Alles wat ik in de keuken doe, heb ik geleerd van mijn moeder en oma. Ik ben opgegroeid in de Jordaan en de zaterdag bestond uit ons rondje langs de slager en de bakker, soep maken en klaverjassen. Gezelligheid aan tafel, vrienden om je heen. Ik kreeg het met de paplepel ingegoten en ook mijn zaterdag staat in het teken van lekker eten.
Mijn kippensoep is fameus en krijgt een staande ovatie. Als ik zeg ‘kippensoep’ staat er een rij bij mijn voordeur. Die kip heeft de hele dag lekker liggen trekken in de soep. Van gehakt maak ik kleine balletjes, goed op smaak met knoflook. Veel groenten erbij, vermicelli. Knoflookbaguette hoort er ook bij. Ik ben er de hele dag mee bezig en ben een schone koker: d’r hoeft maar één vermicel te ontsnappen en ik pak er m’n doekje bij. Die doekjes heb ik overal verstopt, achter elke zeeppomp. Ik kan er zo naar grijpen. En de hele dag heb ik een schoon sopje klaar.
Ik ben een familiemens. Ik houd van verzorgen, van pannen op het vuur. Gezelligheid creëren, want dat geeft warmte in huis. Toen de oudste het huis uitging voelde ik me geamputeerd. Gelukkig mag ik nog bijna elke dag koken voor mijn kinderen en is het bij mij thuis sowieso een zoete inval. Familie en vrienden komen vanzelf aanwaaien. Vrijmibo aan het barretje in mijn keuken? Vaste prik. Schalen met eten op tafel, het verbindt mensen en doet veel leuke verhalen boven komen. Als mijn eettafel kon praten hadden we echt een probleem. Je kan mij niet blijer maken dan dat iedereen zich veilig en op z’n gemak voelt.
















































