Abonneer nu
Interview

Bokoesam: ‘Ik wist dat ik mijn zoon wilde geven wat ik bij mijn eigen vader had gemist’

De fok-alles-mentaliteit waar hiphop-artiest Bokoesam (32) mee worstelde is compleet verdwenen. Nu wil-ie vooral het zorgeloze gevoel van Ghana in zijn dagelijks leven ervaren.

Noem ik je Samuel of Bokoesam?
“Sam is goed. Alleen mijn vriendin noemt me Samuel – als ze boos is. En mijn beste vriendin en moeder noemen me ook zo. Eigenlijk alleen de vrouwen in mijn leven.”
Waar komt Bokoesam vandaan?
“Bokoe is een Surinaams woord voor bokking, een heel sterk ruikende vis. Het is een scheldwoord dat vooral Amsterdamse Surinamers gebruiken voor Ghanezen – waarschijnlijk omdat ze vinden dat wij naar die vis ruiken of zo. Ik heb dat woord voor mijn naam gezet, omdat mensen altijd dachten dat ik Surinaams of Antilliaans was. Als een soort grap, maar ook omdat ik oprecht wilde dat mensen wisten dat ik Ghanese roots heb – mijn vader is Ghanees, mijn moeder Nederlands. Dus noemde ik mezelf zo op social media en toen ik begon met muziek maken heb ik het zo gehouden. Ik hoop dat ik de negatieve lading van het woord er daardoor een beetje af heb kunnen halen, dat het een soort geuzennaam is geworden.”
Op je zeventiende begon je op je kamertje in je ouderlijk huis met rappen. Wat voor joch was je toen?
“Een zoekend joch. Ik wist niet wat ik wilde, dus ik deed een beetje school, beetje werk en een beetje rotzooien op straat. De lolbroek uithangen, weet je wel, chillen met mijn vrienden in het buurthuis. In dat buurthuis zat ook een studio en daar waren altijd wel mensen bezig met muziek maken. Vond ik leuk, dus toen ze me vroegen of ik ook een keer iets wilde proberen te maken, deed ik het. Mijn humor viel ze meteen op: wat ik rapte maakte mensen aan het lachen. Ze vonden het vet. En ik ook, want ik had voor het eerst in mijn leven écht iets gedaan, iets gecreëerd, en dat had een emotie bij mensen losgemaakt. Dat voelde goed. Ik had nog niet het idee dat ik er ooit van zou kunnen leven, maar ik vond het leuk, dus ik bleef het doen.”

‘DE GEBOORTE
VAN ZAIYON
WAS EEN
BREEKPUNT,
IK STOPTE
MET DIE
ILLEGALE SHIT’

Inmiddels ben je een gevestigde naam in de hiphopmuziek, maar hoe kwam je rond in de tijd dat dat nog niet zo was?
“Gewoon, hier en daar een beetje geld proberen te verdienen.”
Hoe dan?
“Baantjes. Bij de Albert Heijn op het Amstelstation, als keuken–hulp in een restaurant. Maar nooit heel lang. Ook omdat ik zag dat bepaalde mensen op een veel chillere manier hun geld verdienden – véél geld. Ik dacht: misschien moet ik dat ook gaan doen.”
Illegale dingen?
“Ja, beetje dealen en zo. Ik heb dat een tijdje gedaan, zo is het gewoon. Omdat iedereen het deed, maar ook omdat ik door mijn moeder uit huis was gezet en ik rondliep met zo’n fok-alles-gevoel. Maar uiteindelijk was dat illegale niets voor mij, het voelde niet goed.”
Waarom moest je het huis uit?
“Het ging gewoon niet meer, ik botste te veel met mijn moeder. Zij snapte niet waar ik mee bezig was en het hielp niet dat het op school ook niet lekker ging. Ik heb eerst een opleiding voor evenementenorganisatie gedaan en daarna iets met sociaal-cultureel werk. Ik vond het idee erachter op zich leuk, maar naar school gaan niet. Ik kon me niet focussen.”
Waar ben je gaan wonen?
“Mijn toenmalige vriendin en ik zijn bij andere mensen in huis gaan wonen. Dat was zwaar, een lastige tijd. Er waren daar veel mensen en er was weinig geld. Vandaar dat ik toen ging voor het makkelijke geld. Maar wat ik zei: ik voelde al snel dat ik dat niet wilde blijven doen, ik had niet de ambitie om daarin hogerop te gaan. Het ging puur om het geld: als ik elke dag genoeg verdiende om een beetje te eten, mezelf en mijn vriendin in leven te houden, dan was het goed.”

Heb je spijt van de illegale dingen die je hebt gedaan?
“Jawel, maar weet je: het is wat het is. En ergens heeft het me ook gevormd, me gemaakt tot de man die ik vandaag de dag ben.”
Niet veel later raakte je toenmalige vriendin zwanger. Was dat het plan?
“Nee. Ik was twintig en wilde dit eigenlijk niet, want het begon inmiddels een beetje te lopen, qua muziek, maar ik maakte nog niet zo veel geld. Uiteindelijk hebben we toch gekozen om de baby te laten komen, ondanks dat we wisten dat het vooral financieel zwaar zou worden. Ik heb ook echt op het punt gestaan om te stoppen met muziek, op zoek te gaan naar een echte baan.”
Dat bleek niet nodig: je muziek werd steeds meer opgepikt, je ging werken met mensen als Ronnie Flex en Lil’ Kleine en je begon geld te verdienen.
“Ja, het lukte. Ook omdat ik kapte met die straatdingen. De geboorte van mijn zoon was wat dat betreft een breekpunt. Ik was nog steeds jong, deed nog altijd dingen die je doet als je jong bent, maar ik stopte met die illegale shit en het feesten werd ook minder. Ik heb daarbij ook geluk gehad, want het had makkelijk fout kunnen gaan: als ik opgepakt was met bepaalde spullen en vast was gezet, dan had het zomaar anders kunnen lopen. Dat dat niet gebeurde, bracht me nog meer focus: ik wilde er écht voor zorgen dat het me zou lukken. Er kwam iets los in mij wat ik daarvoor niet had. Een soort drive, een spark.”

‘IK HOEF NIET
ELKE WEEK
MEER NAAR
DE TERING’

Hoe was het om zo jong vader te worden?
“Crazy … Ik kan het niet omschrijven. Er was vooral dat besef: dit is echt serieus. Ineens was er die baby … Shit.”
Zes maanden na de geboorte gingen jij en de moeder van jullie zoon Zaiyon uit elkaar.
“Ja … het was eigenlijk uit, maar net toen we hadden besloten dat we het samen toch weer wilden proberen, raakte ze zwanger. We hebben nog geprobeerd om door te gaan, samen te blijven, maar we merkten al snel dat we alleen maar bij elkaar waren omdat we een kind hadden. We wisten allebei dat dit niet zou gaan werken. Maar we hebben wel besproken dat we op goede voet verder wilden: geen ruzie, geen gedoe. Want zowel haar ouders als die van mij zijn gescheiden en daar hadden we allebei geen al te beste herinneringen aan: altijd ruzie thuis. Dat wilden wij niet. Wij wilden cool zijn, persoonlijke gevoelens erbuiten laten en doen wat het beste was voor de kleine. Dat lukt ons tot op dag van vandaag: we hebben een heel goede band, spreken elkaar dagelijks.”

Jouw vader was minder aanwezig in jullie gezin, toch?
“Mijn vader was niet heel betrokken, nee. Mijn ouders scheidden toen ik een jaar of vier was en ik zag hem eens in de twee weken. Toen ik een jaar of veertien was, ging hij langere tijd naar Ghana – een jaar of twee. Daarna heeft hij ook nog een periode in Duitsland en België gezeten. Inmiddels woont hij alweer een tijd in Amsterdam.”
Midden in je pubertijd verdween hij uit je leven. Ben je boos op hem geweest?
“Jawel.”

‘HET IDEE DAT
IK GEWOON
EEN JAAR BIJ
MIJN ZOON
WEGGA ... IK
ZOU DAT ZO
KUT VINDEN’

Weet hij dat?
“Ik durfde het op dat moment niet te zeggen, omdat ik toch ook respect voor hem had. Pas een paar jaar geleden heb ik mijn vader verteld over mijn boosheid, dat ik het niet tof vond dat hij destijds zolang weg was. Hij begreep het eerst niet echt, maar uiteindelijk belde hij me terug en zei hij dat het hem speet dat hij er niet altijd voor mij was geweest. Dat was fijn, eigenlijk het enige wat ik op dat moment nodig had.
Het is goed nu, we spreken elkaar een paar keer in de week. Al vraag ik me af en toe nog weleens af hoe hij kon doen wat hij heeft gedaan. Het idee dat ik Zaiyon maar eens in de twee weken zie of gewoon een jaar wegga … ik zou dat zó kut vinden. Maar ik weet ook dat mijn vaders pa nooit echt in zijn leven was, dus hij heeft het wat dat betreft al een stuk beter gedaan. En als ik het op mijn beurt weer beter dan mijn vader doe, is het goed.”
Had je van tevoren een beeld bij het vaderschap?
“Nee, niet echt, ik wist alleen dat ik mijn zoon wilde geven wat ik bij mijn eigen vader zo had gemist: warmte, liefde en dat naar je kind uitspreken. Ik had het ook fijn gevonden als hij wat meer aanwezig was geweest, dat hij naar mijn voetbalwedstrijden was gekomen, naar school, naar oudergesprekken. En dat hij meer met mij deed. Want ik was één keer in de twee weken bij hem, maar dan gebeurde er ook niet per se veel.”

Was je bang dat je zelf ook zo’n vader zou worden?
“Ja, en die angst heb ik nog steeds. Iedereen maakt weleens een foutje, maar ik kan daar heel slecht tegen. Ik voel meteen: shit, ik faal als vader. Tegelijkertijd geeft die angst me de kracht om het juist heel goed te willen doen. En het helpt dat ik een jonge vader ben: hij is elf, ik 31. Hij is niet alleen mijn zoon, maar ook mijn beste vriendje.”
Kun je een voorbeeld geven van wat jij anders doet dan jouw vader?
“Ik zeg altijd dat ik van mijn zoon houd. Elke dag, voor het slapengaan, als ik hem naar school breng, als ik de deur uitga. Ik wil dat hij dat altijd voelt, dat hij het wéét. Als ik vroeger thuiskwam en het wat minder goed ging op school, sloeg de hele sfeer om. Dat pak ik ook anders aan. Natuurlijk ben ik weleens boos. Alleen: ik leg het vervolgens wél uit. Dat ik ook geen zin heb om boos te zijn, maar dat ik zijn vader ben en soms gewoon boos moet zijn om dingen duidelijk te maken. Zodat we daarna weer kunnen chillen. Ik wil hem in ieder geval nooit het gevoel geven dat hij niks kan, niks goed doet. Het kan soms wat minder gaan op school, maar dat is niet het allerbelangrijkste wat er is.”

‘BIJ ONS
THUIS WERD
NIET OVER
GEVOELENS
GEPRAAT.
DAAROM DOE
IK DAT IN MIJN
GEZIN WÉL’

Zou je meer kinderen willen?
“Jawel, ik wil heel graag nog een kind. Al denk ik soms ook wel: ik ben nu net op een punt dat ik weer kan chillen. Hij is over een tijdje achttien en dan heb je er niet meer zo veel omkijken naar. Om dan weer helemaal opnieuw te beginnen … Maar toch zou ik er nog wel eentje willen. En mijn vriendin ook, dus wie weet.”
Los van het vaderschap ben je ook gewoon een jonge, populaire rapper. Doe je helemaal niet meer aan feestjes?
“Soms, maar écht uitgaan doe ik niet meer. Vorig jaar heb ik zelfs een heel jaar niet gedronken en alleen maar gesport en gewerkt. Deze zomer zal ik echt weleens een terrasje pakken of blijven hangen op een festival dat ik heel leuk vind, maar daar zal het bij blijven. Ik hoef niet elke week meer naar de tering, ook omdat je op een gegeven moment alles wel een beetje gezien hebt – ik was er vroeg bij, hè. Het is heel af en toe nog wel leuk, maar ik ben nu op een punt dat ik meer waarde hecht aan rust.”
Bokoesam zit regelmatig op de bank te netflixen.
“Eigenlijk wel, ja. Al moet ik zeggen dat het feesten me ook mooie dingen heeft gebracht.
Zoals?
“Avonturen met vrienden die ik nooit ga vergeten. Mooie herinneringen die inspiratie opleverden voor nieuwe muziek. En goede gesprekken met vrienden die ik minder snel met ze had gehad zonder een drankje op, dingen over gevoelens. Dat heb ik toch geleerd door dat soort momenten.”

Bij jou thuis werd niet over gevoelens gepraat?
“Nee, en nog steeds niet. Daarom wilde ik dat zelf wél doen bij mijn zoon. Als ik voel dat er wat is, laat ik het er niet bij zitten: zeg het nou gewoon, leg uit waarom je verdrietig of boos bent. Ik wil hem het gevoel geven dat het oké is om emoties te tonen en dat het beter is om dingen uit te spreken dan ze voor je te houden. Dus er wordt best wat afgepraat bij ons thuis. Dat mijn ouders dat niet deden, zal ook te maken hebben met dat ze dat van huis uit niet gewend waren.”
Op wie lijk je het meest?
“Lastig … Qua uiterlijk neig ik meer naar mijn vader en mijn broertje naar mijn moeder. Sowieso heb ik altijd iets meer die Ghanese kant opgezocht – ik had ook meer multi culturele vrienden dan mijn broertje.”
Was de Ghanese cultuur iets wat jou en je vader bond? Konden jullie daar wél over praten?
“Jawel, al was muziek toch belangrijker. Ik weet nog dat ik met hem naar concerten ging: Beenie Man, Eek-A-Mouse, Alpha Blondy, dat soort dingen. Daar hecht ik veel waarde aan, omdat het mij muzikaal heeft gevormd. Ik heb hem altijd als vader gezien, onze band was goed, maar wat ik eerder zei: er waren ook dingen die ik miste, die ik zelf anders doe nu ik vader ben.”

‘IK HOU VAN
GHANA DE
CULTUUR,
DE MUZIEK,
DE ZORGE-
LOOSHEID
DIE IK DAAR
VOEL’

Wanneer was je voor het eerst in Ghana?
“Op mijn twaalfde. Ik ging met mijn vader, broertje en mijn Nederlandse tante en oom – zij waren altijd al geïnteresseerd in die cultuur. Mijn moeder vond het een beetje spannend, die bleef thuis. Ik had er echt heel veel zin in, keek er al weken naar uit – mijn broertje iets minder, die was ook wat jonger. Het voelde voor mij als thuiskomen. Ik kende de cultuur wel, was bij Ghanese bruiloften geweest en er kwamen altijd Ghanese mensen bij ons over de vloer, maar dit was anders.
Tegelijkertijd was het dubbel, want in die tijd waren er niet zo heel veel mixed race-Ghanezen. Dus ik voelde aan de ene kant dat ik daar thuishoorde, maar aan de andere kant ook weer niet, want voor ‘echte’ Ghanezen was ik bijna een witte man. Zeker in het dorp van mijn vader – vijf uur rijden vanaf de hoofdstad over zandwegen, het binnenland in. Heel primitief, er was maar één familie met een televisie en we sliepen in een tentje in het nog niet afgebouwde huis van mijn vader, waar zijn broer op dat moment in woonde. Om te douchen moesten we zelf water halen, een behoorlijk stuk verderop – en dan teruglopen met een emmer op je hoofd. Spelen in de natuur, met katapulten vogels proberen te schieten zodat we die konden eten. We hebben zelfs nog een kip geslacht. Maar we hielpen ook mee met het bouwen van dat huis, waren we urenlang in de weer met zakken cement. En omdat mijn vader niet wist of we er ooit nog terug zouden komen, hebben we in die weken het halve land gezien. Zaten we soms twintig uur in de auto, helemaal richting Burkina Faso. Hardcore, maar ook heel vet. Het was de leukste vakantie die ik ooit heb meegemaakt.”

Je begint te stralen als je hier over praat.
“Ja man, ik hou van die cultuur, van het feit dat iedereen daar naar muziek luistert, plezier lijkt te hebben … En van de zorgeloosheid die ik daar voelde – zeker als jong jochie. Ik ben nu op een leeftijd dat ik tijdens vakanties in een lekker hotel wil zitten, beetje luxe om me heen, maar toen sliepen we gewoon in een tentje en zagen we wel wat de dag bracht. Het was even simpel als perfect. Ik was er een tijdje geleden nog en zag opnieuw hoe weinig de mensen daar nodig hebben om gelukkig te zijn. Ik probeer dat gevoel mee te nemen in mijn dagelijks leven.”
Je kan dus ook zonder je Tesla, Sam.
Lachend: “Nou, dat weet ik niet. Maar ik koop bijvoorbeeld wel veel minder kleding dan vroeger – het is minder belangrijk geworden. Natuurlijk, ik houd van schoenen, dus als ik vette sneakers zie ga ik ze halen, maar echt grote, gekke aankopen doe ik niet meer. Behalve boodschappen, want die zijn fokking duur geworden. Maar serieus: ik zou mijn geld wel willen gebruiken om op termijn een huis in Ghana te kopen. Dat ik daar dan met mijn gezin naartoe kan, maar dat de rest van de familie er ook kan komen logeren. Ik ben nog niet zover, ik moet nog even sparen, maar ik hoop dat dat me gaat lukken.”•

cv

Bokoesam GEBOREN Amsterdam, 17 november 1992 als Samuel Sekyere IS rapper KRIJGT in 2012 een State Award voor zijn 101Barz-serie IN 2014 komt zijn debuut-ep uit: Nog Nooit Meegemaakt IS onderdeel van hiphopcollectief New Wave met onder anderen Ronnie Flex ZIJN eerste album, Zo Vader Zo Zoon staat in 2018 vijftien weken in de Nederlandse hitlijsten ALBUM Nachtvlinder behaalt in datzelfde jaar de gouden status EIND vorig jaar bracht hij zijn nieuwste album uit: Nachtvlinder 2 DEED in 2023 mee aan De Verraders – hij was verliezend finalist RELATIE Samuel woont met zijn vriendin en zoon Zaiyon in Amsterdam.

Thumbnail voor Suzan & Freek: ‘De bekendheid groeide sneller dan dat we er mentaal aan konden wennen’Suzan & Freek: ‘De bekendheid groeide sneller dan dat we er mentaal aan konden wennen’Lees ook