Achtergrond

‘De schoonheid van nostalgie: het hoeft niet waar te zijn, het gaat om herinneringen in jouw geest’

Vroeger was heus niet alles beter, dat weten we best. En toch verlangen we graag terug naar een simpelere tijd. Waar komt dat gevoel van nostalgie eigenlijk vandaan?

Het vertrouwde beeld van een jarentachtigzomervakantie van een doorsnee Nederlands gezin is ongeveer dit: een praktisch vierdeursgevalletje met theedoeken voor de zijramen als zonnewering (geen airco, duh). Vaak een caravan of vouwwagen, maar in elk geval een aanhanger voor de potten Calvé-pindakaas, de Agu-regenpakken en de campingstoelen met grafische print. Meestal een koelbox voorin, tussen moeders benen, voor de kadetten kaas en de hardgekookte eieren. Een pak appelsap met hardplastic Mepal-bekers, een thermosfles filterkoffie, een plastic tasje voor de sinaasappelschillen en vermoedelijk een zak katjesdrop. Achterin klonk er constant gebakkelei over wie in het midden moest zitten of wie de uit zijn giechel meurende hond op schoot moest nemen. Geen iPad, geen koptelefoons. Voorin was er voortdurend ­gesodemieter over wel of niet stoppen om te plassen en wel of niet een B-weg nemen om de kilometerslange sliert van andere auto’s met krijsende kutkinderen te omzeilen op de Autoroute du Soleil. Ondertussen rookten de voorbankers stevig door, jammer genoeg zonder dat dit een stressverlagende impact had.
In mijn geval hadden mijn twee broers en ik op de terugweg altijd twintig centimeter ­zitruimte per persoon, met onze knietjes opgetrokken tot oorhoogte, want mijn vader spaarde wijn van onontdekte Franse wijnhuizen. De tien, twaalf, vijftien dozen die hij gedurende twee weken Frankrijk bij elkaar sprokkelde, moesten ergens staan. Omdat wij altijd bang waren dat we gesnapt zouden worden bij de douane, bedekten we die dozen in de buurt van de grens met stukgelezen Donald Ducks. Er gebeurde nooit iets. De enige politieagent was mijn vader zelf, die met angstaanjagend onderkoelde hysterie bijhield of onze Snoopy-rugzakken geen millimeters afsnoepten van zijn flessen Chateau du Tralala.
De muzikale begeleiding kwam overwegend van de Antwerpse maatschappijkritische band De Strangers (mijn ouders zijn Belgisch) en van Fleetwood Mac – meestal Rumours, hun beroemdste album. Gek genoeg krijg ik niet echt nostalgische gevoelens als ik terugdenk aan deze tijd. Ik heb er wel leuke herinneringen aan, maar ik zou er nooit naar terug willen. Misschien komt dat door de scheiding van mijn ouders halverwege mijn jeugd, waarna familie­vakanties ingewikkelder werden.

Als je mij nu zou vragen wat voor mij dan wél nostalgisch is, dan kom ik eerder uit bij de Oudemanhuispoort, de oude rechtenfaculteit in de Amsterdamse binnenstad in de jaren negentig. Een statig, historisch maar toch houtje-touwtjegebouw, met gezellige kleine ruitjesramen rond een vierkante binnentuin met veel groen – ongewijzigd sinds 1600. In het midden een borstbeeld van Minerva, de Romeinse godin van wijsheid, kunst en wetenschap.
Als ik aankwam voor een college, keek ik altijd eerst even naar Minerva (hoi wijsneus), om me vervolgens niet zozeer op de studie te storten als wel in het sociale paradijs met duivelse hoekjes van het Amsterdamse studentenleven. Eigenlijk een soort constant vakantiegevoel. Op de Oudemanhuispoort betekende dat: vies veel roze koeken en nog viezere koffie. Er was ook cola, maar zeker geen zero. Geen matcha sowieso. Wel sigaretten, helaas. En overal studenten op All Stars zonder opgespoten lippen of proteïne-abbs. Als je de binnentuin binnenliep (je moest eerst door een middeleeuws gangetje met aan weerszijden Parijsige boekenstalletjes), zag iedereen je, want niemand had een smartphone. Je gaf hier en daar een kus op een wang en ook wel op de mond in een soort flirty friendship, een oh-wij-zijn-zo-lekker-Reality Bites, community-achtige vibe. Huggen deden we niet. Dat was echt te Amerikaans. Studeren deed je er zo’n beetje bij, tussen het ouwehoeren en flirten door. Cv-building was iets voor overachievers zonder humor.

HEIMWEEHUILEN
De Oudemanhuispoort is niet meer. De rechtenfaculteit is alweer jaren geleden verplaatst naar een saai gebouw dat veelbelovend ‘campus’ heet, maar eruitziet als een assurantiekantoor in Lelystad. ‘De Oudemanhuispoort was gewoon op’, las ik in een artikel in het huisblad van de universiteit.
Ik moest een beetje heimweehuilen van die zin. En ik voelde ook een soort rare, plaatsvervangende nostalgie voor de rechtenstudenten van nu. Dat ervaren zij zelf ook, vermoed ik. Jongeren van nu – gen Z’ers en late millennials – zijn massaal bevangen door weemoedige ­gedachten en gevoelens over de jaren negentig en ook over de eighties: een tijdperk waarin zij nog lang niet geboren waren. In hun ogen was er toen geen klimaatcrisis, kon je makkelijk een huis vinden met een starterssalaris en was er weliswaar ook een shitshow aan de gang in het Midden-Oosten, maar niet zo gruwelijk als nu. En alles wat wel gruwelijk was, gutste niet de godganse dag tegen de plinten van je brein, want er was geen internet.
Bijna de helft van de jonge mensen zou liever opgroeien in een internet­loze wereld, of in elk geval veel minder tijd doorbrengen op de ­smartphone, bleek in 2025 uit wetenschappelijk onderzoek, zowel hier als in andere westerse landen. Kennelijk heeft deze generatie het idee dat ze iets mislopen wat veertigplussers veel lol en gelukzaligheid bracht toen zij jong waren: ze werden niet dag in, dag uit doodgegooid met sociale media.
Grappig genoeg worden hun nostalgische gevoelens aangewakkerd door datzelfde internet: met TikTok-filmpjes vol korrelig beeldmateriaal van jongeren die tientallen jaren geleden in baggy jeans, een Supreme-trui en op preppy mocassins met een Rachel uit Friends-kapsel door het leven huppelden. En op de klanken van Piano Man en I Want It That Way ondertussen hun coole vriendengroep vastlegden met een analoge camera – dit alles onopgemerkt en schijnbaar zorgeloos.
Ik begrijp gen Z en die jonge millennials wel. Terwijl ik dit tik, voel ik het verlangen naar die jaren meteen opduiken, ook al weet ik me ­haarfijn te herinneren hoe ontzettend níét zorgeloos het toen óók was (dat ­onbereikbare Rachel-haar bijvoorbeeld, om maar iets cruciaals te noemen).