Column

‘Wat een topidee: een reisbureau voor de verloren kinderen van de achterbankgeneratie’

doorClaudia de Breij

Claudia de Breij (51) is cabaretière, zangeres en schrijfster.

De achterbankgeneratie is geboren in de jaren 90, of na de millenniumwisseling, daar is het internet niet helemaal duidelijk over. Sterker nog, volgens sommige pedagogen gaat het hier niet over een generatie, maar over een opvoedstijl. Over ouders die hun kinderen overal met de auto naartoe hebben gebracht. Achterbankgeneratie. Helikopteropvoeding. Curlingouders. Woorden die verraden dat het allemaal niet goed kan zijn geweest. Mijn ouders waren hun tijd ver vooruit denk ik, want ik ben van voor 1990 maar toch grotendeels opgevoed op de achterbank. En eerlijk: ik heb er heerlijke herinneringen aan. Mijn voornaamste associatie met de achterbank gaat dan ook over vakanties. Vakanties naar het Gardameer, waarin de auto wel een huisje leek omdat we er twee dagen met zijn vieren in zaten.
’s Nachts vertrekken, met je eigen kussen en je eigen dekbed lekker over je heen nog even ­doorslapen op de achterbank terwijl papa het eerste stuk reed en mama kaart las. Wakker worden en dan al voor de Duitse grens alle bolletjes met ei opeten. Uit de zak die aan de stoel voor je hangt stiften halen en daar in plaats van een leuke tekening voor oma een tatoeage op de arm van je broer mee maken. Stoppen bij het tankstation om te plassen, te tanken en te zeuren om zo’n knuffel die je in Nederland nergens kunt krijgen (behalve op ieder tankstation, maar daar gaat het even niet om). Verder rijden.

Op de Autobahn stoppen om je bolletjes ei uit te spugen. Aankomen, de auto verlaten, weken wennen aan het vakantiehuisje en eigenlijk het gelukkigst zijn als je hetzelfde ritje weer mag maken, maar dan terug naar huis.
Volgens mij zit hier een verdienmodel in. Een reisbureau voor de verloren kinderen van de achterbankgeneratie. Mensen die in paniek raken van het zoeken van een vlucht of een treinreis, die altijd bang zijn om het verkeerde huisje te boeken of een stom hotel. Mensen van Clauendon Reizen die je thuis komen ophalen, om vier uur ’s ochtends. Dan zeggen we alleen maar of je wel of niet je jas aan moet. Verder is je tas ingepakt, de bestemming geboekt en brengen we je erheen. Onderweg overnachten we in een suf familiehotel waar de chauffeur bij je aan tafel blijft zitten en een kindermenuutje voor je bestelt, onderwijl het lokale personeel irriterend met dad jokes. Als we op onze bestemming aankomen mag je doen wat je zelf wilt, maar voor een kleine meerprijs blazen we zwembandjes op voor om je bovenarmen. Die zitten te strak, maar ­daardoor voel je je juist zo veilig.

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.265 VAKANTIES VAN VROEGER lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor ‘Dat stofje van jouw jurk, mag ik eens voelen? Oh ja, daar kun je zo plastic soep van trekken’‘Dat stofje van jouw jurk, mag ik eens voelen? Oh ja, daar kun je zo plastic soep van trekken’Lees ook