Al op de middelbare school stond er in mijn rapport het commentaar: ‘Wat Jan interesseert zuigt hij op als een spons, maar al het andere gaat het ene oor in en het andere direct weer uit’.
Er was geen woord van gelogen en daar is ook nooit meer verandering in gekomen.
Mijn boekhouder heeft me al zeker tien keer de absolute basis uitgelegd van belasting betalen, maar het gaat er simpelweg niet in. Hetzelfde geldt voor welke kleding wel en niet in de droger mag, bij welke energiemaatschappij ik zit of hoe je de vaatwasser efficiënt inruimt.
Daar komt nog eens bij dat ik een enorme chaoot ben. Mijn sleutels, portemonnee en/of telefoon zijn vaker wel dan niet zoek. Minimaal twee keer per jaar bestel ik een nieuw rijbewijs, creditcard en andere pasjes, om er vervolgens achter te komen dat mijn portemonnee gewoon rustig al twee weken in het portier van mijn auto ligt. Dat is het namelijk wel: ik raak alles kwijt, maar vrijwel nooit definitief. Het komt altijd weer terug.
Wie weet ben ik extreem jong aan het dementeren. Het komt in de familie voor. Mijn grootvader, wiens naam ik ook draag, werd eerst warrig van geheugen. Nadat mijn grootmoeder overleed, werd pas goed duidelijk in hoeverre de dementie al had toegeslagen. Natuurlijk, er hingen al jaren briefjes op de plastic planten in de vensterbank dat ze geen water hoefden te hebben, maar verder had zij altijd alles aangevuld wat hij niet meer wist.
Op het moment dat hij steeds vaker verdwaald raakte en zijn auto in de sloot was beland, omdat hij was vergeten de handrem aan te trekken, was het niet meer houdbaar om hem alleen thuis te laten wonen en ging hij naar een verzorgingstehuis in Doorn. Eerst nog semi-zelfstandig, maar al snel op een afdeling waar de deur alleen opengemaakt kon worden door het personeel. Niet zelden ontsnapten er toch bewoners die dan te voet op avontuur gingen, een laatste daad van rebellie.
Op een zondag reed ik met de auto van mijn moeder naar hem toe voor een bezoekje. Hij weigerde me binnen te laten, omdat hij niemand kende met de naam Jan Versteegh, zijn eigen naam nota bene. Ik vertelde hem dat we een naam deelden en bij het noemen van de naam van mijn vader, zijn zoon, en na het tonen van mijn rijbewijs, ter bewijs van mijn naam, mocht ik binnenkomen.
Na een minuut of tien dommelde hij weg. Toen hij tien minuten later weer wakker werd, vroeg hij of het niet eens tijd was dat ik weer zou gaan, want het had nou wel lang genoeg geduurd. We namen afscheid en ik vertrok weer richting mijn ouderlijk huis. Toen ik daar na drie kwartier rijden aankwam, had hij mijn vader al per telefoon gesproken om zijn beklag te doen dat er nooit één van zijn kleinkinderen bij hem op bezoek kwam.
In dat licht bezien werkt mijn hersenpan nog perfect. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik al een week onze reservesleutels gebruik, omdat mijn eigen bos zoek is. Komt vanzelf weer boven water.
