
Vrouwen met Premenstrueel Dysforie Syndroom (PMDD) zijn twee weken per maand een schim van zichzelf: depressief, woedend, angstig, overprikkeld.
DOLORES VERHOEVEN (37) werkt bij een ggz-instelling. Ze woont samen met haar man en drie kinderen (14, 12 en 2 jaar).
“Twee weken per cyclus voel ik me goed. Ik kan dan relativeren, doe leuke dingen met mijn kinderen en sta ’s ochtends vrolijk op. Maar vanaf mijn ovulatie ken ik mezelf niet meer terug. Dan slaan mijn gedachten op hol en ben ik neerslachtig. In die weken zonder ik me af en neem de telefoon niet op. Op sommige dagen is het al een opgave om mijn kinderen naar school te brengen. Pas als ik ongesteld word, voel ik me weer goed. Voor mij is PMDD een overblijfsel uit de postnatale depressie die ik kreeg na mijn eerste zwangerschap. Ik heb van alles geprobeerd: antidepressiva, gedragstherapie, leefstijlaanpassingen, anticonceptie, maar niets hielp blijvend.

‘TWEE
WEKEN
PER MAAND
VOEL IK
ME GOED’
Alleen tijdens mijn zwangerschappen voelde ik me een tijdje echt goed – dan is je hormoonlevel stabiel. Soms lukt het me om bij donkere gedachten te denken: dit ben ik niet, dit zijn mijn hormonen. Maar dan nóg voel ik me vreselijk. Recent mocht ik medicatie testen die me tijdelijk in de overgang bracht. Het werkte fantastisch: ik had weer zin in het leven. Maar helaas kreeg ik als bijwerking hartritmeproblemen. Ik ben van plan mijn baarmoeder en eierstokken te laten verwijderen. Ik maak me zorgen of zo’n grote ingreep iets zal veranderen aan de intimiteit met mijn man, maar ik heb alles over voor een oplossing.”•














































