allereerste in je leven. Toen je nog in haar buik zat, waren jullie ­letterlijk met elkaar verstrengeld”, verklaart Diana Arkeveld. Ze is expert in het omgaan met emotioneel afwezige ouders en het doorbreken van de gedragspatronen die ­daarmee samenhangen. “Na je geboorte begint het ontwikkelen van je eigen identiteit, maar je blijft totaal afhankelijk van je moeder. Als het goed is, merk je dat zij er onvoorwaardelijk voor je is, bijvoorbeeld wanneer je hongerig, bang of ziek bent. Van haar leer je jezelf te uiten en verbinding te maken met anderen. Maar als je moeder jouw behoeftes als kind níét beantwoordt, leer je iets anders: ik ben niet belangrijk, wat ik wil, doet er niet toe. Om toch te krijgen wat je nodig hebt, pas je je aan: je probeert haar te behagen, maakt je eigen wensen onbelangrijk of je gaat op een negatieve manier aandacht vragen.” Dit overlevingsgedrag neem je volgens Diana mee als je volwassen wordt, en vaak loop je daar uiteindelijk op vast. “Veel vrouwen benoemen dezelfde klachten: zichzelf klein houden, pleasen, piekeren, geen grenzen stellen, bevestiging zoeken, schuld­gevoel. Zo kan een onbehandelde moederwond dooretteren in je leven.”

TELEURGESTELD
Dat je een moederwond niet alleen oploopt door ernstige verwaarlozing of mishandeling, weet Mirjam (48, holistisch coach). “Mijn moeder kwam zelf uit een gezin waarin veel gedoe was, en was vastbesloten het met haar eigen kinderen anders te doen. Het moederschap werd haar levensdoel, maar ze was onzeker, angstig en bovendien pas 21. Ze lag veel op bed en kon weinig hebben. Als kind probeerde ik haar op te beuren, maar dat irriteerde haar juist. Dat ik liever met mijn vader was, verweet ze me. ‘Jij wijst mij altijd af, ik ben nooit goed genoeg voor jou’, zei ze. Voor mij was het tegenovergestelde waar: ik voelde mij juist door háár afgewezen, ik was het enige kind dat haar steeds teleurstelde. Toen ik vertelde dat ik werd gepest op school, wuifde ze dat weg: ‘Dat zal wel meevallen. Iedereen vindt jou altijd de leukste.’ En dan zocht ik weer troost bij mijn vader. ‘Wees jij nou maar de verstandigste, je moeder kan het gewoon niet aan’, zei hij vaak. Als kind voelde ik me daardoor gesteund, mijn vader nam me tenminste serieus. Pas later ging ik inzien dat je zoiets helemaal niet van een kind mag vragen. Hij zette mij náást hem, een plek die echt niet voor mij bedoeld was.”
Ook bij Noralie (34, accountmanager) was er geen sprake van ernstige ellende, ze kijkt zelfs terug op een fijne jeugd. “Het was leuk, zolang we het met mijn ouders eens waren. Voor hen was er maar één waarheid, die van hen. Toen ik begon te puberen en een eigen mening kreeg, begonnen de problemen. Het escaleerde steeds vaker. Ze vonden mijn vriendje – met wie ik inmiddels getrouwd ben – niet goed genoeg en verboden hem om op bezoek te komen. Bij hem thuis voelde ik me juist heel welkom. Dat zijn moeder voor iedereen iets te drinken inschonk, was een openbaring. Bij ons was het ieder voor zich – zelfstandigheid noemden mijn ouders dat. Anderen begrijpen niet altijd waarom ik het thuis zo moeilijk had, er was toch geen sprake van fysiek geweld? Maar ik heb me door de harde opstelling van mijn ouders erg alleen gevoeld.”
Dat ze als kind niet op hun moeder konden rekenen, had zowel bij Roos, Mirjam als Noralie grote invloed op de keuzes die ze later maakten. Alle drie gingen ze als tiener uit huis. “Ik was beter af alleen, ik wilde van niemand meer afhankelijk zijn”, verklaart Roos. Toch vond ze het moeilijk om haar moeder los te laten. “Ze maakte een puinhoop van haar leven, maar ze was wel de enige die ik had.” Ondanks haar afkeer van haar moeders gedrag kreeg Roos een relatie met iemand die ­precies hetzelfde was: drankverslaafd en narcistisch. “Ik denk dat ik koos voor wat ik kende, ik was zo blij dat ik iemand had gevonden die mij leuk vond. Ik ben veel te lang bij hem gebleven.”

COMPENSEREN
Uiteindelijk trouwde Roos met Niels, een loyale en rustige man met wie ze twee kinderen kreeg. “We hebben een stabiele, veilige relatie, maar eigenlijk voel ik me nog steeds alleen. Ik vraag zelden om hulp. De overtuiging dat niemand er echt voor mij zal zijn, zit heel diep. Maar mijn kinderen zullen zich nooit zo hoeven voelen, daar doe ik alles voor. Ze kunnen op ons rekenen, altijd. We helpen ze met school, staan elke wedstrijd langs de lijn, halen ze ’s nachts op van feestjes. Thuis is het schoon en gezellig, er is altijd iets lekkers te eten. We vieren hun verjaardagen uitbundig en maken regelmatig uitstapjes samen. Misschien probeer ik te compenseren wat ik zelf heb gemist, al ben ik er wel alert op dat ik mijn kinderen niet verstik. Ik wil gewoon heel graag dat ze zich gezien voelen.”