Column

‘Op onze vijftigfeestjes zingen we gênante liedjes voor elkaar’

doorClaudia de Breij

Claudia de Breij (51) is cabaretière, zangeres en schrijfster.

We zijn verse vijftigers, alle vier. Dat is ook gelijk het enige waarin we op elkaar lijken. Het is een wonder dat we na al die tijd nog altijd contact hebben, mijn vriendinnen van vroeger en ik. We fietsten als pubers vanuit verschillende dorpen naar dezelfde streekschool. Daar ontwaakten de hormonen die we nu gezamenlijk uitzwaaien. Toen lachten we elkaar uit om de jongens met wie we op een tentfeest hadden staan tongen. Nu geven we elkaar tips over welke hormoon-therapie het beste helpt tegen de stemmingswisselingen. We zijn heel andere levens gaan leiden. De een is in het dorp gebleven, de ander naar de grote stad verhuisd. Andere banen, ander type relaties, totaal verschillende werelden. Maar we blijven elkaar altijd opzoeken want: wij kennen elkaar. We kennen elkaar echt.
We weten van elkaar hoe het vroeger thuis was. Niet zoals in de verhalen die je vertelt als je nieuwe mensen ontmoet, niet de door therapie gekleurde, tot een anekdote verworden versie van je jeugd. Nee, we weten hoe het écht was. We waren erbij. Wij weten hoe het bij de ander thuis rook, dat die ene vader ’s nachts na het uitgaan de frituurpan nog voor ons aanzette. Dat die ene moeder zo ziek was en toen veel te vroeg stierf.

Dat de ouders van een van ons wel een beetje streng waren, maar ons ook zorgzaam naar iedere godverlaten feesttent reden. We weten waar we vandaan komen en dat kan niemand anders ooit meer zien zoals wij dat van elkaar hebben gezien.
Alles kun je maken, maar oude vrienden niet.
En dus zingen we, op de vijftigfeestjes die onze geliefden voor ons organiseren, gênante liedjes voor elkaar. Die schrijven we met veel toewijding en dan spreken we ook nog eens af om te repeteren. Mijn kinderen schamen zich en lachen me uit als ik zeg dat ik “vanavond ga oefenen met de meiden”.
Op elkaars feestjes moeten we ons aanpassen, allemaal. We zijn zo anders en onze kringen ook. Bij de een lopen we tussen de wat alternatieve welzijnswerkers, bij de ander dansen we met goedgemutste ondernemers, bij een derde is iedereen in de keet ouderwets trots op de boer en bij mij loopt de hele regenboog de polonaise.
En op al die feestjes wordt er gedanst, gelachen, zijn er tranen wanneer de oude vrienden iets zingen. Polarisatie lijkt een groot probleem, maar nu mijn vriendinnen en ik onze levens alle vier zo kort na elkaar vieren, geloof ik er niet meer zo in. We zijn allemaal hetzelfde, we ­proberen er wat van te maken en het maakt niks uit of iemand meer rechts of meer links van je staat. Als er maar iemand naast je staat.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.261 KNAP GELUKKIG lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor ‘Als je heel erg boos met je aannemer wil bellen, is hij plots een poos onbereikbaar'‘Als je heel erg boos met je aannemer wil bellen, is hij plots een poos onbereikbaar'Lees ook