
Nerds zijn hot. Urenlang over lightsabers en Pokémonkaarten praten? Mag van ons.

‘IK GA VAAK NAAR POKÉMONBEURZEN’
Stijn Colleye (29) uit Utrecht is marketing-coördinator en voelt zich helemaal zichzelf in zijn Star Wars-kostuum.
“Zodra ik mijn Star Wars-kostuum aantrek, ben ik in mijn element. Ik heb mezelf leren programmeren om mijn lightsaber verschillende kleuren, geluiden en effecten te geven. Voor die lightsaber betaalde ik vijfhonderd euro en hij is elke cent waard. Ik ben er zuinig op en gebruik hem nooit, misschien dat ik hem ooit aan de muur ophang als lamp.
Op de basisschool besefte ik voor het eerst dat ik een nerd ben. Terwijl klasgenoten buiten speelden, zat ik om zes uur ’s ochtends voor het ontbijt Pokémon te spelen op mijn Gameboy. Als puber verdreef ik het even, want dan ben je alleen cool als je in de pauze voetbalt. Maar de interesse is altijd gebleven: nu ga ik jaarlijks minstens drie keer naar Pokémonbeurzen. Dat voelt als een festival: druk, warm en spannend. Het is een maf gezicht, volwassen mannen die zwetend stukjes karton verhandelen voor honderden euro’s. Maar gelukkig heb ik in mijn vriendengroep gelijkgestemden met wie ik naar de beurzen ga en de nieuwste Star Wars-films bezoek. Mijn vriendin vindt mijn hobby’s niet per se sexy, maar ze vindt het wél sexy hoe gepassioneerd ik erover praat.”

‘IN BED LEZEN WE DEZELFDE FANTASY’
Abdullah Mahamed (29) is projectleider. Op zijn vrije dag leeft hij liever in anime- en fantasy-werelden dan in de echte wereld.
“Ik was acht toen mijn neef de animeserie Dragon Ball Z keek en ik ernaast op de bank schoof. Sindsdien was ik overtuigd: ik wil in andere werelden leven. Hoe groter en ingewikkelder, hoe beter. Magiesystemen, fantasy-werelden, eindeloze verhaallijnen: daarin kan ik me een hele zondag verliezen.
Op de middelbare school speelde iedereen FIFA of Call of Duty, ik speelde Runescape. Dat zei ik niet hardop, want nerd zijn had toen nog iets gênants. Nu kijkt niemand er meer van op. Dankzij internet ben je nooit meer alleen, je vindt altijd mensen die net zo diep gaan als jij. Op werk gaf ik laatst een uitgebreide presentatie over Pokémon. Niemand lachte erom.
Ik heb een vriendin en nee, ze valt niet ineens harder op me omdat ik anime kijk of een geek ben. Wel is ze nieuwsgierig. ’s Avonds voor het slapen gaan lezen we bijvoorbeeld allebei tegelijk hetzelfde fantasyboek. Op een eerste date zou ik dan weer niet meteen beginnen over anime. Fantasyboeken klinken wat normaler, dus anime bewaar ik voor later. Die oude onzekerheid zit er nog steeds een beetje in.”

‘PRATEN OVER ORKS BETEKENT: GEEN TWEEDE DATE’
Timo Brands (26) werkt als copywriter en kan drie weken bezig zijn met het schilderen van een miniatuurfiguurtje.
“Mijn algoritme bestaat uit Lord of the Rings, Star Wars en vooral Warhammer. Dat zijn miniatuurfiguurtjes die je in elkaar zet en schildert, waarna je er een spel mee kan spelen. Sommige schilder ik binnen twee uur, met andere ben ik meer dan drie weken bezig. Dan zit ik met een vergrootglasbril op mijn neus te werken aan schaduwen, licht en details op een oppervlak ter grootte van een vingernagel. Ik heb zelfs mijn eigen kleurenpalet en ‘Chapter’ bedacht. Schaamte? Nul. Dat het woord ‘nerd’ een negatieve lading heeft komt vooral uit de machocultuur. Zonder nerds geen wetenschap en geen vooruitgang. Voor mij is een nerd iemand met een gerichte passie en iemand die tegen de meute in gaat.
Op een date vertel ik zeker dat ik Warhammer doe, maar ik houd het oppervlakkig. Ik heb geleerd dat een tweede date er niet in zit als je een uur praat over orks die eigenlijk paddenstoelen zijn. Mocht ik ooit een vrouw die óók Warhammer doet tegenkomen, dan koop ik direct een trouwring.”

‘VRIENDEN NOEMEN ME DE WEETJESMAN’
Mart de Jong (32) werkt als communicatiemedewerker en freelancejournalist. Hij heeft thuis hoge stapels Quests liggen.
“Op vakantie lees ik een dikke pil over de ziekte de pest, terwijl mijn vriendin naast me een vrouwenblad zit te lezen. Zij vindt het gelukkig aantrekkelijk dat ik over van alles een beetje weet. Bij mijn vrienden sta ik bekend als de weetjesman. Wist je bijvoorbeeld dat een cicade (een soort kever, red.) pas na zeventien jaar onder de grond naar boven komt en dan maar een weekje leeft? Mijn vrienden zeggen dan: ‘Dat weet Mart weer hoor.’ Ik haal al mijn informatie uit wetenschappelijke boeken, historische documentaires en de duizend Quests die ik door mijn hele appartement heb liggen.
Op de middelbare school hield ik dit soort kennis nog weleens voor me, bang om betweterig of nerderig over te komen. Nu doe ik dat niet meer en omarm ik mijn nerderigheid volledig. Misschien is het de leeftijd, of komt het doordat jongere generaties meer waarde hechten aan authenticiteit, maar nerderig zijn wordt steeds minder vaak als iets negatiefs gezien.”

‘ANDEREN VOETBALDEN, IK DEED AAN WISKUNDE’
Victor Germans (21) studeert natuurkunde, geeft bijles wiskunde en simuleert in zijn vrije tijd vloeistoffen.
“In de brugklas besefte ik: niet iedereen denkt zoals ik. Terwijl anderen over voetbal praatten, was ik bezig met wiskunde en natuurkunde. Ik wilde weten hoe water beweegt in een glas, waarom ballonnen knappen, en wat er gebeurt als je dingen tot op het allerkleinste deeltje uitzoekt.
Ik hou van analyseren, soms iets te veel. Omdat ik alles overdenk, heb ik nog niet veel gedatet. Daarom hou ik mijn geeky kant vaak binnenboord: ik durf bijvoorbeeld niet meteen te zeggen dat ik vloeistoffen simuleer op de computer. Op een eerste date vertel ik liever dat ik aan volleybal doe.
Ik merk niet dat mensen specifiek op mijn intelligentie vallen. Wel dat ze denken dat ik niet sociaal ben. Dat klopt niet, ik moet alleen even warmdraaien. Ontspannen doe ik met de game Bloons Tower Defense: aapjes die dartpijltjes gooien naar ballonnen. Mijn doel is om alle medailles in het spel te halen. Als ik geen verplichtingen had, zou ik het acht uur per dag kunnen spelen.”

‘IK ONTSPAN MET KWANTUM-MECHANICA’
Mirko Vaars (28) woont in Haarlem, werkt als AI Ecosystem Lead in de haven van Rotterdam en heeft een hyperfixatie op kunstmatige intelligentie.
“’s Avonds op de bank ontspan ik met video’s over kunstmatige intelligentie, hoe tech de geopolitiek beïnvloedt en kwantummechanica. Ik studeerde informatica en data science en hielp negen jaar lang met het runnen van een bedrijf, samen met zestig andere nerds. Het mooiste daaraanvond ik niet alleen de techniek, maar ook het zien wat er gebeurt als je zo veel verschillende nerds samenbrengt. We tilden samen het bedrijf naar een hoger niveau door onze nieuwsgierigheid en kennis te delen. Ik ben daarom een trotse nerd en een groot voorstander van meer geeks op de wereld.
Dat lijkt ook daadwerkelijk te gebeuren. Met verschillende vriendengroepen speel ik het spel Dungeons & Dragons, een soort urenlang improvisatietheater met dobbelstenen. Ik merk dat dit soort spellen steeds populairder worden, ook onder de niet-nerds. Ik speel het namelijk niet meer alleen met de stereotype nerd, maar ook met Amsterdamse yuppen. Mijn vriendin vindt het prachtig dat ik me volledig in een passie kan storten. Maar toen ik haar laatst vroeg of ze een potje wilde meespelen, zei ze: ‘Dat lijkt me nou het allerergste wat er is.’”•





































