Sander de Hosson is longarts en zet zich tevens in voor ‘de best mogelijke palliatieve zorg’. Op LINDA.nl deelt hij zijn ontroerendste en heftigste verhalen.
Rouw wordt vaak beschreven als iets wat moet slijten, of zakken, of een plek moet krijgen of oplossen zelfs. Alsof het een blok ijs is dat je alleen maar lang genoeg op tafel hoeft te laten liggen en dat uiteindelijk vanzelf verdwijnt.
'Ik zag dat ze schrok van haar eigen opmerking dat het misschien wel genoeg was'
Maar wie rouwt, weet dat dit niet klopt. Rouw lost niet op. Rouw verandert van vorm. Misschien is rouw niet zozeer het gat dat iemand achterlaat, maar de plek die blijft bestaan. Toen hij er nog was, vulde hij ruimte in je leven: een stoel aan tafel, een stem in de gang, zijn geur in het kussen. Toen zij er nog was, vulde zij de toekomst, met plannen die nooit uitgesproken hoefden te worden omdat ze zo vanzelfsprekend waren. En dan is er ineens stilte. De plannen verdwijnen. De stoel blijft onaangeroerd.
Rouw is geen ziekte. Het is ook geen taak die je moet afronden. Het is een relatie die van vorm verandert. Filosofen noemen het soms de afwezig aanwezige: wat weg is, dringt zich toch op. Vaak in kleine dingen, op de meest onverwachte momenten. Dat ene liedje dat je ineens in de supermarkt hoort. Een zinnetje dat je jezelf hoort zeggen en waarvan je schrikt omdat het precies zijn of haar zinnetje is. De lege plek in het bed die nog altijd bezet lijkt.
Rouw is het bewijs dat een relatie niet wordt beëindigd door de dood, maar een andere vorm krijgt. Jij blijft het gesprek voeren, alleen is het antwoord veranderd. We hebben de neiging rouw te willen oplossen. Je moet het een plek geven, zeggen we. Maar misschien is het precies omgekeerd. Misschien geeft rouw óns een plek. Het herinnert ons eraan wie wij waren in relatie tot de ander en markeert wat er werkelijk toe deed.
'Artsen buigen zich over je heen, praten, beslissen terwijl jij daar als patiënt ligt, op je kwetsbaarst'
Ik vergelijk het wel eens met een rivierbedding die zichtbaar blijft, ook als het water zakt. Er zit iets paradoxaals in rouw. Ze toont ons zowel de kwetsbaarheid als de diepte van liefde. Je rouwt niet om alles; je rouwt om dat wat van betekenis was. Rouw is dus niet alleen pijn, maar ook een compliment. Een stille onderscheiding aan degene die gemist wordt: jij was het waard om van te houden. Daarom hoeven we rouw niet te genezen of te overwinnen. We hoeven haar alleen te leren dragen, als een litteken dat soms trekt in koud weer. Je wordt er niet minder mens van. Integendeel, je wordt mens mét verleden.
Er bestaat een hardnekkige verwachting dat rouw rechtlijnig is: eerst schrik, dan verdriet, dan verwerking, dan door. Maar rouw houdt zich zelden aan schema’s. Ze loopt in cirkels, maakt onverwachte bewegingen, doet aan tijdreizen. Je kunt lachen op maandagochtend en op donderdag in de auto ineens huilen om een sleutelbos waar zijn naam aan hangt.
Dat betekent niet dat het misgaat. Het betekent dat je leeft met iets dat groter is dan tijd. Rouw is de manier waarop liefde blijft bestaan zonder lichaam. Er komt geen moment waarop het klaar is. Er komt wel een moment waarop je merkt dat je kunt omkijken zonder direct te breken. Dat herinneringen je niet alleen neersabelen, maar je soms ook zacht optillen.
Rouw is de prijs van verbondenheid. En als dat waar is, dan is rouw niet alleen donker, maar ook een bewijs. Dat je hebt liefgehad. Dat je nog altijd liefhebt. En dat je dat altijd zult blijven doen.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Wie ooit bij een sterfbed heeft gewaakt, weet hoe anders de tijd loopt: de dagen worden trager, de nachten langer'

















