Om in aanmerking te komen voor de kwalificatie hoarder ben ik veel te goed in het weggooien van dingen. Helaas ben ik, zeker volgens mijn vrouw, nog beter in het bewaren van nog veel meer spullen. Uiteraard ben ik persoonlijk van mening dat het allemaal wel meevalt.
Van een vreemde heb ik het niet, dat wat ik volgens mijzelf helemaal niet heb, dan weer niet. Al in mijn jeugd had mijn vader ook van dit soort verzamelingen.
Terrastegels, sommige zelfs gebroken, waarvoor op dat moment geen bestemming was, maar die absoluut zonde waren om weg te gooien; pakken die hij nooit meer droeg, maar ons in de toekomst zouden kúnnen gaan passen; en legio modelbouwpakketten die in een volgend leven allemaal nog in elkaar gezet zouden worden. Begrijp me niet verkeerd, ik bekijk dit door een bril van positiviteit. We zijn allebei van de school: wie wat bewaart, die heeft wat. Alleen soms allicht wat te veel.
Ook hier op zolder staan dozen met boeken die ik (n)ooit nog ga lezen, een duikuitrusting (die nooit meegaat op vakantie, omdat het minder gedoe is om het ter plaatse te huren dan om het de halve wereld met je mee te slepen) die onder geen beding weg mag, en een bak vol kabels en laders waarvan niemand weet waar ze precies voor zijn. Het enige dat ik weet is dat we niks uit die bak de afgelopen jaren hebben gebruikt, nodig gehad of weggegooid. Sterker nog: hij groeit.
Als ik mijn vrouw zeg dat het allemaal wel meevalt, somt ze zonder een seconde na te denken nog een hele lijst op: veertien door mij gekochte kunstwerken die nog nooit ergens hebben gehangen, gitaren, potjes kruiden waarvan de meesten slechts één keer gebruikt zijn, en zelfs een stapel weekendbijlagen van de Volkskrant en het Parool, omdat er een artikel in staat dat ik nog eens wil lezen.
Meestal gaat mijn bewaardrift in goede harmonie en legt de rest van het huishouden zich neer bij mijn groeiende lijst aan spullen die ik “ooit nog ergens voor ga kunnen gebruiken”. Af en toe echter volgt er een stil protest. In haar drang tot organiseren en opruimen, dat heeft zij dan weer, had ze de vriezer aangepakt. Zes lades vol met ingevroren waar waren door haar handen gegaan en trots deelde ze mee dat ik vanaf nu een eigen la toebedeeld kreeg. Jan’s rariteitenla. Nu bewaar ik louter normale dingen bij min achttien graden, dus waar dit over moest gaan was mij een compleet raadsel.
De inhoud van mijn persoonlijke bevroren voorraad was als volgt: een aantal botten van rundvlees dat ik afgelopen zomer heb bereid op de barbecue, om binnenkort bouillon van te trekken. Logisch. Een sneeuwbal; dit deed ik als kind al omdat ik het hilarisch vond om midden in de zomer met een sneeuwbal aan te kunnen komen. Dat deed ik nooit, want ik vergat hem altijd weer, maar komende zomer wil ik mijn leven beteren.
Een voorraad groentebouillon die ik een jaar geleden heb gemaakt, maar nooit gebruikt. Want ook daar denk ik niet aan als ik sta te koken. Een bakje vol met gepelde staarten van de rivierkreeften die ik vang in de sloot achter mijn tuin. Ooit ga ik er iets mee maken, maar dan moet ik er wel genoeg hebben. Dat duurt gewoon even. Er ligt ook nog iets van een aardappelkoek in, maar zelfs ik geloof dat die wel een keertje weg mag. Zie je wel: Ik ben geen hoarder, ik ben gewoon heel goed in bewaren.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Soms heeft een massage ten doel om alles te ontspannen ... en dan gaat het mis'













